Op 5 juli 2013 (jaarnummer 6994) keurde het college het projectvoorstel van Eandis goed met betrekking tot de opmaak van een stedelijke energievraagkaart en de daaraan gekoppelde potentieelscan voor warmtenetten. De stedelijke doelstellingen van het instrument zijn:
De kaarten werden in samenwerking met de stad Antwerpen gerealiseerd en zijn beschikbaar voor gebruik. In het proces van de realisatie werden de contouren van bijkomende toepassingsmogelijkheden duidelijk. Deze kennisneming beschrijft het opgeleverde instrument, haar doelstellingen (initieel en bijkomend) en concrete toepassingen binnen de stedelijke administratie en de mogelijke publieke ontsluiting.
De energievraagkaart en de potentieelscan zijn instrumenten gebaseerd op GIS-technologie. De technologie laat toe om grote hoeveelheden gegevens weer te geven op een kaart. GIS-kaarten vormen binnen veel domeinen een basis voor beleid. De stedelijke administratie beschikt dan ook over een uitgebreid GIS-systeem waarbinnen dus ook de energievraagkaart en potentieelscan kan opgenomen worden.
Aan de basis van het instrument liggen de verbruiksgegevens van de aansluitingen op het distributienet van Eandis. De locatie van het energieverbruik wordt met behulp van de aansluitgegevens bepaald. De gehanteerde gebruiksgegevens zijn de jaarverbruiken voor het jaar 2012. Met behulp van een rekenmodel wordt uit deze gegevens het energieverbruik afgeleid voor verschillende toepassingen:
De resulterende gegevensset wordt weergegeven op een kaart. In de energievraagkaart zijn twee voorstellingswijzen voorzien:
Naast de energievraagkaarten werd ook een potentieelscan gemaakt inzake warmtenetten. Met behulp van een rekenmodel en de gegevens betreffende de energievraag werd een kost berekend voor de realisatie van een warmtenet. Deze kost werd vervolgens uitgedrukt als een distributienettarief dat gevraagd zou moeten worden aan de eindklant, de warmteafnemer, om de investering te financieren. Hoe lager dit fictief tarief hoe meer potentieel voor een warmtenet. Als men dit tarief afzet ten opzichte van de huidige integrale kost van energielevering aan de eindklant met behulp van aardgas kent men meteen de marge die bestaat voor energieproductie. Ruwweg kan men stellen dat bij een distributienettarief van 25€/MWh nog 25€/MWh kan betaald worden voor de energieproductie. Dit ligt in de buurt van de huidige aardgasprijs en laat afhankelijk van de technologie ook restwarmte of hernieuwbare energie toe als warmtebron. Het fictieve distributienettarief wordt voorgesteld op een raster van 250m bij 250m.
Kennis van de stedelijke energiestromen vormt de basis voor een strategisch energiebeleid. Dat beleid vertrekt vanuit de doelstellingen zoals deze gesteld zijn in het Antwerpse klimaatplan en de beleidsnota “duurzame stad”. Binnen het thema energie worden ze in de beleidsnota als volgt omschreven:
Ruimtelijk inzicht in de energiestromen stelt de stad Antwerpen in staat om gebiedsgericht initiatieven te nemen of impulsen te geven die vorm geven aan haar toekomstige energievoorziening en de energie-efficiëntie van haar patrimonium. Daaronder vallen onder meer initiatieven inzake:
De doelstellingen van het instrument kunnen dus ruimer gedefinieerd worden dan initieel voorzien. Bovendien hebben ze naast het evidente energiethema ook raakvlakken met andere thema’s. Zo heeft een verbeterd energiesysteem met een hoger aandeel hernieuwbare energie en meer collectieve warmteproductie ook een positief effect op de stedelijke luchtkwaliteit.
De energievraagkaart kan de verschillende dienstverlenende of beleidsondersteunende afdelingen van de stedelijke administratie op diverse manieren ondersteunen bij het realiseren van de doelstellingen.
Gecombineerd met andere gegevensbanken van de stad Antwerpen kunnen de gegevens over het stedelijke energieverbruik de basis vormen voor de evaluatie van bepaalde maatregelen op vlak van energiebesparing. Met behulp van, eventueel nog te ontwikkelen, softwaretoepassingen kan men bijvoorbeeld de effecten inschatten van een sensibiliseringscampagne of steunmaatregelen.
Ook kan er een antwoord gegeven worden op de vraag op welke manier de klimaatdoelstellingen voor een bepaalde wijk gerealiseerd kunnen worden. Met behulp van gegevens over de energievraag, het potentieel aan hernieuwbare energie, het renovatiepotentieel en wijzigingen in het gebruikersgedrag kan men voor elke wijk een concreet plan uitwerken voor het behalen van een vooraf gestelde doelstelling.
Stadsontwikkelingsprojecten creëren vaak opportuniteiten voor het hertekenen van de stedelijke energievoorziening. Op het vlak van energie-infrastructuur vormen ze geen op zichzelf staande entiteiten. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn er investeringen nodig in het distributienetwerk, op de site en in de omgeving. Nieuwe wijken worden ook steeds meer energie-efficiënt en zullen in sommige gevallen zelfs in staat zijn om hernieuwbare energie te leveren aan de omliggende wijken. De energievraagkaart helpt stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars inzicht te verkrijgen in de energiestromen in de omgeving van het projectgebied. Het stelt hen in staat energieconcepten te ontwerpen waarbij zowel de nieuwe wijk als de bestaande omgeving maximaal profiteren van eventuele synergie. Zo is het perfect denkbaar dat een wijkgebonden en hernieuwbare warmteproductie overdag instaat voor de warmtelevering aan een bestaand, naastgelegen kantorencomplex. Zo kan voor de investering een maximaal rendement gerealiseerd worden.
In antwoord op de toekomstige uitdagingen onderzoekt de stad Antwerpen diverse stedenbouwkundige scenario’s. Eén van deze uitdagingen is de verwachtte bevolkingsgroei die de stad noopt tot een verdichting van haar gebouwde omgeving. Bij de evaluatie van de verschillende verdichtingscenario’s vormt energievoorziening één van de factoren waarmee men rekening moet houden. Bepaalde scenario’s zullen positief bijdragen aan een duurzame energievoorziening door het inplannen van complementaire functies. Vergelijkbaar met de vorige paragraaf zal de energievraagkaart hierbij voor het nodige inzicht zorgen en de ontwerpers in staat stellen de effecten en synergiën van hun ontwerp te evalueren.
Het meest voor de hand liggende gebruik van de energievraagkaart betreft de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur waarin warmtenetten een steeds prominentere rol zullen opnemen. De energievraagkaart en de bijbehorende potentieelkaart zullen steeds de basis vormen van energieconceptstudies die in steeds meer stedenbouwkundige instrumenten verankerd worden (Hoogbouwnota, Projectdefinities, Masterplannen …). Bij de verfijning van de conceptstudie naar een technisch-economische haalbaarheidsstudie worden ze eventueel aangevuld met bijkomende gegevens inzake afnameprofielen of het aanbod van (industriële) restwarmte.
Om de mogelijkheden van de kaarten maximaal te benutten worden de volgende acties genomen:
Het college neemt kennis van de energievraagkaart en de potentieelscan warmtenetten als resultaat van de uitvoering van het projectvoorstel van Eandis.
Het college neemt kennis van de doelstellingen en mogelijke toepassingen van de instrumenten "energievraagkaart" en "potentieelscan warmtenetten".
Het college keurt goed dat de energievraagkaart en potentieelscan warmtenetten voor medewerkers en publiek ontsloten worden via geografisch informatiesysteem (GIS) ‘Stad in kaart’, de website van de stad Antwerpen en open data.