Artikel 42 §3 van het Gemeentedecreet stelt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
Op 27 maart 2009 keurde de Vlaamse regering het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid goed. Dit decreet trad in werking op 1 september 2009. Het decreet verplichtte gemeenten om een sociaal en bescheiden woonaanbod te realiseren door het opleggen van een sociale en bescheiden last in bouw- en verkavelingsprojecten vanaf een bepaalde grootte.
Artikel 4.1.9 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid stelt dat de gemeenteraden, in uitvoering van artikel 4.1.8, een gemeentelijk reglement Sociaal Wonen kunnen vaststellen.
De gemeenteraad keurde op 25 juni 2012 (jaarnummer 651) het Gemeentelijk reglement Sociaal Wonen goed. Het reglement omvat concrete percentages sociaal woonaanbod die in elk van de verkavelingsprojecten en bouwprojecten verwezenlijkt moeten worden. Het reglement omvat de objectieve en pertinente motieven op grond waarvan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het afleveren van een vergunning afwijkingen in min kan toestaan op de normering of kan afzien van het opleggen van een percentage sociaal woonaanbod.
Het Grondwettelijk Hof vernietigde op 7 november 2013 (arrestnummer 145/2013) de regeling inzake de sociale lasten (artikel 4.1.16 tot en met artikel 4.1.26) van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid. Bij beschikking van 18 december 2013 tot verbetering heeft het Hof de vernietiging uitgebreid tot een aantal andere bepalingen die onlosmakelijk verbonden zijn met de socialelastenregeling. Meer in het bijzonder worden de bepalingen vernietigd inzake de gewestelijke en gemeentelijke normen sociaal woonaanbod (artikel 4.1.8 tot en met artikel 4.1.11), de normen sociaal woonaanbod in plangebied (artikel 4.1.12 en 4.1.13) en de gebiedsspecifieke typebepaling voor RUP’s waarin werd voorzien in een sociaal woonaanbod (artikel 7.2.34, §1). Deze regelgeving wordt geacht nooit te hebben bestaan (retroactieve werking). De overige bepalingen van boek 4 (maatregelen betreffende betaalbaar wonen), waaronder het bindend sociaal objectief en de regeling inzake het bescheiden woonaanbod, blijven bestaan.
Het college besliste op 21 februari 2014 (jaarnummer 1853) de intrekking van het gemeentelijk reglement Sociaal Wonen ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het Gemeentelijk reglement Sociaal Wonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 juni 2012, is vastgesteld in uitvoering van artikels 4.1.8 en 4.1.9. van het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid dewelke door het arrest van 7 november 2013 en de beschikking van 18 december 2013 tot verbetering (beiden arrestnummer 145/2013) van het Grondwettelijk Hof ex tunc vernietigd werden. Daardoor is de rechtsgrond voor het vaststellen van het reglement met terugwerkende kracht vernietigd en is het reglement onwettig.
Door de onwettigheid is het reglement echter niet automatisch vernietigd en blijft het zijn gelding behouden. De gemeente kan haar reglement niet toetsen aan artikel 159 Grondwet en zal genoodzaakt zijn om de bepalingen van het reglement toe te passen, ondanks hun onwettigheid. Het reglement sociaal wonen dient daarom zo snel mogelijk ingetrokken te worden.
Het college besliste op 21 februari 2014 de intrekking van het gemeentelijk reglement sociaal wonen voor te leggen aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad beslist het gemeentelijk reglement Sociaal Wonen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 juni 2012 (jaarnummer 651) in te trekken.