Terug

2014_CBS_02327 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - ING België nv, Lange Gasthuisstraat 20, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/779/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/03/2014 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2014_CBS_02327 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - ING België nv, Lange Gasthuisstraat 20, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/779/AV - Goedkeuring 2014_CBS_02327 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - ING België nv, Lange Gasthuisstraat 20, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/779/AV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: ING België nv - Marnixlaan 24 - 1000 Brussel. De aanvraag omvat de exploitatie van een bankkantoor.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan ING België nv, Marnixlaan 24, 1000 Brussel, voor de inrichting gelegen op het adres: Lange Gasthuisstraat 20, 2000 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: de exploitatie van een bankkantoor.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1 , 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden - lucht 

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;

elektriciteit

hoofdstuk 5.12;

gassen – gemeenschappelijke bepalingen

hoofdstuk 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

gassen – koelinrichtingen / compressoren

hoofdstuk 5.16.3;

gassen – opslag in vaste reservoirs voor samengeperste, vloeibaar gemaakte of in oplossing gehouden gassen

afdeling 5.16.6 en bijlagen 5.16.3 en 5.16.4;

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures

hoofdstuk  5.43.1 + 5.43.4; 

niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW - 5 MW)

hoofdstuk 5.43.2.3.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst: 

S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur6 kgpoeder type ABC - gelijkmatig verdeeld over de inrichting, te worden aangebracht. 

S23
Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur6 kgpoeder type ABC - dienen aangebracht bij elk punt of lokaal met verhoogd risico, zoals ondermeer pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting dienen minstens twee toestellen aanwezig te zijn. Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde. 

S9
Een snelblustoestel van 5 kg CO2 - ½ bluseenheid conform NBN EN 3-7 - dient aangebracht nabij de toegang tot de hoogspanningscabine.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 7 maart 2014 en eindigt op 7 maart 2034.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.