Terug

2014_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Parochiale Werken Heilig Hart vzw, Krugerstraat 24, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/170/JW - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
wo 30/04/2014 - 09:00 digitaal, enkel stedenbouwkundige vergunningen
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Parochiale Werken Heilig Hart vzw, Krugerstraat 24, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/170/JW - Kennisneming 2014_CBS_04660 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Parochiale Werken Heilig Hart vzw, Krugerstraat 24, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/170/JW - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6.

 Sectorale voorwaarden:

lokalen waar muziek geproduceerd wordt

hoofdstuk 5.32.2;

polyvalente zalen

hoofdstuk 5.32.3, 5.32.4 en 5.32.5.

Artikel 3

De volgende bijzondere en brandweervoorwaarden zijn van toepassing:

 Bijzondere voorwaarden:

  • het maximum aantal bezoekers wordt vastgesteld op 200 personen voor de hele inrichting samen;
  • bij gebruik van het lokaal waarin muziek gespeeld wordt, moet de deur van de hoofdingang tijdens de openingsuren permanent vergrendeld open blijven;

 Brandweervoorwaarden:

Snelblustoestellen van het type 6 kg poeder ABC dienen minimum aangebracht op volgende plaatsen:

In de zaal zelf:

2 toestellen

In de keuken:

1 toestel

Op het podium van de zaal:

1 toestel

In het café:

1 toestel

In de kelder:

1 toestel

Op de verdieping van de voorbouw:

1 toestel

 Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

 De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het wegvallen van de spanning. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

 Volgende bemerking en tekortkoming werd vastgesteld en dient verholpen te worden:

Artikel 200.6

De deuren in de uitgangswegen moeten ofwel in beide richtingen ofwel in de vluchtzin opendraaien.

Tijdens de openingsuren van de inrichting mogen zij in geen geval vergrendeld of met een sleutel gesloten worden.

Uitgangsdeuren, die zich op minder dan hun breedte van de rooilijn bevinden, draaien naar binnen open en moeten tijdens de openingsuren van de inrichting permanent en vergrendeld openblijven.

Uitzondering wordt gemaakt voor uitgangsdeuren van een bijzonder type, die bij gewone druk alleen naar binnen kunnen draaien maar bij een sterkere druk ook naar buiten kunnen draaien; deze hoeven niet permanent en vergrendeld open te blijven tijdens de openingsuren van de inrichting.

  • De uitgangsdeur op de rooilijn van de Krugerstraat (evacuatiegang) draait niet in de vluchtzin.

Ofwel dient deze deur tijdens de openingsuren permanent vergrendeld open te blijven ofwel dienen ze aangepast aan de bepalingen van dit artikel.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.