Inzake luchtkwaliteit werden verschillende Europese richtlijnen op 11 juni 2008 in een geïntegreerde richtlijn (2008/50/EG) samengebundeld. Daarin werd voor onder andere fijn stof (PM) en stikstofdioxide (NO2) een verscherping van de bestaande normen tegen 2010, 2015 en 2020 vastgelegd.
Op 2 december 2008 werd het eerste ‘Actieplan fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en de stad Antwerpen’, als gezamenlijk initiatief van de toenmalige Vlaamse minister bevoegd voor leefmilieu, het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en de stad Antwerpen bekendgemaakt.
Het college besliste op 15 oktober 2010 (jaarnummer 12882) om aan de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (VITO) (voor het luchtkwaliteitsaspect) en Technum Tractebel Engineering de opdracht te geven de huidige situatie in kaart te brengen, knelpunten te definiëren en maatregelen voor te stellen om in de stad Antwerpen de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidsoverlast onder controle te krijgen.
Op 6 mei 2011 (jaarnummer 10155) nam het college kennis van het eindrapport "voorstel van maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren en de geluidshinder te beheersen in de stad Antwerpen" en besliste het om een eerste selectie van maatregelen goed te keuren (jaarnummer 10156). Uit de studie bleek dat een overschrijding van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en de daggemiddelde grenswaarde voor PM10, ondanks maatregelen zoals lage-emissiezone of congestietaks, mogelijk blijft.
De Vlaamse overheid besliste in september 2011 om in het kader van de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn (2008/50/EG) een uitstel in te dienen voor de naleving van verscherpte normen voor NO2. Op 30 maart 2012 keurde zij het luchtkwaliteitsplan NO2 goed. Op basis van deze uitstelaanvraag en het goedgekeurde luchtkwaliteitsplan verleende de Europese Commissie op 6 juli uitstel voor de inwerkingtreding van de normen voor NO2 tot 2015 in plaats van 2010.
Op 27 april 2012 besliste het stadsbestuur Transport & Mobility Leuven te laten onderzoeken of de invoering van een lage emissiezone (LEZ) in de stad Antwerpen haalbaar is (jaarnummer 7041). Het college nam kennis van de resultaten van deze studie op 30 november 2012. De implementatie van een LEZ vanaf 2016 is opgenomen in het huidige bestuursakkoord 2013-2018. Beleidsprincipes en projectaanpak voor de invoering van de LEZ werden door het college goedgekeurd op 13 september 2013 (jaarnummer 9175).
Op 28 juni 2013 keurde het college het bestek met oog op de actualisatie van de luchtkwaliteitskaarten goed (jaarnummer 6591). De opdracht werd door het college op 26 juli 2013 gegund aan VITO (jaarnummer 7575). Het college nam op 24 januari 2014 kennis van de geactualiseerde luchtkwaliteitskaarten (jaarnummer 710).
Op 14 februari 2014 keurde het college het geactualiseerde "Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor stad en haven van Antwerpen 2014-2018" goed (jaarnummer 1617). Ofschoon dit strikt genomen niet noodzakelijk is, werd er omwille van het belang van het actieplan besloten om het ter kennisneming voor te leggen aan de gemeenteraad.
Eind 2008 maakten het Vlaams gewest, stad Antwerpen en Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen de eerste versie van het 'actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor de stad en de haven van Antwerpen' bekend. In uitvoering hiervan werden begin 2009 een stuurgroep, vier thematische werkgroepen en een ondersteunende werkgroep voor kennisopbouw opgestart met vertegenwoordigers van het Gemeentelijk Havenbedrijf, de stad Antwerpen (Stadsontwikkeling/Energie en Milieu Antwerpen) en de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu en Gezondheid van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid. Via deze overlegstructuren werden de acties gecoördineerd opgestart. Het actieplan werd uitgevoerd via een sectorgerichte aanpak.
De stedelijke acties hadden onder meer betrekking op:
Door de Vlaamse overheid werd sterk ingezet op een verdere reductie van de emissies in de verschillende sectoren, door onder meer:
Het havenbedrijf focuste op een emissiereductie bij bedrijven, schepen en wegtransport, door onder andere:
2. Resultaten eerste actieplan
In de loop van 2013 werd het bestaande actieplan geëvalueerd. De maatregelen hebben over het algemeen geleid tot een daling van de emissies, al blijven er - voornamelijk onder invloed van de weersomstandigheden - van jaar tot jaar verschillen bestaan.
Voor de grovere fijn stoffractie (PM10) werd in het havengebied een daling onder de daggrenswaarde (50 µg/m³) opgetekend voor 2010, 2012 en waarschijnlijk ook voor 2013 (metingen nog niet volledig gevalideerd). In 2011 gingen op één na alle meetstations in overschrijding. In het stedelijk woongebied kende de PM10-dagnorm in diezelfde periode een eerder dalend verloop, met dien verstande dat de concentratie hoger blijft liggen tegen de straatkant. Wat de binnenstedelijke luchtkwaliteit betreft is de EC-fractie (elementair koolstof, de roetuitstoot door het wegverkeer) een belangrijker indicator voor de blootstelling van de bevolking. De tunnelmonden, de grote toegangswegen en de street canyons (zoals de Leien, de Bredabaan, de Bisschoppenhoflaan) komen boven de 2 µg/m³ uit. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat voor deze polluent geen veilige grenswaarde bestaat.
Ook de Europese NO2-grenswaarde van 40 µg/m³ werd de afgelopen jaren nog geregeld overschreden, al lijkt er een dalende trend te zijn ingezet. Het industriële meetpunt van de Luchtbal registreerde voor 2010-2013 respectievelijk waarden van 44, 43, 41 en 40 µg/m³. In het stedelijk meetpunt van Borgerhout liggen de waarden licht hoger: voor dezelfde tijdreeks werden waarden genoteerd van 44, 46, 45 en 43 µg/m³. Deze overschrijdingen van de NO2-norm worden toegeschreven aan een vrijwel constante bijdrage van het wegverkeer.
3. Krachtlijnen actieplan 2014-2018
Voortschrijdend inzicht inzake luchtkwaliteit en de effectiviteit van allerhande maatregelen, de verscherping van de normen zoals voorzien in de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn, de ontwikkelingen binnen de verschillende sectoren zelf (industrie, transport, huishoudens ...) en de accenten in het stedelijke bestuurakkoord 2013-2018, leidden tot de conclusie dat een nieuw actieplan noodzakelijk is om de luchtkwaliteitsnormen te behalen.
Het nieuwe, voorliggende actieplan heeft als strategische doelstelling het tot stand brengen van een verdere verbetering van de luchtkwaliteit in stad en haven Antwerpen, tot op een niveau dat dag- en jaargrenswaarden voor fijn stof en NO2 zo snel als mogelijk duurzaam worden gerespecteerd en de negatieve gezondheidseffecten sterk worden gereduceerd. In het actieplan zijn de maatregelen opgenomen die elk van de partners in de loop van 2014-2018 zal ondernemen. Deze zijn gegroepeerd in verschillende rubrieken:
De voornaamste acties die (mede) onder de verantwoordelijkheid van de stad vallen zijn:
In het vernieuwde actieplan wil de Vlaamse overheid in het bijzonder werk maken van:
Het Gemeentelijk Havenbedrijf wil de komende jaren inzetten op:
De gemeenteraad neemt kennis van het volgende besluit.
De gemeenteraad neemt kennis van het 'Vlaams actieplan fijn stof en stikstofdioxide voor de stad en de haven van Antwerpen 2014-2018', opgemaakt in samenwerking met het Vlaamse gewest en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen.