Terug

2014_GR_00283 - Duurzame stad - Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor stad en haven van Antwerpen 2014-2018 - Kennisneming

gemeenteraad
ma 31/03/2014 - 19:30 Raadzaal, Stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Filip Dewinter, raadslid; Kathleen Van Brempt, raadslid; Freya Piryns, raadslid; André Gantman, raadslid; Robert Voorhamme, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Monica De Coninck, raadslid; Leen Verbist, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Frank Hosteaux, raadslid; Peter Mertens, raadslid; Meyrem Almaci, raadslid; Annemie Turtelboom, raadslid; Mohamed Chebaa Amimou, raadslid; Mie Branders, raadslid; Galina Matushina, raadslid; Caroline Bastiaens, raadslid; Carine Leys, raadslid; Lisa Geets, raadslid; Leyla Aydemir, raadslid; Johan Klaps, raadslid; Vic Van Aelst, raadslid; Danielle Meirsman, raadslid; Dirk Rochtus, raadslid; Anne Giveron, raadslid; Martine Vrints, raadslid; Koen Laenens, raadslid; Martijn Van Esbroeck, raadslid; Franky Loveniers, raadslid; Danny Feyen, raadslid; Jean Goedtkindt, raadslid; Joris Giebens, raadslid; Kevin Vereecken, raadslid; Fatima Talhaoui, raadslid; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Gerolf Annemans, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Patrick Janssen, raadslid; Serge Muyters, korpschef

Verontschuldigd

Güler Turan, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Yasmine Kherbache, raadslid; Wouter Vanbesien, raadslid

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester-voorzitter
2014_GR_00283 - Duurzame stad - Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor stad en haven van Antwerpen 2014-2018 - Kennisneming 2014_GR_00283 - Duurzame stad - Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor stad en haven van Antwerpen 2014-2018 - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Inzake luchtkwaliteit werden verschillende Europese richtlijnen op 11 juni 2008 in een geïntegreerde richtlijn (2008/50/EG) samengebundeld. Daarin werd voor onder andere fijn stof (PM) en stikstofdioxide (NO2) een verscherping van de bestaande normen tegen 2010, 2015 en 2020 vastgelegd.

Op 2 december 2008 werd het eerste ‘Actieplan fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en de stad Antwerpen’, als gezamenlijk initiatief van de toenmalige Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu, het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en de stad Antwerpen bekendgemaakt.

Het college besliste op 15 oktober 2010 (jaarnummer 12882) om aan de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (VITO) (voor het luchtkwaliteitsaspect) en Technum Tractebel Engineering de opdracht te geven de huidige situatie in kaart te brengen, knelpunten te definiëren en maatregelen voor te stellen om in de stad Antwerpen de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidsoverlast onder controle te krijgen.

Op 6 mei 2011 (jaarnummer 10155) nam het college kennis van het eindrapport "voorstel van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidshinder te beheersen in de stad Antwerpen" en besliste het om een eerste selectie van maatregelen goed te keuren (jaarnummer 10156). Uit de studie bleek dat een overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en de daggemiddelde grenswaarde voor PM10, ondanks maatregelen zoals lage-emissiezone of congestietaks, mogelijk blijft.

De Vlaamse overheid besliste in september 2011 om in het kader van de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn (2008/50/EG) een uitstel in te dienen voor de naleving van verscherpte normen voor NO2. Op 30 maart 2012 keurde zij het luchtkwaliteitsplan NO2 goed. Op basis van deze uitstelaanvraag en het goedgekeurde luchtkwaliteitsplan verleende de Europese Commissie op 6 juli uitstel voor de inwerkingtreding van de normen voor NO2 tot 2015 in plaats van 2010.

Op 27 april 2012 besliste het stadsbestuur Transport & Mobility Leuven te laten onderzoeken of de invoering van een lage emissiezone (LEZ) in de stad Antwerpen haalbaar is (jaarnummer 7041). Het college nam kennis van de resultaten van deze studie op 30 november 2012. De implementatie van een LEZ vanaf 2016 is opgenomen in het huidige bestuursakkoord 2013-2018. Beleidsprincipes en projectaanpak voor de invoering van de LEZ werden door het college goedgekeurd op 13 september 2013 (jaarnummer 9175).

Op 28 juni 2013 keurde het college het bestek met oog op de actualisatie van de luchtkwaliteitskaarten goed (jaarnummer 6591). De opdracht werd door het college op 26 juli 2013 gegund aan VITO (jaarnummer 7575). Het college nam op 24 januari 2014 kennis van de geactualiseerde luchtkwaliteitskaarten (jaarnummer 710).

Op 14 februari 2014 keurde het college het geactualiseerde "Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor stad en haven van Antwerpen 2014-2018" goed (jaarnummer 1617). Ofschoon dit strikt genomen niet noodzakelijk is, werd er omwille van het belang van het actieplan besloten om het ter kennisneming voor te leggen aan de gemeenteraad.

Argumentatie

1. Uitgevoerde acties eerste actieplan

Eind 2008 maakten het Vlaams gewest, stad Antwerpen en Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen de eerste versie van het 'actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor de stad en de haven van Antwerpen' bekend. In uitvoering hiervan werden begin 2009 een stuurgroep, vier thematische werkgroepen en een ondersteunende werkgroep voor kennisopbouw opgestart met vertegenwoordigers van het Gemeentelijk Havenbedrijf, de stad Antwerpen (Stadsontwikkeling/Energie en Milieu Antwerpen) en de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid. Via deze overlegstructuren werden de acties gecoördineerd opgestart. Het actieplan werd uitgevoerd via een sectorgerichte aanpak.

De stedelijke acties hadden onder meer betrekking op:

  • het organiseren van een verscherpt toezicht op industriële fijn stof- en stofbronnen in industriegebieden in de nabijheid van woonzones, inclusief gerichte meetcampagnes;
  • onderzoek naar de haalbaarheid en uitvoering van concrete acties voor de vermindering van het aantal blootgestelden aan te hoge concentraties verkeersemissies in de stad;
  • het uitwerken van een stedelijke regeling in het kader van de bouwcode om bij nieuw- en vernieuwbouw het gebruik van bepaalde verbrandingstoestellen aan banden te leggen;
  • het beter in beeld brengen van de actuele situatie op het vlak van luchtkwaliteit in het stedelijk woongebied door deelname aan verschillende meetcampagnes en door het opmaken van luchtkwaliteitskaarten;
  • het nemen van maatregelen in het kader van het mobiliteitsbeleid met het oog op alternatieven voor gemotoriseerd verkeer: invoeren van een publiek fietsontleningssysteem, tramverlengingen, inrichten, uitbreiden en verbeteren van voetgangerszones en fietspaden ...;
  • het nemen van maatregelen in het kader van de 'de stad als goede voorbeeld' door de stedelijke vloot te vergroenen en een systeem van dienstfietsen uit te breiden.

Door de Vlaamse overheid werd sterk ingezet op een verdere reductie van de emissies in de verschillende sectoren, door onder meer:

  • het opleggen aan bedrijven van extra voorwaarden in verband met diffuse stofemissies via VLAREM;
  • het hervormen van belasting op inverkeersstelling (BV), uitreiken van roetfilterpremies, toekennen van ecologiesteun voor aankoop van of ombouw tot milieuvriendelijke voertuigen, naast de vergroening van de eigen wagenvloot;
  • een aanzet tot de normering van het stookgedrag, vooral met betrekking tot houtstook;
  • het stelselmatig verbeteren van kennis en inzicht op het vlak van de regionale en Antwerpse luchtkwaliteit door een emissie-inventaris voor het havengebied op te stellen (VMM), metingen en modelleringen te organiseren en een onderzoek op te zetten naar de chemische karakterisatie van het gemeten fijn stof.

Het havenbedrijf focuste op een emissiereductie bij bedrijven, schepen en wegtransport, door onder andere:

  • in samenwerking met de Vlaamse overheid maatregelen te nemen om de diffuse stofemissies van bedrijven in het havengebied terug te dringen;
  • het organiseren van een modal shift voor vrachtverkeer van wegtransport naar spoor en binnenvaart in samenwerking met Flanders Logistics;
  • het invoeren van een Environmental Shipping Index (ESI) om de fijn stof-uitstoot van zeeschepen te verminderen;
  • het invoeren van een subsidieprogramma om bedrijven aan te zetten tot investeringen in milieuvriendelijke off-road machines;
  • de mogelijkheden te onderzoeken voor de invoering van een lage-emissiezone in het havenbied.

2. Resultaten eerste actieplan

In de loop van 2013 werd het bestaande actieplan geëvalueerd. De maatregelen hebben over het algemeen geleid tot een daling van de emissies, al blijven er - voornamelijk onder invloed van de weersomstandigheden - van jaar tot jaar verschillen bestaan.

Voor de grovere fijn stoffractie (PM10) werd in het havengebied een daling onder de daggrenswaarde (50 µg/m³) opgetekend voor 2010, 2012 en waarschijnlijk ook voor 2013 (metingen nog niet volledig gevalideerd). In 2011 gingen op één na alle meetstations in overschrijding. In het stedelijk woongebied kende de PM10-dagnorm in diezelfde periode een eerder dalend verloop, met dien verstande dat de concentratie hoger blijft liggen tegen de straatkant. Wat de binnenstedelijke luchtkwaliteit betreft is de EC-fractie (elementair koolstof, de roetuitstoot door het wegverkeer) een belangrijker indicator voor de blootstelling van de bevolking. De tunnelmonden, de grote toegangswegen en de street canyons (zoals de Leien, de Bredabaan, de Bisschoppenhoflaan) komen boven de 2 µg/m³ uit. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat voor deze polluent geen veilige grenswaarde bestaat.

Ook de Europese NO2-grenswaarde van 40 µg/m³ werd de afgelopen jaren nog geregeld overschreden, al lijkt er een dalende trend te zijn ingezet. Het industriële meetpunt van de Luchtbal registreerde voor 2010-2013 respectievelijk waarden van 44, 43, 41 en 40 µg/m³. In het stedelijk meetpunt van Borgerhout liggen de waarden licht hoger: voor dezelfde tijdreeks werden waarden genoteerd van 44, 46, 45 en 43 µg/m³. Deze overschrijdingen van de NO2-norm worden toegeschreven aan een vrijwel constante bijdrage van het wegverkeer.     

3. Krachtlijnen actieplan 2014-2018

Voortschrijdend inzicht inzake luchtkwaliteit en de effectiviteit van allerhande maatregelen, de verscherping van de normen zoals voorzien in de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn, de ontwikkelingen binnen de verschillende sectoren zelf (industrie, transport, huishoudens ...) en de accenten in het stedelijke bestuurakkoord 2013-2018, leidden tot de conclusie dat een nieuw actieplan noodzakelijk is om de luchtkwaliteitsnormen te behalen.

Het nieuwe, voorliggende actieplan heeft als strategische doelstelling het tot stand brengen van een verdere verbetering van de luchtkwaliteit in stad en haven Antwerpen, tot op een niveau dat dag- en jaargrenswaarden voor fijn stof en NO2 zo snel als mogelijk duurzaam worden gerespecteerd en de negatieve gezondheidseffecten sterk worden gereduceerd. In het actieplan zijn de maatregelen opgenomen die elk van de partners in de loop van 2014-2018 zal ondernemen. Deze zijn gegroepeerd in verschillende rubrieken:

  • operationele doelstellingen en acties voor kennisopbouw;
  • operationele doelstellingen en acties voor emissiereducties bij de bronnen: mobiele bronnen / industriële bronnen (geleide en diffuse emissies en off-road) / gebouwenverwarming;
  • operationele doelstellingen en acties voor het beperken van de blootstelling van de bevolking.

De voornaamste acties die (mede) onder de verantwoordelijkheid van de stad vallen zijn:

  • het invoeren van een lage emissiezone in de kernstad vanaf 2016;
  • het beperken van houtstook in kachels en open haarden, in het bijzonder tijdens dagen met slechte luchtkwaliteit;
  • het opnemen van luchtkwaliteit als fundamentele randvoorwaarde bij de stedelijke mobiliteitsplanning, onder andere door in te zetten op verdere vertramming en verfietsing; 
  • de uitbreiding van het stedelijk meetnet luchtkwaliteit;
  • het relateren van de inplanting van verblijfslocaties voor kwetsbare doelgroepen aan de luchtkwaliteit in knelpuntzones;
  • het opzetten van acties met betrekking tot toezicht en controle op bedrijven door de dienst milieutoezicht;
  • onderzoek naar en toepassing van functioneel groen en andere niet-brongerichte maatregelen die een positief effect hebben op de plaatselijke luchtkwaliteit.

In het vernieuwde actieplan wil de Vlaamse overheid in het bijzonder werk maken van:

  • een verdere uitwerking van het kennisinstrumentarium ter ondersteuning van stad en haven;
  • de invoering van een gedifferentieerde kilometerheffing voor vrachtwagens met een mogelijke uitbreiding naar personenwagens in de toekomst;
  • het onderzoeken van de mogelijkheid om een mobiliteitsbudget in te voeren; 
  • onderzoeken en eventueel invoeren van een dynamische of gelijkmatige snelheidslimieten;
  • het stimuleren van fiets- en autodelen;
  • het voorzien van een juridisch kader voor en een (materiële) ondersteuning van de invoering van een lage-emissiezone;
  • het opstellen van een nieuw emissiereductieprogramma om de emissies van geleide en diffuse bronnen verder te beperken;
  • het onderzoeken om een stookverbod op hout- en steenkoolkachels in te stellen tijdens smog-episodes;
  • het opzetten van proefprojecten bij de toepassing van filtersystemen in gebouwen waar kwetsbare doelgroepen worden gehuisvest.

Het Gemeentelijk Havenbedrijf wil de komende jaren inzetten op:

  • het meten, modelleren en inventariseren van de luchtkwaliteit in het havengebied;
  • het instellen van een lage-emissiezone in het havengebied;
  • het uitbouwen van een netwerk van tankinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen;
  • het invoeren van dynamische verkeersmanagementsystemen;
  • het opstellen van een subsidieprogramma om de uitstoot van havengebonden werktuigen te verminderen en de vergroening van het machinepark te bespoedigen;
  • het tot stand brengen van een emissie-arme binnenvaart door onder andere een ‘schonere’ technologie toe te passen, ‘ecovaren’ te promoten en het walstroomnetwerk verder uit te bouwen;
  • voor zeeschepen het uitbouwen van specifieke walstroominfrastructuur te bekijken.

Beleidsdoelstellingen

Antwerpen is een duurzame stad
De ecologische duurzaamheidsambities zijn maximaal gerealiseerd met het oog op een hoge levenskwaliteit voor iedereen en economische waardecreatie
Hinderlijke lucht- en geluidsemissies zijn beperkt en de blootstelling van bewoners wordt maximaal voorkomen
1 - Woonstad
Antwerpen is een duurzame stad

Besluit

De gemeenteraad neemt kennis van het volgende besluit.

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van het 'Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor de stad en de haven van Antwerpen 2014-2018', opgemaakt in samenwerking met het Vlaamse gewest en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen

  • 201402_Nieuw-Actieplan-Antwerpen_Lucht.pdf