Terug

2014_DCHO_00082 - Jeugd - Goe Gespeeld! Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring

districtscollege Hoboken
di 25/03/2014 - 18:00 Districtshuis Hoboken
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Kathelijne Toen, districtsvoorzitter; Koen Raets, districtsschepen; Tom De Boeck, districtsschepen; Omar Fathi, districtsschepen; Robert Bosiers, districtssecretaris

Afwezig

Kristof Waterschoot, districtsschepen

Verontschuldigd

Antony Nuitten, waarnemend districtssecretaris

Secretaris

Robert Bosiers, districtssecretaris

Voorzitter

Kathelijne Toen, districtsvoorzitter
2014_DCHO_00082 - Jeugd - Goe Gespeeld! Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring 2014_DCHO_00082 - Jeugd - Goe Gespeeld! Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Goe Gespeeld! is een V!RUS-project van Steunpunt Jeugd, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Karuur, Chirojeugd Vlaanderen, Scouts en Gidsen Vlaanderen, Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en –consulenten, KLJ en KSJ-KSA-VKSJ. Het wordt gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid.

Stilaan worden spelende kinderen een bedreigde soort: ze mogen geen lawaai maken, niets gevaarlijks doen, niet vuil worden,… Goe Gespeeld! is een pleidooi voor écht spelen: over GOE spelen, zonder de ‘d’ want spelen is ook nooit ‘af’ of het is soms met een hoek af.

Goe Gespeeld! wil zorgen voor tips en informatie over ruimte om te spelen, het belang van beweging, spelen in georganiseerd en niet-georganiseerd verband, avontuur, spelen in ’t groen, risico’s, tolerantie en vuile speelkledij.

Verder wil Goe Gespeeld! ook gemeentelijke jeugdraden stimuleren om het plaatselijke beleid te adviseren over ruimte om te spelen. Goe Gespeeld! ontwikkelde daarom een test op hun webstek om het beleid van de gemeente over ruimte voor kinderen en jongeren te evalueren en te voeden.

Op de jeugdraad van 30 januari 2014 werd een inspraakmoment over dit charter voorzien. De acht principes van het charter werden als stellingen behandeld in een stellingenspel.De aanwezigen op de jeugdraad gaven bij enkele stellingen uit het charter opmerkingen mee over de situatie in Hoboken. De opmerkingen handelen vooral over de veiligheid en kindvriendelijkheid op het openbaar domein van Hoboken. Ze wensen dat het districtscollege rekening houdt met deze opmerkingen. De opmerkingen zijn terug te vinden in bijgevoegd verslag van de jeugdraad.

Argumentatie

Aan steden en gemeenten in Vlaanderen wordt gevraagd om het charter 'Spelen is een kinderrecht' te integreren in het stedelijk beleid. Het charter bestaat uit acht stellingen/uitdagingen. Hieronder volgt een overzicht, met daarbij een opsomming wat de stad Antwerpen hier reeds rond doet en een verwijzing naar de verankering in de strategische doelstellingen.

1. Kinderen spelen overal in de openbare ruimte.
Spelen in de openbare ruimte is meer dan het openstellen van speelstraten. De straat is van iedereen, niet enkel van de auto, het is ook een verblijfs-, speel- en ontmoetingsruimte. Pleinen zijn meer dan parkings. Parken en pleinen zijn ideaal als speel- en ontmoetingsruimte.
In onze gemeente lopen de verschillende functies van deze plaatsen zoveel mogelijk door elkaar:

  • Opsinjoren organiseert elk jaar talrijke speelstraten. Bij dit concept is het de bedoeling dat buurtbewoners, in onderling overleg, gedurende de vakantieperiodes, één week hun straat afsluiten om zo kinderen op straat te laten spelen;
  • de jeugddienst heeft haar visie op speelruimte uitgeschreven die sterk overeenkomt met het charter van Goe Gespeeld!;
  • de stad wil een kindvriendelijke publieke ruimte die stimuleert tot beweging en zo bijdraagt tot een betere gezondheid (1SBR050306: Kinderen, tieners en jongeren worden gestimuleerd om optimaal gebruik te maken van de publieke ruimte).

2. Kinderen spelen in het groen.
Kinderen en jongeren hebben nood aan direct contact met de natuur. Dat is onmisbaar voor hun ontwikkeling, gezondheid en fysieke conditie, maar ook voor de ontwikkeling van hun natuur- en milieubewustzijn. Daarom is het groen in onze gemeente zoveel mogelijk toegankelijk en ‘spelen toegelaten’, in de eerste plaats de gronden van de gemeente zelf.
Speelbossen zijn een leuke aanvulling maar zijn niet het enige speelgroen in de gemeente:

  • de stad Antwerpen werkt bewust aan enerzijds het aangenamer maken van de huidige parken, door bijvoorbeeld een goed onderhoud te voorzien of uitdagende speelterreinen te bouwen. Anderzijds wordt er werk gemaakt van nieuwe groene zones: Park Spoor Noord is ongetwijfeld de bekendste. Er werden vijf nieuwe speelzones aangevraagd bij en goedgekeurrd door het Agentschap Natuur en Bos: Park Groot Schijn, Rozemaai, Fort 8, Distelhoek en Stekskesbos;
  • Het district Hoboken zet bovendien het speelbos in Fort 8 in de kijker met een feestelijke opening op zondag 18 mei 2014 tijdens de dag van het park.
  • de stad en de districten blijven werken aan meer speelnatuur in de stad. Dit gebeurt via de (her)aanleg van natuurspeelterreinen, groene schoolspeelplaatsen en het organiseren van een studiedag rond dit thema (1SWN050306 De (her)aanleg van bestaande, geplande en nieuwe aantrekkelijke en toegankelijke parken is gerealiseerd).

3. Spelen is geen overlast.
Spelen van kinderen brengt sowieso geluid ('lawaai') met zich mee, en niemand mag verwachten dat kinderen in volledige stilte gaan spelen. We geven kinderen de nodige ruimte om voluit te kunnen spelen. Spelende kinderen brengen bovendien onrechtstreeks mensen samen; wat speelgeluid nemen we er dan maar al te graag bij. Onbekommerd kinderspel wordt niet beperkt, laat staan verhinderd door de intolerantie van volwassenen:

  • spelen in de stad Antwerpen wordt volop gestimuleerd. In de vakantieperiodes worden lokale speelpleinwerkingen georganiseerd, om kinderen dicht bij huis te laten spelen. Er wordt elk jaar massaal mee gedaan aan de Buitenspeeldag in maart. Sommige districten organiseren extra speeldagen. Er werden twee grote speelevenementen georganiseerd, 'Speelfest' genaamd;
  • de stad wil de komende bestuursperiode werk maken van meer mentale ruimte voor jeugd. Dit geldt ook voor de mentale ruimte voor jeugd die nodig is om de publieke ruimte te kunnen, willen en mogen te gebruiken (1SBR050305 Er is meer mentale ruimte door kinderen, tieners en jongeren positief in beeld te brengen).

4. Kinderen kunnen zich veilig verplaatsen.
Zelf stappen of fietsen is een goed alternatief voor de achterbank van mama's/papa’s auto. Daarom creëren we een netwerk van verbindingen van formele en informele speelplekken en speelaanleidingen.
Met 'speelweefsel' zorgen we in onze gemeente voor veilige verbindingen tussen deze en andere voor kinderen betekenisvolle plekken (scholen, jeugdlokalen, station, …):

  • het concept en het idee van het Speelweefsel is bij de stad Antwerpen goed gekend. Dit concept is tot in detail onderzocht in één wijk, namelijk de Brederodewijk. Er is gekeken welke routes kinderen gebruiken om zich in hun wijk te verplaatsen en hoe er hier op kan ingegrepen worden om deze routes aangenamer (via speelaanleidingen) en veiliger te maken;
  • de stad zet sterk in op verkeersveiligheid en hanteert hierbij het STOP-principe, waarbij 'stappers' en 'trappers' prioritair zijn. Verschillende districten willen onderzoek voeren naar het gewenste speelruimteweefsel (1HMB01 Antwerpen is een verkeersveilige stad dankzij een geïntegreerde aanpak).

5. Er is voldoende speelruimte voor georganiseerd jeugdwerk.
Honderdduizenden kinderen en jongeren nemen in Vlaanderen en Brussel deel aan activiteiten van jeugdverenigingen.
In onze gemeente zorgen we er dus ook voor dat zij genoeg plaats hebben om te spelen:

  • het jeugdwerk maakt zeer vaak gebruik van de publieke ruimte om te spelen. Tijdens Antwerpen Europese Jongerenhoofdstad is er een speelterreinennorm bepaald. Deze norm is vastgelegd op 10,00 m² per kind onder de 12 jaar. Op die manier is er een zicht op de huidige situatie (3,60 m²) en het werk dat er nog moet gebeuren. Er wordt nog verder gewerkt om deze norm aan te vullen met andere gegevens om zo een effectief zicht te krijgen op alle ruimtes waar kinderen en jongeren kunnen spelen;
  • in de loop van 2014 zullen er zes nieuwe speelzones worden opgesteld (1SBR050303 De publieke ruimte wordt optimaal ingezet als (in)formele speelruimte).

6. Lokale beleidsmakers creëren een verdraagzaam klimaat ten aanzichte van spelende kinderen.
Spelen is essentieel voor opgroeiende jeugd, maar tegelijk lijkt de hedendaagse maatschappij minder tolerant te worden tegenover spelende kinderen. In onze gemeente komen we op voor spelende kinderen door bijvoorbeeld een campagne op te zetten om negatieve trends te breken. Ons lokaal beleid is er op afgestemd om kinderen weer ruimte te geven om te kunnen spelen.
Ruimte op straat en in het groen, maar ook ruimte in de hoofden en in de harten van de burgers:

  • bij projecten zoals de (her)aanleg van speelterreinen, worden de volwassenen ook geïnformeerd en bewust gemaakt van het belang van spelen voor kinderen;
  • we zetten in op meer mentale ruimte voor kinderen, tieners en jongeren. Zij moeten zich welkom voelen in hun buurt, wijk, stad. Verdraagzaamheid ten opzichte van spelende kinderen zorgt voor meer mentale ruimte voor deze doelgroep (1SBR050306 Er is meer mentale ruimte door kinderen, tieners en jongeren positief in beeld te brengen).

7. Elke beleidsmaatregel houdt rekening met de impact op kinderen en jongeren.
Maatregelen kunnen soms onverwachte neveneffecten hebben en niet in het minst op kinderen en jongeren. Daarom worden alle beleidsmaatregelen afgetoetst op eventuele nadelige nevenwerkingen voor kinderen (bijvoorbeeld via een Jongeren-en Kindereneffectrapportage of kortweg JoKER).
In onze gemeente durven beleidsmakers de bril van kinderen en jongeren op te zetten om het effect van hun beleid te toetsen:

  • de stad Antwerpen heeft de titel van 'Ambassadeur van het luisteren' gekregen voor 2012-2013. Met deze titel kiest de stad Antwerpen er volop voor om effectief naar kinderen en jongeren te luisteren, ook door beleidsmakers. Er worden allerhande projecten georganiseerd, zoals twee jeugdfora, om deze titel kracht bij te zetten;
  • in de stad Antwerpen wordt er gewerkt met de jeugdparagraaf. Dit is een beleidsinstrument, waarbij het advies van de jeugdraad en/of van jongeren mee wordt opgenomen in de besluitvorming;
  • de stad organiseert ook specifiek inspraak met kinderen, tieners en jongeren. Jeugdraden, verenigingen en scholen worden hier vaak bij betrokken. De jeugd kan ook digitaal hun mening meegeven via inspraaktool Oor (1SBR0504 Kinderen, tieners, jongeren en het jeugdwerk geven hun mening over het beleid van de stad en haar districten).

8. Kinderen ontwerpen mee de openbare ruimte.
De ruimte in Vlaanderen is schaars. Mensen hebben plaats nodig om te wonen, te werken, zich te ontspannen en te verplaatsen. Er is ruimte nodig voor groen en natuur, voor landbouw, industrie, ... In onze gemeente wordt de openbare ruimte niet enkel op volwassenen afgestemd maar ook op kinderen en jongeren.
Zij willen, kunnen en mogen de ruimte waarin we leven mee vorm geven:

  • kinderen en jongeren in de stad Antwerpen worden actief betrokken bij het uitdenken van nieuwe speelterreinen of nieuwe jeugdlocaties. Ze kunnen tips en ideeën geven op concrete ontwerpen, waar de ontwerpers rekening mee houden;
  • de mening van kinderen, tieners en jongeren wordt steeds gevraagd via verschillende methodieken. Minstens zijn dit Oor en de jeugdparagraaf (1SBR050401 Kinderen, tieners en jongeren zijn betrokken bij het beleid van de stad door middel van laagdrempelige en aantrekkelijke inspraakprojecten).

Adviezen

Jeugdraad Hoboken Gunstig advies

Het advies werd in de vorm van een stellingenspel gegoten tijdens de jeugdraad van 30 januari 2014. De 8 principes van het charter werden dus als stellingen behandeld. In bijlage kan het districtscollege een verslag van deze raad vinden. De aanwezigen op de jeugdraad gaven bij enkele stellingen uit het charter opmerkingen mee over de situatie in Hoboken. De opmerkingen handelen vooral over de veiligheid en kindvriendelijkheid op het openbaar domein van Hoboken. Ze wensen dat het districtscollege rekening houdt met deze opmerkingen.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
Bewoners ervaren het district als een aangename leefomgeving, met een (vrijetijds)aanbod op maat van verschillende doelgroepen
Alle kinderen, tieners en jongeren ervaren voldoende fysieke en mentale ruimte om zich in hun vrijetijd te ontspannen en te ontplooien
Kinderen, tieners en jongeren beschikken over voldoende ruimte, zodat ze vrij kunnen spelen, ontdekken en zich amuseren

Besluit

Het districtscollege hoboken beslist:

Artikel 1

Het districtscollege keurt het charter 'Spelen is een kinderrecht' goed en stelt zich met betrekking tot de districtsbevoegdheden inzake jeugdbeleid achter de acht principes uit het charter. Het district Hoboken wil een Goe Gespeeld! district zijn. Het districtscollege zal antwoorden op het advies van de jeugdraad.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
Districtscoördinator Het charter wordt ondertekend en opgestuurd.

 


Bijlagen