Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 23 september 2013 vraagt Veys Emanuel, Advocaat, Louizastraat 32/B1, 2000 Antwerpen, in opdracht van de heer Van Nieuwenhuysen Luc, per e-mail om het eigendom, gelegen Leningstraat 10, district Borgerhout, met acht woongelegenheden, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1.Bestaande juridische toestand
Het pand, Leningstraat 10, district Borgerhout, is kadastraal gekend als huis met volgende kadastrale gegevens: 25e afdeling, sectie A, nummer 1153 N 4.
Volgens de kadastrale gegevens zijn er 3 woongelegenheden gekend.
In het archief van de stad Antwerpen zijn er geen voorgaande stedenbouwkundige vergunningen terug te vinden.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk uitvoeringsplan afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het goed is volgens het gewestplan Antwerpen gelegen in woongebied.
2.Bestaande feitelijke toestand
Het pand bestaat momenteel uit acht appartementen. Per bouwlaag (gelijkvloerse , eerste en tweede verdieping) zijn er telkens twee woongelegenheden, één vooraan en één achteraan.
Op de tussenverdiepingen (eerste en tweede tussenverdieping) is er telkens één woongelegenheid.
De woongelegenheden zijn allen kleiner dan 30,00 m². De studio op de tweede verdieping achteraan heeft de volgende benaderende afmetingen: 4,30 meter breedte en 4,00 meter diepte.
De studio op de tweede tussenverdieping heeft de volgende benaderende afmetingen: 7,00 meter diepte en 3,00 meter breedte.
3. Overtreding
Naar aanleiding van een klacht werd het pand gecontroleerd op 27 september 2012 en een proces-verbaal opgesteld (AN.66.LB.140136/2012) voor het vermeerderen van het aantal woongelegenheden, van drie naar acht.
Evaluatie van de bewijsvoering
Uit de bevolkingsgegevens blijkt dat, voor de datum van het gewestplan, geen acht gezinnen ingeschreven waren in het betreffende pand.
Uit de gegevens van de gas- en elektriciteitsmeters blijkt tevens dat slechts één meter van voor 1979 dateert.
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat er pas vanaf 1986 sprake is van acht appartementen in het gebouw
Voorgaande bewijst onvoldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962), of dateert van de periode tussen de Wet op Stedenbouw en het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979).
Conclusie
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, de acht woongelegenheden niet op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist om, op basis van de ingediende bewijsstukken, de opname in het vergunningenregister van het pand met 8 woongelegenheden, Leningstraat 10, district Borgerhout, wegens een vermoeden van vergunning, te weigeren.