Terug

2014_CBS_05007 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Nieuw Zuid, district Antwerpen - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/05/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_05007 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Nieuw Zuid, district Antwerpen - Definitieve vaststelling - Goedkeuring 2014_CBS_05007 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Nieuw Zuid, district Antwerpen - Definitieve vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Onderzoek

Het openbaar onderzoek liep van 15 november 2013 tot en met 13 januari 2014. Tijdens deze periode werden 6 rechtsgeldige bezwaarschriften ingediend waarvan er één werd ingediend door twee verschillende personen en 1 rechtsongeldig bezwaarschrift, ondersteund met een petitie bestaande uit 10 handtekeningen en een uittreksel met reacties van de website van de indiener.
In het kader van het openbaar onderzoek werden tevens adviezen ontvangen vanwege de deputatie van de provincie Antwerpen, Ruimte Vlaanderen, Vlaamse overheid en een advies op eigen initiatief van de adviesraad voor duurzame ontwikkeling en milieu Antwerpen (ADOMA).
De behandeling van de bezwaarschriften en adviezen is verwerkt in het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 2.2.14.§6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering, zegt dat de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vaststelt.

Aanleiding en context

 

Datum

Document

Instantie

Jaarnummer

18 september 2006

definitieve vaststelling strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA)

gemeenteraad

1779

21 december 2006

goedkeuring strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA)

bestendige deputatie

 

19 mei 2009

beslissing tot opmaak RUP en vaststelling randvoorwaarden  ontwikkeling

college

6829

15 juli 2011

samenwerkingsovereenkomst tussen AG Stadsplanning Antwerpen en private projectontwikkelaar

raad van bestuur

 

4 juli 2012

gunning opdracht tot opmaak RUP binnen raamcontract Grontmij Vlaanderen nv
(bestek AG STAN/10/SP/006/BE01)

directiecomité

 A02_SK_NZ

5 oktober 2012

goedkeuring masterplan Nieuw Zuid

college

10436

25 januari 2013

goedkeuring richtnota RUP Nieuw Zuid

college

13031

19 april 2013

goedkeuring aanpassing richtnota: aanpassing contour RUP

college

3876

14 juni 2013

kennisneming voorontwerp-RUP Nieuw Zuid

college

6011

27 september 2013

voorlopige vaststelling RUP Nieuw Zuid

college

9714

21 oktober 2013

voorlopige vaststelling RUP Nieuw Zuid

gemeenteraad

650

7 februari 2014

sluiting openbaar onderzoek

college

1022

Op 21 oktober  2013 (jaarnummer 650) werd het ontwerp-RUP voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad.
Vervolgens werd het plan ter inzage gelegd (openbaar onderzoek). Na de verwerking van de adviezen en de ingediende bezwaren kan het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) definitief worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Argumentatie

Ruimtelijke ordening

In het kader van het openbaar onderzoek brachten de deputatie van de provincie Antwerpen en Ruimte Vlaanderen, Vlaamse overheid een voorwaardelijk gunstig advies uit met vermelding van aandachtspunten en opmerkingen.

De adviesraad ADOMA gaf een advies op eigen initiatief. Dit advies werd door de GECORO behandeld als bezwaarschrift. 

Advies deputatie van de provincie Antwerpen

Er wordt een voorwaardelijk gunstig advies gegeven (als bijlage). De belangrijkste aandachtspunten en opmerkingen waarmee rekening moet worden gehouden, zijn:

  • bijkomend motiveren waarom de visie voor de zones Pu2 en Ce2 ten aanzien van RUP Binnenstad in een relatief korte tijdsspanne wordt gewijzigd;
  • minstens de visie over parkeerbeleid mee op te nemen, aangezien er geen parkeervoorschriften zijn opgenomen;
  • de voorschriften moeten toepasbaar zijn voor eventuele individuele eigenaars of bij een gefaseerde ontwikkeling;
  • afstemming voorzien met Waterwegen en Zeekanaal over het TAW-peil in de voorschriften;
  • aanvullen van voorschriften of toelichtingsnota dat het ontbreken van de inrichtingsstudie die wordt gevraagd in de voorschriften geen weigeringsgrond mag zijn voor het verlenen van een vergunning en geen reden om het dossier onontvankelijk te verklaren;
  • haakjes en afkortingen in de voorschriften vermijden en aanvullen van de terminologielijst overeenkomstig de stedenbouwkundige voorschriften;
  • verduidelijken van voorschrift (artikel 5.2.2) aangaande bouw van paviljoenen in zone Pu1;
  • verduidelijken van voorschrift aangaande de bouwdiepte van balken (artikel 1.2.2.1);
  • verduidelijken van voorschriften aangaande de gewenste herlocalisatie van het bestaande tankstation naar Ce2;
  • uitwerken en verduidelijken van de overgangsmaatregel voor de parking (zone Ce2 en Gr1).

Advies Ruimte Vlaanderen, Vlaamse overheid

Er wordt een voorwaardelijk gunstig advies gegeven (als bijlage). Een belangrijke voorwaarde is dat de parking aan het justitiepaleis wordt herbekeken volgens de gemaakte opmerkingen hierover. Ruimte Vlaanderen geeft  daarnaast volgende bemerkingen:

  • de parkeerinfrastructuur aan het justitiepaleis is niet verenigbaar met de uitgangspunten van het RSV (ruimtelijk structuurplan vlaanderen);
  • er moet meer duidelijkheid komen over de noodzaak van het aantal parkeerplaatsen van de parking achter het justitiepaleis, de onderzochte alternatieven en de mogelijkheid om deze parking ondergronds te voorzien;
  • bestendiging zonder meer van de bestaande parking van Woonhaven aan de Van der Sweepstraat (gelegen buiten het plangebied van het RUP Nieuw Zuid) is niet opportuun;
  • er zijn geen maxima opgenomen van het aantal toegelaten parkeerplaatsen voor de parkings aan het justitiepaleis en op de Kaaien;
  • de mogelijkheden voor tijdelijke parkings op de Kaaien is niet gemotiveerd in relatie tot het totaal aantal parkeerplaatsen op de Scheldekaaien, het is onduidelijk of het totaal aantal parkeerplaatsen toeneemt en het tijdelijk karakter ervan wordt niet gekwantificeerd.

Advies GECORO (5 februari 2014)

In het advies van de GECORO  zijn alle wijzigingen en aanvullingen aan het RUP naar aanleiding van de adviezen en de rechtsgeldig ingediende bezwaren met bijhorende argumentatie terug te vinden (als bijlage).

De belangrijkste wijzigingen aan het RUP zijn:

  • aanvullen van de algemene voorschriften en terminologie: opnemen van stop-principe, aanvullen van in de voorschriften gebruikte begrippen;
  • verduidelijken van de voorschriften: functie tankstation toelaten, verduidelijken bouwdiepte balken in zone Ce1, niet uitsluiten van andere hernieuwbare energieproductie, toepasbaarheid voor individuele eigenaars, niveau van de kaaiweg;
  • aanpassen van de voorschriften in zone Ce2: insprongen toelaten en extra bouwlaag aan parkzijde (zone Gr1) en pleinzijde (zone Pu2);
  • aanvullen en verduidelijken van de toelichtingsnota aangaande: het aspect groen, de parkeervisie voor onder meer de Scheldekaaien, de gewijzigde visie ten aanzien van RUP Binnenstad voor de zones Pu2 en Ce2.

Aangaande de parking aan het justitiepaleis adviseert de GECORO om de tijdelijke bovengrondse parking niet langer toe te laten dan de geldigheid van de tijdelijk verleende vergunning en de stedenbouwkundige voorschriften als dusdanig aan te passen. De GECORO is ook van mening dat de parking evenmin ondergronds toegelaten kan worden in zone Gr1.

De GECORO is bovendien van oordeel dat er behoefte is aan een stedelijke parkeerverordening in samenhang met een mobiliteitsvisie.

Daarnaast formuleert de GECORO een aantal technische opmerkingen en adviseert om deze aan te passen in de toelichtingsnota en de stedenbouwkundige voorschriften:

  • aanvullen en/of aanpassen van de toelichtingsnota: toevoegen legende van het register planbaten – planschade, aanpassen dat voetweg 21 niet wordt afgeschaft;
  • aanpassen, aanvullen en/of verduidelijken van de algemene stedenbouwkundige voorschriften:
    • verbeteren typ- en spellingfouten;
    • rechtzetten van inconsequente nummering van de artikels;
    • aanvullen terminologie: verduidelijken van wat onder een groene ruimte wordt verstaan, toevoegen van “Collectieve private buitenruimte”;
    • verduidelijken dat de aansluitplicht voor het warmtenet geldt voor ruimteverwarming en warm tapwater;
  • aanpassen, aanvullen en/of verduidelijken van de bijzondere stedenbouwkundige voorschriften artikel 1 - zone voor centrumfuncties Ce1: 
    • blokken en balken: in de voorschriften specifiëren waar deze kunnen gebouwd worden (balken in striga 1, 2, 3, 5, 7 en blokken in striga 0, 1, 2, 3,4, 5 en 6);
    • verduidelijken van de toepassing van de oppervlaktebeperking van 1.500 m² voor kantoren in overeenstemming met de resultaten van de plan-MER;
    • toevoegen dat de oppervlaktebeperking voor detailhandel, reca, dansgelegenheden per entiteit geldt;
    • 10 m² buitenruimte onder bestemming wonen aanpassen naar “minimum 4 m² per wooneenheid + 2 m² per slaapkamer” in overeenstemming met het voorstel voor herziening van de bouwcode;
    • toevoegen van marges op de gemiddelde waarden van het aantal bouwlagen voor de blokken;
    • weglaten van de gemiddelde bouwhoogte van de balken per striga (nu bepaald op 4) wegens inconsistentie;
    • vervangen van “… de productie van energie via zonnepanelen…” door “… de productie van hernieuwbare energie …”;
    • verduidelijken van artikel 1.2.3.2 aangaande private buitenruimten in die zin dat de bepalingen consistent zijn voor zowel private individuele als private collectieve tuinen en dat het duidelijk is wat onder private buitenruimte wordt verstaan en aan welke voorwaarden deze moeten voldoen;
  • aanpassen, aanvullen en/of verduidelijken van de bijzondere stedenbouwkundige voorschriften artikel 2 - zone voor centrumfuncties Ce2: 
    • 10 m² buitenruimte onder bestemming wonen aanpassen naar “minimum 4 m² per wooneenheid + 2 m² per slaapkamer” in overeenstemming met het voorstel voor herziening van de bouwcode;
    • de oppervlaktebeperking van 1.500 m² voor kantoren weglaten;
    • toevoegen dat de oppervlaktebeperking voor detailhandel, reca, dansgelegenheden per entiteit geldt;
    • vervangen van artikel 2.2.2.2: “… de productie van energie via zonnepanelen…” door “… de productie van hernieuwbare energie …”;
  • aanpassen, aanvullen en/of verduidelijken van de bijzondere stedenbouwkundige voorschriften artikel 2 - zone voor centrumfuncties Ce3:
    • 10 m² buitenruimte onder bestemming wonen aanpassen naar “minimum 4 m² per wooneenheid + 2 m² per slaapkamer” in overeenstemming met het voorstel voor herziening van de bouwcode;
    • toevoegen dat alle oppervlaktebeperkingen per entiteit gelden;
    • vervangen van artikel 3.2.2.2: “… de productie van energie via zonnepanelen…” door “… de productie van hernieuwbare energie …”;
  • aanpassen van de bijzondere stedenbouwkundige voorschriften artikel 4 - zone voor GROEN_Wadi-park Gr1:
    • bepaling over de kleur van materialen in functie van de realisatie van de warmtecentrale (in ontwerpfase) aanpassen van “sobere en materiaaleigen kleuren” naar “sobere en/of materiaaleigen kleuren”.

Het advies van de GECORO wordt gevolgd, behalve voor wat betreft de tijdelijk vergunde parking aan het justitiepaleis.

Het justitiepaleis zelf beschikt niet over voldoende parkeerplaatsen om de eigen parkeerbehoefte op te vangen. Het werd in 2006 geopend en bevat een ondergrondse parkeergarage van circa 266 parkeerplaatsten. Om de parkeerdruk op te vangen werd een tijdelijke parking naast het gebouw aangelegd (eerste vergunning 1 april 2006). Een tweede tijdelijke vergunning werd in tussentijd bekomen (tweede vergunning tot 31 maart 2016).  

Vandaag heeft het justitiepaleis nog steeds een reële parkeerbehoefte. Deze kan echter niet op het openbaar domein worden opgevangen. Er wordt daarom voorgesteld om het RUP op dit punt als volgt te wijzigen:

  • behouden van de bepalingen aangaande de bovengrondse tijdelijke parking;
  • opnemen van de mogelijkheid om in zone Gr1 een ondergrondse parking als uitbreiding van een ondergrondse parking in zone Ce3  te realiseren, binnen de contour van de huidige parking en mits gronddekking van 3 m.
    Het RUP voorziet immers in een ondergrondse herlocatie van de bestaande tijdelijk vergunde parking in de zone Ce3 (200-tal parkeerplaatsen/laag) als onderdeel van de (her)ontwikkeling van het bouwblok met tankstation gelegen aan de Jan van Gentstraat. In afwachting van deze ontwikkeling laat het RUP deze tijdelijk vergunde parking (circa 350 parkeerplaatsen) op de huidige locatie aan het justitiepaleis (zone Gr1) toe.

Hoge parkeerdruk in de buurt

Volgens tellingen, uitgevoerd in kader van de opmaak van de Parkeerplanologische studie Kernstad, kennen de zones Brederodestraat en Gedempte Zuiderdokken een hoge bezettingsgraad van parkeren op het openbaar domein (straten, gedempte zuiderdokken):

  • zone Brederodestraat: bezettingsgraad van 89% en meer tijdens een weekdag;
  • zone Gedempte Zuiderdokken: bezettingsgraad van 60% tot 70%  tijdens een weekdag met een piekbezetting van meer dan 90% ’s avonds.

Het opheffen van de tijdelijke parking zou een problematische verhoging van de parkeerdruk op straat betekenen met overbezetting als gevolg. 

Alternatievenonderzoek

In kader van het Masterplan Scheldekaaien en de realisatie ervan werd een haalbaarheidstudie voor de bouw en exploitatie van een ondergrondse parking uitgevoerd. Dit resulteerde in financieel onhaalbare voorstellen die de stad ertoe verplichtten een nieuw scenario uit te werken. Hierbij worden alternatieve parkeervoorzieningen voor het Zuid en omgeving, zowel op korte als op lange termijn en binnen het huidige parkeeraanbod, onderzocht.

Opnieuw zal de haalbaarheid van de nieuw te bouwen parkings (Scheldekaaien en Gedempte Zuiderdokken) bij de marktspelers worden getoetst. Een nieuwe parking ter hoogte van de Van der Sweepstraat/Gedempte Zuiderdokken vormt samen met een nieuwe parking onder het te (her)ontwikkelen bouwblok aan de Jan van Gentstraat een reëel alternatief voor de huidige tijdelijk vergunde parking. Het marktonderzoek zal weldra principieel worden ingeleid bij het stadsbestuur, waardoor het vandaag niet mogelijk is om hier een timing op te zetten. In afwachting van een alternatief is het behoud van de tijdelijk vergunde parking noodzakelijk.

Reële parkeerbehoeften: justitiepaleis en bouwblok Jan van Gentstraat

  • Bouwcode

Het college keurde op 11 april 2014 de nieuwe bouwcode goed. Deze wordt hieropvolgend ter goedkeuring voorgelegd aan de provincie Antwerpen.

In de bouwcode wordt onder het hoofdstuk mobiliteit het minimum aantal te voorziene stalplaatsen en parkeerplaatsen voor fietsers en auto's bepaald, alsook de toepassingsregels en de inrichtingsprincipes.

  • Justitiepaleis

Bij een vergunningsaanvraag wordt het aantal voorziene stal- en parkeerplaatsen getoetst aan de (nieuwe) bouwcode. Voor een gerechtshof zijn er geen normen opgenomen. Het aantal plaatsen is ‘op maat’ te bepalen.

Voor het aandeel kantoorruimten in het justitiepaleis (bij benadering ca. 36.000 m², 3 bouwlagen, beschikbare informatie webstek Regie der Gebouwen) zou wel een berekening kunnen worden gemaakt volgens de normen in de bouwcode, hoewel het aandeel bezoekers (5% inbegrepen in norm) hier onderschat wordt. Het aantal benodigde parkeerplaatsen komt zo op 360:

Justitiepaleis

oppervlakte

m² bvo kantoorruimten

norm (kantoor in stationsomgeving)

min. aantal te voorziene parkeerplaatsen

3 kantoorlagen

78.000 m² (5 bovengrondse bouwlagen en 1 ondergrondse bouwlaag)

36.000 m² (indien ondergrondse laag mee in totale oppervlakte)

of 46.800 m² (indien ondergrondse laag niet mee in totale oppervlakte)

 

1/100 m² bvo

 

1/100 m² bvo

 

360 pp

 

 

468 pp

 

Vertrekkende van het huidige aantal parkeerplaatsen (circa 266 ondergronds + circa 360 tijdelijke parking = circa 626 parkeerplaatsen) bekomen we een parkeernorm van circa 0,8 parkeerplaatsen/100 m² bruto vloeroppervlakte.

Een vergelijking met andere gerechtshoven (volgens beschikbare informatie webstek Regie der Gebouwen) levert een gelijkaardige parkeernorm op:

Justitiepaleis (afstand tot station)

  • oppervlakte

Aantal parkeerplaatsen

Norm

Antwerpen (800 m)

78.000 m²

266+360=626

circa 0,8 pp/100 m²

Luik - uitbreiding (350 m)

 

344

circa 0,85 pp/100 m²

Hasselt (500 m)

25.457 m²

219 (zonder P station)

circa 0,85 pp/100 m²

Kortrijk (800 m)

12.741 m²

40 (?)

circa 0,3 pp/100 m² (?)

De capaciteit van de bestaande tijdelijk vergunde parking is circa 350 plaatsen (volgens telling mei 2013: 345 plaatsen + 15 mindervalide plaatsen). Het parkeren is betalend.

Volgens een laatste telling (mei 2013) heeft de bestaande tijdelijk vergunde parking tijdens de voormiddag op weekdagen een piekbezettingsgraad van circa 85% (295 plaatsen). Vooral tijdens de week en gedurende de voormiddag is de parking goed bezet:

Bezetting

Telronde 1 £
(9.00 u)

Telronde 2
(11.00 u)

Telronde 3
(14. 00 u)

Telronde 4
(16.00 u)

Telronde 5
(19.00 u)

dinsdag 21 mei 2013

240

213

150

92

30

donderdag 23 mei 2013

295

272

136

93

39

zaterdag 25 mei 2013

34

42

73

127

176

Zondag 26 mei 2013

60

62

106

200

171

  •  bouwblok aan Jan van Gentstraat

Ten behoeve van de (her)ontwikkeling van het bouwblok aan de Jan van Gentstraat wordt in het RUP (zone Ce3) een gemengde ontwikkeling mogelijk gemaakt.

Het voorlopige programma levert een parkeerbehoefte (volgens normen niewe bouwcode - april 2014) op van:

Functie

Grootte

parkeernorm

min aantal te voorziene stal- en parkeerplaatsen

hotel

150 kamers

op maat

75

kantoren

2.272 m²

1pp/100 m²

23

wonen

60 eenheden aan 120 m²/eenheid

1,35/wooneenheid

81

tankstation

600 m²

op maat

  5

totaal

 

 

184

Het aantal parkeerplaatsen kan geoptimaliseerd worden door dubbelgebruik van een aantal parkeerplaatsen tussen de functie wonen (60% aanwezigheidsgraad op werkdag) en kantoren (100% aanwezigheidsgraad op werkdag). Het minimum aantal te voorziene stal- en parkeerplaatsen bedraagt dan 162.

Onder het toegelaten bouwvolume kan volgens de eerste schetsen een ondergrondse parking voorzien worden van circa 135 stal- en parkeerplaatsen per laag. Onder de zone voor Pu2 kan bijkomend een ondergrondse parkeergarage van circa 63 plaatsen per laag voorzien worden. Indien onder het gebouw als onder het plein (mits voldoende gronddekking) 2 lagen worden voorzien, kunnen hier 396 plaatsen gerealiseerd worden. 
In functie van een kostenrealistische ontwikkeling van deze zone (2 ondergrondse parkeerlagen) wordt voorgesteld dat een ondergrondse uitbreiding van deze parking in de zone voor groen Gr1 moet worden toegelaten, op voorwaarde dat deze uitbreiding binnen de contour van de bovengrondse tijdelijke parking in de zone Gr1 blijft en mits een gronddekking van 3 m Binnen deze zone kunnen volgens de eerste schetsen maximaal 210 plaatsen gerealiseerd worden (parkeergarage op niveau -2). Samen geeft dit een parkaarcapaciteit van 606 plaatsen.  

Milieueffectenrapportage (MER) 

Voor het projectgebied Nieuw Zuid (woonontwikkeling) en de Konijnenwei werd een vrijwillige plan-MER opgemaakt door de projectontwikkelaar. Voor de overige delen van het studiegebied van het masterplan (Scheldekaaien, restruimten, Singel en parking Jan van Gentstraat) werd een plan-MER-screening uitgevoerd in opdracht van de stad. De ontheffing van de plan-MER-plicht werd bekomen op basis van beide documenten.

Vrijwillige Plan-MER

 

indienen kennisgevingsdossier bij dienst MER

10 mei 2012

volledigverklaring

11 mei 2012

terinzagelegging

21 mei 2012 tot 20 juni 2012

richtlijnenvergadering

26 juni 2012

richtlijnen

29 augsutus 2012

indiening bij dienst MER

6 mei 2013

goedkeuring door dienst MER

21 juni 2013

ontheffingsdossier verstuurd aan dienst MER

28 augustus 2013

beslissing ontheffing plan-MER-plicht door dienst MER

1 oktober 2013

De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, is “van mening dat een ontheffing van de verplichtingen inzake milieueffectrapportage overeenkomstig artikel 4.2.5 tot en met 4.2.10 van het D.A.B.M. toegekend kan worden. De ontheffing wordt toegekend op basis van artikel 4.2.3, §3bis, a van het D.A.B.M.”

Plan-MER-screening

 

aanvraag adressen adviesinstanties

23 april 2013

raadpleging adviesinstanties

31 mei 2013

rappelbrief raadpleging adviesinstanties

2 juli 2013

ontheffingsdossier verstuurd aan dienst MER

28 augustus 2013

beslissing ontheffing plan-MER-plicht door dienst MER

20 september 2013

De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, gaf op 20 september 2013 volgend advies op de vraag tot ontheffing van de plan-MER-plicht: ”Rekening houdend met het bovenvermelde kunnen wij concluderen dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.”  

Een volledig overzicht van de milieumaatregelen uit de plan-MER en de planmerscreening en de doorwerking ervan is opgenomen als bijlage. Onderstaande milieumaatregelen uit de plan-MER en planmerscreening werden door vertaald in het RUP of worden niet gehypothekeerd door het RUP: 

Maatregel plan-MER

Verwijzing RUP

De bepalingen van het RUP mogen maatregelen die dienen om het autogebruik in de wijk of in relatie tot de wijk te ontmoedigen, niet hypothekeren

Ontsluitingssysteem van de wijk is vastgelegd in het grafisch plan

De bepalingen van het RUP mogen maatregelen in functie van het bekomen van een gunstig akoestisch klimaat in de nieuwe stadswijk of in de rand van de Konijnenwei, niet hypothekeren.

Algemene voorschriften (AV), maatregelen in functie van akoestiek en lucht

In het RUP moet opgenomen worden dat bij het lokaliseren van kwetsbare functies rekening moet gehouden worden met het akoestisch klimaat, de luchtkwaliteit en de nabijheid van het hoger wegennet

AV, maatregelen in functie van akoestiek en lucht

In het RUP moet aangegeven worden dat bij de gefaseerde invulling van het projectgebied op elk moment aan de vereisten van de hemelwaterverordening moet voldaan worden

Sectorale wetgeving is sowieso van toepassing. Een RUP verwijst niet naar sectorale wetgeving om tegenstrijdigheden te vermijden.

De bepalingen van het RUP mogen maatregelen die dienen om desgevallend veilige verbindingen voor stappers en fietsers te voorzien, niet hypothekeren

Bijzondere voorschriften (BV), zone voor groen - Wadipark (Gr1) en zone voor publiek domein  (Pu1 en Pu2), Inrichting

 

Maatregel plan-MER-screening die in het RUP kunnen, maar niet moeten worden door vertaald

Verwijzing RUP en motivering niet opname

Om vanuit meerdere beleidsdomeinen garanties te bieden dat het Sigmapeil bij herinrichting van de kaaien effectief wordt uitgevoerd, zou het Sigmapeil (9,25 meter) kunnen worden opgelegd in de voorschriften van het RUP

BV, zone voor publiek domein Pu1, Inrichting, Algemeen en Kaaiweg

In de voorschriften kan worden opgenomen dat de vegetatie in de zone kaai afgestemd wordt op die in de zone projectgebied Nieuw Zuid zodat een samenhangend ecologisch waardevol netwerk wordt gerealiseerd

In het RUP is opgenomen dat bij vergunningsaanvragen een inrichtingsplan moet opgemaakt worden dat kadert in een inrichtingsvisie voor de volledige zone van de kaaien zoals in dit RUP beschouwd:

BV, zone voor publiek domein Pu1, Inrichting, Algemeen

De voorschriften kunnen opnemen dat de eventuele paviljoenen op de Scheldekaaien worden uitgelijnd op de paden die vanuit de wijk Nieuw Zuid komen zonder het zicht vanuit de paden en woonstraten op de Schelde te belemmeren

De maatregel is opgenomen in het RUP:

BV, zone voor publiek domein Pu1, Inrichting, Paviljoenen

In het RUP kan vermeld worden dat voor kwetsbare locaties het best de volgende adviesafstanden tot drukke verkeersaders gerespecteerd worden: 300 m tot snelwegen en 50 m tot N-wegen.  Waar dit niet mogelijk is kunnen voor de zones waar recreatie, sport en spel mogelijk zijn, de nodige maatregelen getroffen worden op projectniveau (voorbeeld groeninkleding, of andere bufferende maatregelen).

Dit voorschrift geldt voor het globale RUP:

AV, maatregelen in functie van akoestiek en lucht

Watertoets

De watertoets is uitgevoerd voor de verschillende deelgebieden van het RUP:

  • deelgebied Scheldekaaien;
  • deelgebied restruimtes;
  • deelgebied parking Jan van Gentstraat;
  • deelgebied projectgebied Nieuw Zuid.

Deelgebied Scheldekaaien

Het deelplangebied betreft momenteel geen risicozone voor overstromingen. Ook in de toekomst worden er geen problemen verwacht gezien de waterkering langs de Schelde ter hoogte van Nieuw Zuid verhoogd zal worden in het kader van het Sigmaplan.

De omgeving is gevoelig voor grondwaterstromingen. In de nieuwe situatie wordt voor de kaaien (Masterplan Scheldekaaien) ter hoogte van het plangebied volgende ingrepen voorgesteld met positieve effecten vanuit waterhuishoudkundig oogpunt:

  • een stedelijk park voorgesteld waardoor de infiltratiekarakteristieken van de bodem verbeteren en hemelwater hier deels in de bodem kan dringen en vertraagd kan afgevoerd worden;
  • een licht verlaagde zone voorgesteld om een vochtiger gebied te creëren om onder meer het water van de kaaiweg te bufferen, waardoor de run off van water wordt vertraagd ten opzichte van de huidige situatie.

Het RUP laat ondergrondse parkings toe in de kaaizone, waarvoor op projectniveau of bij het detailontwerp eerst aangetoond zal moeten worden dat de nodige maatregelen getroffen worden om negatieve effecten op de grondwaterstroming te vermijden.
Voor het deelgebied kaaien kan besloten worden dat het plan niet resulteert in betekenisvolle negatieve effecten voor water.

Deelgebied restruimtes

Het plangebied vormt volgens de watertoetskaart geen risicozone voor overstromingen. De omgeving is gevoelig voor grondwaterstromingen.  Er worden geen wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van de huidige situatie. Het deelgebied restruimtes resulteert niet in betekenisvolle negatieve effecten voor de discipline water. 

Deelgebied parking Jan van Gentstraat

Het plangebied vormt volgens de watertoetskaart geen risicozone voor overstromingen. Er bevindt zich geen waterloop. Dit deelgebied ligt niet in overstromingsgevoelig gebied en de omgeving is gevoelig voor grondwaterstromingen. Het deelgebied parking Jan van Gentstraat resulteert niet in betekenisvolle negatieve effecten voor de discipline water.

Deelgebied projectgebied Nieuw Zuid

De zone waar de nieuwe stadswijk is gepland, is niet overstromingsgevoelig. In het kader van het Sigmaplan zal de bestaande waterkering op de kaaien verhoogd worden.
Aan de Kennedytunnel wordt de ring als effectief overstromingsgevoelig ingekleurd. De bemaling van de Ring beïnvloedt de natuurlijke grondwaterstroming die in de richting van de Schelde loopt. 

De effecten op het waterbergend vermogen van het gebied zijn verwaarloosbaar. In het project worden bovendien verschillende maatregelen voorzien ten behoeve van de waterhuishouding:

  • infiltratie van hemelwater (wadi’s), en dit met een veiligheidsniveau van 20 jaar;
  • groendaken;
  • hergebruik van hemelwater;
  • los van elkaar gelegen ondergrondse parkings.

Hoewel de totale oppervlakte aan verhardingen toeneemt, wordt er ruimschoots aan de geldende regelgeving voldaan.
Samengevat kan gesteld dat het plan een beperkt negatief effect heeft wat de wijziging van afvoer- en infiltratiekarakteristieken betreft.

Subsidie

Het dossier RUP Nieuw Zuid komt mogelijks in aanmerking voor het bekomen van subsidies in kader van het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke plannen van aanleg. Een aanvraagdossier zal hiervoor worden opgemaakt en vervolgens ingediend bij de Vlaamse administratie.

Juridische grond

Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) die de procedurevastleggen voor de opmaak van een RUP. 

Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met – mogelijk – aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen. 

Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2. Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4.
Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.

Besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke plannen van aanleg, hoofdstuk III-Subsidiëring van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Fasering

 

Stap

Datum

collegebesluit richtnota

25 januari 2013 (jaarnummer 13031)

collegebesluit: kennisneming voorontwerp

14 juni 2013 (jaarnummer 6011)

advies districtsraad

23 september 2013 (jaarnummer 128)

advies GECORO

3 juli 2013

plenaire vergadering en adviezen

8 juli 2013

gemeenteraad: voorlopige vaststelling

21 oktober 2013 (jaarnummer 650)

openbaar onderzoek

15 november t/m 13 januari 2013

advies GECORO: evaluatie bezwaarschriften

5 februari 2014

gemeenteraad: definitieve vaststelling

26 mei 2014

deputatie: goedkeuring RUP

september  2014

inwerkingtreding RUP

november 2014

  Bovenstaande data in vet-cursief zijn een raming

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college stelt de gemeenteraad voor het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Nieuw Zuid, district Antwerpen, definitief vast te stellen onder voorbehoud van de gelijktijdige goedkeuring door de gemeenteraad van de overeenkomst 'stedenbouwkundige lasten' voor het project Nieuw Zuid.
Dit RUP, met plan_ID: RUP_11002_214_10014_00001, bestaat uit een grafisch plan, het grafisch register (planbaten/planschade), een plan van de bestaande feitelijke en juridische toestand, de stedenbouwkundige voorschriften en een toelichtingsnota.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • 1_Bestaande_Toestand.pdf
  • 2_Grafisch_plan.pdf
  • 3_Grafisch_register.pdf
  • 4_Stedenbouwkundige_Voorschriften.pdf
  • 5_Toelichtingsnota.pdf
  • 6_Vertaling_Milieumaatregelen.pdf