Terug

2014_CBS_02524 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oosterweelverbinding - wijziging' - Voorontwerp. Advies plenaire - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
di 11/03/2014 - 08:30 collegezaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_02524 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oosterweelverbinding - wijziging' - Voorontwerp. Advies plenaire - Goedkeuring 2014_CBS_02524 - Gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oosterweelverbinding - wijziging' - Voorontwerp. Advies plenaire - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Art.2.2.6.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening zegt dat het college tijdens de plenaire vergadering advies uitbrengt over het voorontwerp gewestelijk RUP.

Aanleiding en context

De aanleiding voor de opmaak van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘Oosterweelverbinding – wijziging’ is de beslissing van de Vlaamse regering van 14 februari 2014 over de derde Scheldekruising: tracékeuze en bijhorende uitvoeringsvariant en exploitatievariant. In deze beslissing vraagt de Vlaamse regering de Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, om een GRUP op te maken dat het GRUP Oosterweelverbinding van 16 juni 2006 wijzigt.

De Vlaamse regering bevestigt in haar beslissing het tracé van de Oosterweelverbinding, maar wijzigt de uitvoering ervan. De wijziging van het project, waarbij Oosterweelviaduct wordt vervangen door een tunnel, noodzaakt de wijziging van het bestaande ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Oosterweelverbinding’. Het voorliggende gewestelijk RUP ‘Oosterweelverbinding - wijziging’ zal dan ook het bestaande gewestelijk RUP Oosterweelverbinding wijzigen op die plekken die noodzakelijk zijn ter realisatie van het gewijzigd project Oosterweelverbinding.

Dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Oosterweelverbinding – wijziging en het op 16 juni 2006 door de Vlaamse regering vastgestelde GRUP Oosterweelverbinding zullen samen de juridische basis vormen voor de realisatie van het volledige project Oosterweelverbinding.

Op 18 februari 2014 (brief met kenmerk 2.12/00378/001) ontving het college een uitnodiging voor de plenaire vergadering op 12 maart 2014 voor bovengenoemd voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Oosterweelverbinding - wijziging'.

Het college kan uiterlijk tijdens de plenaire vergadering zijn advies of opmerkingen al dan niet schriftelijk meedelen.

Argumentatie

Het stadsbestuur adviseert het voorontwerp-GRUP Oosterweelverbinding – wijziging gunstig, maar stelt een aantal vragen en doet een aantal suggesties in haar advies. 

De Oosterweelverbinding biedt heel wat kansen voor stadsontwikkeling en realiseren van stedelijk potentieel voor de stad Antwerpen; op Linkeroever met een stap richting realisatie van het ‘Ontwikkelingsconcept Scheldepark Linkeroever’ en op Rechteroever met een stap richting transformatie van de Ring-Singelruimte naar de ‘Groene Singel’ zoals door de stad gewenst. 

Nu het plan-MER is afgerond, wordt een volgende stap genomen met de wijziging van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Oosterweelverbinding en daarin de vertaling van de in de plan-MER opgelegde en ruimtelijk vertaalbare milderende maatregelen. Daarnaast is de doorkijk naar de uitwerking op projectniveau (voorontwerp / project-MER) en van de exploitatievariant van belang, wat in onderstaand advies aan bod komt. 

De effecten tijdens de uitvoering van de werken zullen onderzocht worden in de fase van de project-MER. De grootte en de impact van dit project rechtvaardigt echter in deze fase reeds bijzondere aandacht voor de minderhindermaatregelen tijdens de aanlegfase en dit vanuit de algemene timing van alle werken die binnen het Masterplan 2020 en daarbuiten in en rond de stad Antwerpen zijn gepland. Het vrijwaren van mogelijke oplossingen en de doorkijk naar een globaal minderhinderpakket komt dan ook in onderstaand advies aan bod. 

Het toelichtend deel (45 blz.) bevat een beknopte samenvatting van het voorliggend ontwerp-GRUP, nl. grafisch plan en verordenende stedenbouwkundige voorschriften (per projectdeelzone), en de doorvertaling van de milderende maatregelen (per discipline).  De combinatie van beide GRUP’s komt de leesbaarheid niet ten goede. Voor het eigen begrip heeft de stad een aantal kaarten gemaakt, die als bijlage bij dit advies worden gevoegd. Ook daarom dringt de stad Antwerpen aan op enerzijds een doordruk van beide GRUP’s voor tijdens het openbaar onderzoek en om snel te komen tot een gecoördineerde versie naar de toekomst toe voor het afleveren van vergunningen. 

In het eigenlijke advies (60 blz.) focust de stad Antwerpen zich uiteraard op haar grondgebied en doet geen uitspraken die andere adviesinstanties zoals de gemeente Zwijndrecht toekomen. Uitgangspunt is een actieve, bereikbare en leefbare stad waarbij het verkeer op een veilige manier wordt afgewikkeld en op een ruimtelijk verantwoorde manier wordt ingepast. 

Eerst worden de positieve punten van het voorontwerp-GRUP in de verf gezet en het gros van de voorgestelde (her)bestemmingen bevestigd. 

Vervolgens doet de stad suggesties om het stedelijk potentieel te vrijwaren naar:
-                     Een nieuwe overdruk ‘minder hinder en milderende maatregel’ t.h.v. Spoor Oost;
-                     Een nieuwe bestemming ‘stedelijk park’ voor gebieden in deelprojectzone R1;
-                     Voldoende flexibiliteit langs en in zones voor wegeninfrastructuur;
-                     Uitbreiding van toepassing mogelijkheid tot verfijning / afwijking d.m.v. gemeentelijk RUP.

Dan gaat de stad Antwerpen in op de doorvertaling van de milderende maatregelen uit het plan-MER naar het voorontwerp-GRUP om deze te verzekeren. De stad wijst op enkele milderende maatregelen of garanties naar timing van realisatie die lijken te ontbreken, en doet suggesties om dit op te vangen. Ook worden er suggesties gedaan voor de verdere uitwerking van de milderende maatregelen, o.a. naar landschappelijke inpassing in de stedenbouwkundige visie per deelprojectzone. Tenslotte gaat de stad in op het vervolgproces voor de verdere uitwerking van de milderende maatregelen, o.a. naar concreetheid, kwaliteit, ontwerpvraagstukken, afstemmingsvraagstukken naar realisatie en beheer, en last but not least een doorkijk naar minderhindermaatregelen. 

Om voldoende vrijheidsgraden te garanderen, voor zowel de uitwerking van de infrastructuur als van de omgeving, wordt ingegaan op het grafisch plan en de contouren van bestemmingen en werfzones (per deelprojectzone).

Om de juridische basis (bv. procedures Raad van State) te verzekeren, wordt ingegaan op de verordenende stedenbouwkundige voorschriften, i.f.v. het vermijden van achterpoortjes en tegenstrijdigheden in de voorschriften.

Tot slot worden een aantal fouten en leemtes in de toelichtingsnota vermeld (per hoofdstuk), en dit om te komen tot een leesbaar document dat tevens moet dienen als communicatie-instrument voor publiek tijdens het openbaar onderzoek. 

Het advies wordt als bijlage bij dit besluit gevoegd.

Juridische grond

Art. 2.2.6. §1 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) legt de procedure voor de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeingsplan vast.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist bijgevoegd advies voor het voorontwerp-GRUP 'Oosterweelverbinding-wijziging' goed te keuren

Artikel 2

Het college beslist om volgende afvaardiging voor de plenaire vergadering aan te duiden:

  1. de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling of zijn afgevaardigde;
  2. de schepen bevoegd voor financiën, mobiliteit, toerisme, binnengemeentelijke decentralisatie en middenstand of zijn afgevaardigde;
  3. de schepen bevoegd voor haven, industrie en werk of zijn afgevaardigde;
  4. de projectleider.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • 1_Advies_Voorontwerp_GRUPOosterweel
  • 2_20140310_adviessummary_ontwerpGRUPOWV.pdf
  • 3_GewRUP_Oosterweel_GRB.pdf
  • 4_GewRUP_Oosterweel_GWP_WMSraster.pdf
  • 5_GewRUP_Oosterweel_Luchtfoto.pdf
  • 6_GewRUP_planningscontext_contouren_op_luchtfoto.pdf
  • 7_vergelijking_huidige_GewRUP_Oosterweel_ID183_met_ontwerpGRUP.pdf