Terug

2014_IP_00083 - 2014_IP_00083 - Interpellatie van raadsleden Hicham El Mzairh, Martine Depauw, Johan Peeters, Viviane Wittock: Hoorzitting Dr. Veeckmanslaan dd. 12.02.2014

districtsraad Wilrijk
do 13/03/2014 - 20:00 raadzaal districtshuis Wilrijk
Behandeld

Samenstelling

Aanwezig

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad; Robert Moens, districtsschepen; Hans Ides, districtsschepen; Werner Theuns, districtsschepen; Eric Huijbrechts, districtsraadslid; Viviane Wittock, districtsraadslid; Wenefrida Geens, districtsraadslid; Johan Peeters, districtsraadslid; Leopold Rouchet, districtraadslid; Christiana Matthijssens, districtsraadslid; Sophie Stukken, districtraadslid; Martine Depauw, districtsraadslid; Frieda De Wever, districtsraadslid; Sven Geysemans, districtsraadslid; Wouter Van Damme, districtsraadslid; Hicham El Mzairh, districtsraadslid; Jef Eggermont, districtsraadslid; Alexandra D'Archambeau, districtsraadslid; Tom Verstraelen, districtsraadslid; Magda Biesemans, districtsraadslid; Tamara Coomans, districtsraadslid; Mouchi Mhaouchi, districtsraadslid; Jan Schaut, districtssecretaris

Afwezig

Danny Raets, waarnemend districtssecretaris

Verontschuldigd

Linda Verlinden, districtsschepen

Secretaris

Jan Schaut, districtssecretaris

Voorzitter

Kristof Bossuyt, voorzitter van de districtsraad
2014_IP_00083 - 2014_IP_00083 - Interpellatie van raadsleden Hicham El Mzairh, Martine Depauw, Johan Peeters, Viviane Wittock: Hoorzitting Dr. Veeckmanslaan dd. 12.02.2014 2014_IP_00083 - 2014_IP_00083 - Interpellatie van raadsleden Hicham El Mzairh, Martine Depauw, Johan Peeters, Viviane Wittock: Hoorzitting Dr. Veeckmanslaan dd. 12.02.2014

Motivering

Indiener(s)

Hicham El Mzairh, Viviane Wittock, Johan Peeters, Martine Depauw

Gericht aan

Kristof Bossuyt

Tijdstip van indienen

wo 05/03/2014 - 08:11

Toelichting

Op woensdag 12 februari jl. ging een tweede hoorzitting door ivm bouwproject Dr. Veeckmanslaan.

Kan het districtscollege:

- haar bevindingen toelichten ivm deze tweede hoorzitting?

- de input van de omwonenden kort toelichten?

- de resultaten van de kleine werkgroepen meedelen?

- verduidelijken in hoeverre met de resultaten zal rekening gehouden worden of in hoeverre deze een impact zullen hebben op de verdere uitwerking van het masterplan?

Bespreking

Antwoord

Districtsraadslid Martine Depauw licht de interpellatie toe.

Districtsvoorzitter Kristof Bossuyt antwoordt:

Algemene bevindingen
De hoorzitting begon rumoerig. Een klein aantal omwonenden onderbrak de toelichting meerdere malen om ongenoegen te uiten. Uiteindelijk werden deze omwonenden door andere toehoorders aangemaand om de presentatie niet verder te verstoren. Het vervolg van de hoorzitting verliep rustig en in een productieve en open sfeer.

Sommige bewoners blijven het negatief vinden dat beslist werd om net dit bouwperceel te ontwikkelen. Het feit dat er extra bebouwing komt, los van hoe die er precies uitziet, blijft moeilijk liggen. Over het concrete voorstel was een groot deel van de bewoners wél positief. Het wordt geapprecieerd dat er veel groene en publieke ruimte bewaard blijft. Er werd ook duidelijk rekening gehouden met de bekommernissen die ze geuit hadden op de eerste hoorzitting (verkeer in doodlopende straten, mobiliteitskwestie in het algemeen, behoud groen, aandacht voor uitbreiding van voorzieningenaanbod…).  

De input van de omwonenden,  de resultaten van de kleinere werkgroepen en de manier waarop hiermee zal worden rekening gehouden
Momenteel wordt door het Stedelijk Wijkoverleg de laatste hand gelegd aan het verslag van de vergadering. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk verspreid. Hierin zal duidelijk worden dat een aantal belangrijke zorgen tijdens de presentatie door de ontwerper konden worden gecounterd. Maar uiteraard bleven er ook nog een aantal ongeruste vragen over. Hieronder werd een aantal kwesties opgelijst die meermaals naar voor kwamen. Telkens wordt meteen aangegeven hoe hiermee zal worden rekening gehouden/reeds werd rekening gehouden.

1.     Het voorgestelde plan zet duidelijk in op behoud van de landschappelijke kwaliteiten van de site, maar verschillende mensen vragen zich af of de bebouwing toch niet te veel ruimte in beslag neemt. 
De site heeft momenteel onmiskenbaar een groen karakter. Maar wanneer men de huidige toestand nader bekijkt, blijkt dat de bruikbare, toegankelijke ruimte beperkt blijft tot 6 800 m². In het voorstel daarentegen telt de gedeelde, bruikbare open ruimte 18 400 m² (dit is x 2,7). De bebouwde oppervlakte blijft beperkt tot 5 800 m². Het BPA laat 50% bebouwing toe: 14 350 m².

Er zal worden ingezet op kwalitatieve aanleg en inrichting van het openbaar domein. De bestaande bomen worden onderzocht en waar mogelijk behouden en aangevuld met nieuwe exemplaren. De bestaande wilde, lage begroeiing wordt verwijderd, waardoor het gebied weer toegankelijk wordt.

2.     De nieuwe woningen schikken zich rond de publieke groene ruimte. De huidige bewoners zijn bang dat deze ruimte sterk zal worden toegeëigend door de nieuwe bewoners.
Als gevolg van de inplanting van de gebouwen, doet de publieke zone in het hart van het project denken aan een ‘binnenhof’. Maar de zone wordt doorsneden door de Dokter Veeckmanslaan: een drukke, brede straat met een belangrijke verbindende functie op districtsniveau. De aanwezigheid van deze weg zorgt ervoor dat het park een publiek karakter krijgt en helemaal niet als gesloten binnentuin overkomt. De ontwerpers spreken van het ‘binnenstebuiten keren van het bouwblok’.

Uiteraard brengt zo’n weg in een park ook uitdagingen met zich mee. Een doordachte heraanleg van de Dokter Veeckmanslaan en een goede mobiliteitsoplossing zullen onontbeerlijk zijn.

Ook bij de verdere uitwerking van het masterplan zal de bezorgdheid over het toe-eigenen door de nieuwe bewoners worden meegenomen als belangrijk aandachtpunt. Het project slaagt pas in zijn opzet als elke buurtbewoner, nieuw of oud, zich welkom voelt in de open ruimte. Een gepaste aanleg van deze ruimte, met een doordachte aansluiting op de woningen, moet hiertoe bijdragen.

3.     Men vreest dat een stijgend aantal inwoners in de wijk een aantal latente problemen zal versterken: parkeerdruk en verkeersdrukte.
Binnen het project zullen de nodige extra parkeerplaatsen worden gecreëerd, bovengronds en ondergronds. De nieuwe verstrengde normen van de stad Antwerpen worden gevolgd, waardoor extra parkeerdruk in de bestaande straten wordt vermeden.

Om het mobiliteitsvraagstuk grondig in kaart te brengen, werd een mobiliteitsexpert aangesteld. In nauwe samenwerking met de ontwerpers werden een aantal mogelijke scenario’s uitgewerkt die in een volgende fase nog verder zullen worden onderzocht. Hierbij zal rekening worden gehouden met toekomstige mobiliteitsprojecten, zoals R11bis.

In een volgende fase zullen de mogelijke consequenties van het project op mobiliteitsgebied nog grondiger worden bestudeerd en afgewogen. Ook instanties op verschillende beleidsniveaus (Vlaams, stedelijk) kijken er streng op toe dat er wordt gewerkt naar een kwalitatieve oplossing. Er zal een MOBER worden opgemaakt.

 4.     Akoestiek blijft voor de bewoners een aandachtspunt. Ze vragen zich af welk effect de nieuwe ontwikkeling zal hebben op de geluidsoverlast in de buurt.
Vanaf de start van de uitwerking van het masterplan werd samengewerkt met een ingenieur akoestiek. Zijn advies was zeer bepalend voor het ontwerp.

Aan het geluid vanwege de A12 en de R11 zal het project voor de huidige bewoners niets veranderen. Deze geluidsoverlast zal dus verminderd, maar ook zeker niet versterkt worden.

Het project zal echter wél een belangrijke verbetering betekenen wat betreft het geluid vanwege de tunnel en de Dokter Veeckmanslaan. Uit onderzoek blijkt dat het aanbrengen van een geluidsabsorberende bekleding in de tunnel al een aanzienlijk vooruitgang zou kunnen realiseren. Maar het is vooral de inplanting van de nieuwe gebouwen die ervoor zal zorgen dat de ruimte tussen deze gebouwen en de bestaande woningen geluidsarmer wordt. Geluidskaarten tonen duidelijk aan dat dit positief is voor de bestaande tuinen.

De publieke ruimte rondom de Dokter Veeckmanslaan zal rumoeriger blijven dan het gebied achter de nieuwe woningen. Juist daarom zal deze plek plaats kunnen bieden aan meer levendige (en luidruchtigere) activiteiten, zoals spelende kinderen.

 Ook in volgende fases zal beroep worden gedaan op een akoestisch expert.

5.     De bebouwing tot 6 lagen hoog, ook al blijft die beperkt tot enkele plaatsen, wekt bij de bewoners veel weerstand. Als argumenten worden schaduw en inkijk naar voor geschoven. Ook is men bang dat dergelijke gebouwen de site een te stedelijk karakter zullen geven, dat niet past bij buurt.
Gebouwen van 6 bouwlagen (gelijkvloers + 5 verdiepingen) zijn in de buurt niet zo vreemd als op het eerste gezicht lijkt. De gebouwen in het Nachtegalenhof tellen er 6,5 (al zitten de twee hoogtes bouwlagen onder het dak), en ook in de Sneeuwbeslaan en Laarstraat staan gebouwen van 6 bouwlagen. Hoge accenten hoeven helemaal niet te misstaan in een overwegend laag-gebouwde buurt. Ze brengen de buurt op schaal met de infrastructuur van de wijk, en geven de plek eigenheid.

Bovendien lenen hogere bouwvolumes zich bij uitstek voor de efficiënte organisatie van kleinere woningen en flats, bijvoorbeeld voor senioren of starters. Dit vergroot de diversiteit van het woningaanbod in de buurt.

Maar uiteraard is het heel belangrijk dat de positie van dergelijk hoge accenten nauw wordt bestudeerd. De afstand en oriëntatie ten opzichte van de bestaande bebouwing is van groot belang om schaduw, inkijk en een te grote confrontatie te vermijden. In grote lijnen werd hiermee reeds rekening gehouden in het huidige voorstel. Daar waar hogere accenten voorkomen, neemt de afstand tot de omringende bebouwing evenredig toe. In de toekomst zal een nog meer uitgebreide schaduwstudie worden uitgevoerd, die in beeld brengt of/waar er zich nog conflicten voordoen. Op basis hiervan kan de positie van de hogere accenten worden aangepast.

6.     Een aantal mensen is bezorgd dat de nieuwe bewoners zich niet tolerant zullen opstellen tegenover bestaande activiteiten in de buurt (school, scouts, …).
Bij de inplanting van de verschillende programmaonderdelen zal hiermee maximaal rekening worden gehouden. De juiste koppeling van functies als school, seniorenwoningen, parkeerinritten e.d. is heel belangrijk. We kunnen hinder vermijden door de juiste locatie en oriëntatie te geven aan bepaalde programma’s, maar ook door te studeren op een juiste architecturale en landschappelijke vormgeving. Hiervoor zullen we ons ook in de volgende fases laten bijstaan door de nodige experts (akoestisch, landschappelijk, architecturaal,…)

Naast bezorgheden werden er door de bewoners natuurlijk ook tips, suggesties en wensen naar voor gebracht. Kort samengevat hebben deze betrekking op:
- Zachte mobiliteit: fietsverbinding van de school tot het Rozenkransplein, een fietspad in de Overwinningsstraat, verlichting fietspaden is belangrijk, mogelijkheden voor buurtfietsstallingen onderzoeken;
- Spelende kinderen: belang van juiste inplanting van speeltuigen om overlast te vermijden, evaluatie op schaal van de hele buurt is nodig (bv. speeltuigen op Frans Nagelsplein);
- Ingrepen op korte termijn: men vraagt zich af of het mogelijk is om een aantal van acties ter verbetering van de buurt op korte termijn reeds uit te voeren. Voorafgaand aan het project dus. Voorbeelden hiervan zijn de geluidsabsorberende bekleding van de tunnel en het verbeteren van de verlichting en inrichting van het fietspad in de tunnel;
- Functies open ruimte: hondenweide wordt actief gebruikt, belang van bomen en ‘ruigte’, stadslandbouw is gewenst, belang van de plek als ontmoetingsplaats, … 

Al deze zaken zullen worden meegenomen naar de volgende fase, in de mate van het mogelijke opgenomen en opnieuw aan de buurt voorgesteld. De meeste van de voorgestelde acties op korte termijn vallen buiten onze bevoegdheid, maar werden al aangekaart bij de bevoegde instanties."

Replieken van districtsraadsleden Martine Depauw, Wendy Geens, Sven Geysemans, Eric Huijbrechts, Wouter Van Damme, Tom Verstraelen, Magda Biesemans.

Het districtscolleg zal bijkomende vragen voorleggen aan AG VESPA en terugkoppelen aan de districtsraad:
1. Realisatie van het project 2020: wordt hiermee de startdatum of einddatum bedoeld ?
2. Wordt de fijnstofproblemtiek nog verder onderzocht ?

do 13/03/2014 - 20:36