Het college besliste in zitting van 24 september 2010 (jaarnummer 11574) akkoord te gaan met het principe om de meer dan 15 jaar oude niet-vervallen verkavelingsvergunningen die hun ruimtelijke relevantie hebben verloren, op te lijsten en voor opheffing voor te leggen.
In zitting van 15 november 2013 (jaarnummer 11415) besliste het college om in het district Deurne de procedure op te starten tot opheffing van verscheidene verkavelingsvergunningen, die meer dan 15 jaar oud zijn.
De aanvraag tot opheffing heeft betrekking op een terrein met als adres Boekenberglei 161-199 (district Deurne) en met als kadastrale omschrijving afdeling 32 sectie B en met verscheidene perceelsnummers waarvan de lijst beschikbaar is in het desbetreffende dossier.
Voor volgende verkaveling werd een openbaar onderzoek gehouden van 14 maart 2014 tot 12 april 2014:
Tijdens dit openbaar onderzoek werd één bezwaarschrift ontvangen.
De eigenaar van het enige nog onbebouwde lot (nr. 1) vraagt absolute garantie dat hij na de opheffing geen nieuwe verkavelingsvergunning moet aanvragen bij eigendomsoverdracht van zijn bouwperceel.
In geval van vervreemding dient men voor dit perceel geen nieuwe verkavelingsvergunning in te dienen omdat het huidige kadasterperceel overeenkomt met een volwaardig verkavelingslot. Het huidige perceel blijft na de opheffing van de verkavelingsvergunning in aanmerking komen voor bebouwing met een kopgebouw, gelet op de logische aansluiting op de bestaande wachtgevel, maar kan enkel vervreemd worden als grond en niet als bouwgrond. Vervreemding als bouwgrond in de notariële en strikt juridische term is na de opheffing van de verkaveling echter niet meer mogelijk. Dit kan alleen als een positief stedenbouwkundig attest of stedenbouwkundige vergunning bij vervreemding wordt gevoegd.
Omdat niet zonder een stedenbouwkundig attest kan bewezen worden dat het voornoemde perceel het statuut van bouwgrond behoudt, acht het college het ingediende bezwaarschrift ontvankelijk en gegrond en is daarom van oordeel dat de procedure OPH/DE/1968/V/0091_20144 tot opheffing van de verkavelingsvergunning van 18 december 1968 met referentie 196861 best wordt stop gezet.
Artikel 4.6.6,§1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat: “Een niet-vervallen verkavelingsvergunning kan, voor wat het niet-vervallen gedeelte betreft, worden herzien of opgeheven op initiatief van het college van burgemeester en schepenen, na verloop van vijftien jaar na de afgifte van de verkavelingsvergunning in laatste administratieve aanleg.”
Het college keurt goed dat de procedure tot opheffing van de verkavelingsvergunning van 18 december 1968 met referentie DE/1968/V/0091-196861 wordt stopgezet.