De stad Antwerpen heeft al een lange weg afgelegd inzake het gebruik van toezichtscamera's. De eerste bewakingscamera's op het grondgebied van de stad Antwerpen werden geïnstalleerd in 2001. Inmiddels zijn er meer dan 120 bewakingscamera's actief. Recent onderzoek naar de effecten van het cameratoezicht in de stad Antwerpen wees uit dat camera's een substantiële bijdrage leveren aan de gevoelsmatige veiligheid. Burgers, die bekend zijn met cameratoezicht, hebben een sterker veiligheidsgevoel en meer vertrouwen in politie en stadsbestuur. Het draagvlak voor cameratoezicht bij de bevolking van de stad Antwerpen is bovendien erg groot (70 tot 100%).
De organisatie van cameratoezicht en het plaatsen van veiligheidscamera’s in het kader van de openbare veiligheid was initieel een taak toebedeeld aan de bedrijfseenheid samen leven. In 2008 werd beslist om het camerabeleid projectmatig toe te bedelen aan de telecommandokamer van de Lokale Politie Antwerpen en verder uit te bouwen vanuit de algemene toezichtrol van de Lokale Politie Antwerpen. De projectwerking gebeurt sedertdien in nauwe samenwerking met een gedetacheerde vertegenwoordiging van de bedrijfseenheid samen leven.
Er werd de voorbije jaren in het cameraproject een interne rationalisatie en verbeterde exploitatie doorgevoerd. Het dispatchingcentrum van de Lokale Politie Antwerpen vervult intussen een vooraanstaande rol als videoknooppunt in de informatiesturing. Camerabeelden kunnen zowel in front- als backoffice op diverse locaties worden uitgekeken en vanuit de meldkamer verder live of in opname worden verdeeld naar relevante partners.
Intussen wordt dit ook toegepast in functie van de integratie van netwerken en de bereikbaarheid van bestaande camera’s bij partners binnen de stad Antwerpen. Zo wordt onder meer ook het glasvezelnetwerk gebruikt van de Vlaamse Gemeenschap en kunnen de camera’s van NMBS, Agentschap Wegen en Verkeer en Antwerp World Diamond Center binnengehaald worden in de telecommandoruimte op Oudaan. Met andere partners, zoals De Lijn en private alarmcentrales zijn er in die zin reeds lopende contacten voor samenwerking.
Daar waar de kiemen van dit beleid dus zijn ontstaan binnen de tandem Lokale Politie Antwerpen en de bedrijfseenheid samen leven, zijn we op het punt gekomen om deze lijn door te trekken naar alle camera’s op het stedelijk grondgebied. Het opzet is het evolueren naar één groot stedelijk cameranetwerk, waarbij enerzijds het vinden van synergieën belangrijk is en anderzijds ook kennisuitwisseling en een verregaande samenwerking wordt beoogd.
Menige organisatie of stadsdienst gebruikt vandaag camera’s op het stadsgrondgebied als ondersteunend middel voor veiligheid. In functie van de gediversifieerde veiligheidsdoelstellingen wordt momenteel bij de diverse partners een autonoom beleid gevoerd. Er rijzen meerdere initiatieven uit de grond zoals het voornemen om camera’s te plaatsen in de haven of de sociale woningbouw. Vele initiatieven lopen momenteel echter nog te veel naast mekaar. Op diverse fronten is al gebleken dat samenwerking nuttig is en zich soms ook opdringt. Dit resulteerde al in de eerste schoorvoetende contacten en de eerste summiere samenwerkingsverbanden op losse schaal.
De combinatie van de besluitvorming inzake camerabeleid van diverse organisaties of stedelijke entiteiten, elk in het kader van hun eigen beleidsdomeinen, geeft aanleiding tot een verregaande verknoping en verstrikking van het beleid door de verschillende beslissingsniveaus.
Deze dreigende verstrikking door het gebrek aan afstemming bij 'multilevel governance' kan worden tegengegaan door een centrale cameravisie en een centraal afgestemd beleid. Continu centraal overleg tussen diverse instanties van verscheidene territoriale lagen, kan hierbij veel soelaas bieden: het plaatselijke potentieel en de drijfveren voor een performant cameragebruik zijn cruciaal voor het verbeteren van de kwaliteit en de samenhang van het camerabeleid
Voor een verdere optimalisatie en performantie is het wenselijk dat het cameraproject voortaan deel uitmaakt van een integraal en geïntegreerd stedelijk veiligheidsbeleid. De camera dient geen leidende rol te vervullen, maar kan wel als ondersteunend middel fungeren in het kader van het proactief, preventief en repressief veiligheidsbeleid. Daarom moet dit ook worden gekoppeld aan een set van beleidsinstrumenten binnen de veiligheidsketen, zoals de afstemming tussen veiligheidspartners en specifiek het overlastbeleid. Professionele camera’s moeten nodig nog her en der de status van hebbeding overstijgen want ze zijn daarvoor te duur. Het uitgangspunt van 'return on investment' is daarbij erg belangrijk. Het weloverwogen plaatsen van de juiste camera-infrastructuur, het vooraf bepalen van relevante doelstellingen, en de planmatige en organisatorische inbedding van de exploitatie van beelden moet daarbij de leidraad zijn, willen we dit vertaald zien in resultaten. Er wordt namelijk al te dikwijls uitgegaan van een mythische visie op camera’s als zogenaamd ‘ultieme redmiddel’ in een queeste voor veiligheid. Cameraplaatsing vergt een weloverwogen aanpak en de inpassing in welbepaalde processen.
De stad Antwerpen stelt zich daarom tot doel om een strategisch camerabeleid uit te bouwen op stedelijk niveau, geïntegreerd in één geografisch (stedelijk) netwerk met een relevant partnerbeleid en met het oog op een flexibele beeldaansturing bij de Lokale Politie Antwerpen in functie van de diverse organisatorische doelstellingen. Eén globaal geïntegreerd cameranetwerk moet toelaten om zowel een goede kwaliteitsstandaard als een kwalitatieve continuïteit te hanteren, en de exploitatie te maximaliseren.
De manager camerabeleid geeft het stedelijk camerabeleid een eenduidige visie en werkt in een multilevel governance omgeving. Hij leidt specifieke projecten zoals de implementatie van een ANPR gordel en bijkomende gebieden voor veiligheidscamera’s. Hij volgt de nieuwe ontwikkelingen, projecten en evoluties op, levert polyvalent advies, coördineert initiatieven waar nodig en zoekt daarvoor afstemming tussen diverse relevante interne en externe partners. Hij neemt daarbij ook deel aan overkoepelend coördinerend cameraoverleg op provinciale of nationale forums in functie van de gewenste complementariteit en consistentie.
Het is uiteraard van belang om de aanschaf en de plaatsing van camera’s binnen het stedelijk kader af te toetsen aan de gewenste functionaliteiten, de doelstellingen en het vigerend wettelijk kader. Het is daarom niet alleen nuttig maar ook noodzakelijk om de autonome exploitatie van verschillende beleidsniveaus te stroomlijnen binnen de bredere veiligheidsdoelstellingen en organisatieprocessen van de stad Antwerpen. Het samenbrengen van camera-initiatieven en investeringen op diverse echelons, alsook het delen van camera's en het uitwisselen van beelden, met respect voor het wettelijk kader, zal ook dubbelinvesteringen uitsluiten. Eén coherente visie op camerabeleid, zal de effectiviteit en efficiëntie daadwerkelijk verhogen. Zowel organisatorische als technische ondersteuning door de manager camerabeleid spelen daarbij een belangrijke rol.
De wet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s van 21 maart 2007, Belgisch Staatsblad 31 mei 2007 bedeelt aan de politie een belangrijke rol toe voor het cameratoezicht. Het live uitkijken van beelden op niet besloten plaatsen geschiedt onder toezicht, beheer en regie van de politie, opdat politiediensten onmiddellijk kunnen ingrijpen. De korpschef levert vanuit de politie tevens het advies voor de stemming in de gemeenteraad over de plaatsing van camera’s.
De Wet op het Politieambt van 5 augustus 1992, B.S. van 22 december 1992, voorziet in de ideale voedingsbodem voor de optimale exploitatie, waarbij cameratoezicht in partnerverband kan leiden tot oplossingen en tevens kan worden beschouwd als visuele ad hoc informatie voor adequate aansturing van ploegen. De hedendaagse politiële tijdsvisies van de gemeenschapsgerichte politiezorg en de informatiegestuurde politiezorg zijn twee concepten, die zich versterken in de visie rond excellente politiezorg, waarvoor het cameratoezicht dus een uitgelezen middel is.
Het college keurt goed dat er op stadsbreed niveau een strategisch camerabeleid zal worden gevoerd waarbij maximaal wordt ingezet op partnersamenwerking, kennisdeling, het afstemmen en optimaliseren van diverse cameraprojecten en het vinden van synergieën tussen diverse camera-initiatieven bij de stad en op stadsgrondgebied. Dit moet toelaten de bestuurlijke cameradoelstellingen optimaal te realiseren.
Het college keurt goed dat daarvoor een manager camerabeleid wordt aangewezen. Hij wordt belast met de visievorming en de realisatie van de coördinerende beeldregie bij de Lokale Politie Antwerpen voor het optimaliseren van het veiligheidstoezicht.
Het college keurt goed dat dit mandaat wordt toegewezen aan commissaris Luc De Kock als specifieke functie bij de Lokale Politie Antwerpen. Hij behoudt zijn standplaats binnen de lokale politie en wordt bezoldigd door de politieorganisatie en dit buiten kader van het personeelsbehoefteplan 2014.
Het college keurt goed dat de manager camerabeleid een visiedocument zal opstellen inzake de ontwikkelde cameravisie, de synergieën bij een stedelijk geïntegreerd camerabeleid, de realisatie van de cameradoelstellingen en de meerjarenplanning. Hij zal dit aan het college en managementteam presenteren.
Het college keurt goed dat er in Antwerpen één centraal meldpunt wordt opgezet bij de Lokale Politie Antwerpen, waarbij alle (ver)nieuw(d)e cameraprojecten op stadsgrondgebied tijdig worden aangemeld. Dat moet toelaten om tijdig opportuniteiten te detecteren en initiatief te nemen tot voorafgaand coördinerend overleg tussen diverse partners en diensten, wat ook budgettair een meerwaarde kan creëren in het reduceren van kosten, het schrappen van dubbelinitiatieven en het vinden van synergieën.
Het college keurt goed dat ter ondersteuning van het veiligheidsbeleid het cameratoezicht wordt gefaciliteerd door een duidelijk beleidsplan inzake de inrichting van de openbare ruimte, met onder meer een ondersteunend snoei- en lichtplan. Deze beslissing heeft inherent belangrijke raakvlakken met het gevoerde beleid binnen andere bedrijfseenheden zoals stadsontwikkeling, stadsbeheer en samen leven.