In aanloop naar de vorige Vlaamse beleidsperiode stelden de vijf Vlaamse Kunststeden (Brugge, Gent, Leuven, Mechelen en Antwerpen) een memorandum op waarin zij hun noden en wensen voor het toerismebeleid in Vlaanderen verduidelijkten. Hiervoor werd een collegiale brief verzonden vanuit het college van elke stad (collegebesluit van 23 oktober 2009, jaarnummer 14998).
Op 19 december 2011 (jaarnummer 1496) keurde de gemeenteraad goed dat Antwerpen de krachten breder bundelde met Brugge, Leuven, Gent en Mechelen binnen de vzw Vlaamse Kunststeden als toeristisch samenwerkingsverband.
Met het vooruitzicht op een nieuwe beleidsperiode willen de Vlaamse Kunststeden opnieuw aanbevelingen naar de Vlaamse overheid doen, nu vanuit het samenwerkingsverband, en zodoende een eenduidig pakket aan aanbevelingen aan het nieuwe Vlaamse bestuur overhandigen.
In de aanbevelingsnota formuleren de Vlaamse Kunststeden hun aanbevelingen voor het toekomstig Vlaamse toeristisch beleid. De kunststeden zijn het sterkste internationale toeristische product binnen Vlaanderen en ze willen samen,maar elk vanuit hun eigenheid, een sterk verhaal naar de internationale markt brengen.
Een sterk product kenmerkt zich door een goede bestemmingsontwikkeling en krachtige buitenlandpromotie op maat van de stad en van de internationale bezoeker. Aandachtspunten voor de volgende jaren zijn de kwaliteit van het onthaal van internationale toeristen, zowel in de steden als daarbuiten. Dat laatste om de steden vlot bereikbaar te maken voor internationale bezoekers.
Kwaliteit staat ook voorop als het gaat over regulering van het toeristisch landschap. Een duidelijk statuut voor gidsen opmaken en een evaluatie van het logiesdecreet zorgen er mee voor dat de steden mee evolueren met de internationale toeristische standaarden.
Het college neemt kennis van de aanbevelingen voor het Vlaamse toerismebeleid door de vzw Kunststeden Vlaanderen.