Op 31 januari 2014 ontving het Museum aan de Stroom (MAS) een brief van Vloot, reder van de Vlaamse overheid en onderdeel van het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust. Zij stellen voor om de eigendom van de historische vaartuigen Watson en West-Hinder over te dragen aan de stad. De stad nam de vaartuigen in bruikleen in respectievelijk 1987 (collegebeslissing van 16 juni 1987) en 1995 (collegebeslissing van 8 december 1994) om ze tentoon te stellen in de context van het toenmalige Nationaal Scheepvaartmuseum.
Het MAS stelt voor om niet in te gaan op het voorstel van Vloot.
De historische vaartuigen Watson, een motorboot, en Westhinder, een lichtschip, zijn geen prioritaire vaartuigen in de stedelijke collectie als het om restauratie of ontsluiting gaat. De Westhinder is momenteel niet toegankelijk voor publiek omdat er bij de meest recente instandhoudingswerken in de periode 2002-2008 asbest werd gevonden in het isolatiemateriaal van het vaartuig. In de huidige afgesloten toestand vormt dit geen gevaar, maar het hypothekeert wel verdere restauratiewerken.
Gezien de essentiële band met de zee van beide vaartuigen, is het MAS van oordeel dat ze beter tot hun recht zouden komen aan de Vlaamse kust.
Het college keurt de collegiale brief aan Vloot, reder van de Vlaamse overheid, in verband met de historische vaartuigen Watson en West-Hinder goed.