Terug

2014_CBS_05067 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2014627 - district Wilrijk - Sint-Bavostraat 49 - 51 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/05/2014 - 09:00 Digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_05067 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2014627 - district Wilrijk - Sint-Bavostraat 49 - 51 - Goedkeuring 2014_CBS_05067 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 2014627 - district Wilrijk - Sint-Bavostraat 49 - 51 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Sint-Ursula
De aanvraag omvat: verbouwen en uitbreiden van een school
Dossiernummer: ZWI/B//2014627

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich slechts gedeeltelijk aan bij het verslag van de GSA en wenst een vergunning te verlenen voor de aangevraagde werken, met volgende motivering:

 

De sloop van een kapel is gevoelig materie, ook hier is dat zo. Toch is het college ervan overtuigd dat de sloop te verantwoorden is.

 

  • De historische, in casu de architectuurhistorische waarde van de kapel is beperkt. De architect en de architectuur overstijgen het lokale niveau niet en de kapel wordt in het ongunstig advies en in het CHE-rapport omschreven als representatief en typologisch. Nergens wordt melding gemaakt van een uitzonderlijke waarde of een unieke architectuur waardoor behoud te verantwoorden is.
  • De oorspronkelijke kapel werd zwaar beschadigd tijdens de eerste wereldoorlog en werd heropgebouwd tussen 1941 en 1949, o.a. de glasramen dateren van deze periode.
  • Een beperkt aantal interieurelementen, met name zij die verankerd zijn in het interieur bleef behouden; de roerende cultuurgoederen zijn niet meer aanwezig. De cultuurhistorische waarde is dus ook beperkt.

Besluitend: de erfgoedwaarde van de site en van de kapel in het bijzonder is te beperkt om het behoud voorop te stellen, er is een geringe historische, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde en de context- en ensemblewaarde dient sterk genuanceerd te worden. Over de grenzen van de stedenbouw en het onroerend erfgoed kijkend, is de onderwijsfunctie hier ook van belang. Een school die zelf wil investeren in haar site moet hiervoor in dit geval alle kansen krijgen.

 


Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren, mits naleving van de voorwaarden in het advies van de Brandweer en van het Centrum voor Toegankelijkheid.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen