Goe Gespeeld! is een V!RUS-project van Steunpunt Jeugd, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Karuur, Chirojeugd Vlaanderen, Scouts en Gidsen Vlaanderen, Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en –consulenten, KLJ en KSJ-KSA-VKSJ. Het wordt gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid.
Stilaan worden spelende kinderen een bedreigde soort: ze mogen geen lawaai maken, niets gevaarlijks doen, niet vuil worden,… Goe Gespeeld! is een pleidooi voor écht spelen: over GOE spelen, zonder de ‘d’ want spelen is ook nooit ‘af’ of het is soms met een hoek af.
Goe Gespeeld! wil zorgen voor tips en informatie over ruimte om te spelen, het belang van beweging, spelen in georganiseerd en niet-georganiseerd verband, avontuur, spelen in ’t groen, risico’s, tolerantie en vuile speelkledij.
Verder wil Goe Gespeeld! ook gemeentelijke jeugdraden stimuleren om het plaatselijke beleid te adviseren over ruimte om te spelen. Goe Gespeeld! ontwikkelde daarom een test op hun webstek om het beleid van de gemeente over ruimte voor kinderen en jongeren te evalueren en te voeden.
Op de jeugdraad van 30 januari 2014 werd een inspraakmoment over dit charter voorzien. De acht principes van het charter werden als stellingen behandeld in een stellingenspel.De aanwezigen op de jeugdraad gaven bij enkele stellingen uit het charter opmerkingen mee over de situatie in Hoboken. De opmerkingen handelen vooral over de veiligheid en kindvriendelijkheid op het openbaar domein van Hoboken. Ze wensen dat het districtscollege rekening houdt met deze opmerkingen. De opmerkingen zijn terug te vinden in bijgevoegd verslag van de jeugdraad.
Aan steden en gemeenten in Vlaanderen wordt gevraagd om het charter 'Spelen is een kinderrecht' te integreren in het stedelijk beleid. Het charter bestaat uit acht stellingen/uitdagingen. Hieronder volgt een overzicht, met daarbij een opsomming wat de stad Antwerpen hier reeds rond doet en een verwijzing naar de verankering in de strategische doelstellingen.
1. Kinderen spelen overal in de openbare ruimte.
Spelen in de openbare ruimte is meer dan het openstellen van speelstraten. De straat is van iedereen, niet enkel van de auto, het is ook een verblijfs-, speel- en ontmoetingsruimte. Pleinen zijn meer dan parkings. Parken en pleinen zijn ideaal als speel- en ontmoetingsruimte.
In onze gemeente lopen de verschillende functies van deze plaatsen zoveel mogelijk door elkaar:
2. Kinderen spelen in het groen.
Kinderen en jongeren hebben nood aan direct contact met de natuur. Dat is onmisbaar voor hun ontwikkeling, gezondheid en fysieke conditie, maar ook voor de ontwikkeling van hun natuur- en milieubewustzijn. Daarom is het groen in onze gemeente zoveel mogelijk toegankelijk en ‘spelen toegelaten’, in de eerste plaats de gronden van de gemeente zelf.
Speelbossen zijn een leuke aanvulling maar zijn niet het enige speelgroen in de gemeente:
3. Spelen is geen overlast.
Spelen van kinderen brengt sowieso geluid ('lawaai') met zich mee, en niemand mag verwachten dat kinderen in volledige stilte gaan spelen. We geven kinderen de nodige ruimte om voluit te kunnen spelen. Spelende kinderen brengen bovendien onrechtstreeks mensen samen; wat speelgeluid nemen we er dan maar al te graag bij. Onbekommerd kinderspel wordt niet beperkt, laat staan verhinderd door de intolerantie van volwassenen:
4. Kinderen kunnen zich veilig verplaatsen.
Zelf stappen of fietsen is een goed alternatief voor de achterbank van mama's/papa’s auto. Daarom creëren we een netwerk van verbindingen van formele en informele speelplekken en speelaanleidingen.
Met 'speelweefsel' zorgen we in onze gemeente voor veilige verbindingen tussen deze en andere voor kinderen betekenisvolle plekken (scholen, jeugdlokalen, station, …):
5. Er is voldoende speelruimte voor georganiseerd jeugdwerk.
Honderdduizenden kinderen en jongeren nemen in Vlaanderen en Brussel deel aan activiteiten van jeugdverenigingen.
In onze gemeente zorgen we er dus ook voor dat zij genoeg plaats hebben om te spelen:
6. Lokale beleidsmakers creëren een verdraagzaam klimaat ten aanzichte van spelende kinderen.
Spelen is essentieel voor opgroeiende jeugd, maar tegelijk lijkt de hedendaagse maatschappij minder tolerant te worden tegenover spelende kinderen. In onze gemeente komen we op voor spelende kinderen door bijvoorbeeld een campagne op te zetten om negatieve trends te breken. Ons lokaal beleid is er op afgestemd om kinderen weer ruimte te geven om te kunnen spelen.
Ruimte op straat en in het groen, maar ook ruimte in de hoofden en in de harten van de burgers:
7. Elke beleidsmaatregel houdt rekening met de impact op kinderen en jongeren.
Maatregelen kunnen soms onverwachte neveneffecten hebben en niet in het minst op kinderen en jongeren. Daarom worden alle beleidsmaatregelen afgetoetst op eventuele nadelige nevenwerkingen voor kinderen (bijvoorbeeld via een Jongeren-en Kindereneffectrapportage of kortweg JoKER).
In onze gemeente durven beleidsmakers de bril van kinderen en jongeren op te zetten om het effect van hun beleid te toetsen:
8. Kinderen ontwerpen mee de openbare ruimte.
De ruimte in Vlaanderen is schaars. Mensen hebben plaats nodig om te wonen, te werken, zich te ontspannen en te verplaatsen. Er is ruimte nodig voor groen en natuur, voor landbouw, industrie, ... In onze gemeente wordt de openbare ruimte niet enkel op volwassenen afgestemd maar ook op kinderen en jongeren.
Zij willen, kunnen en mogen de ruimte waarin we leven mee vorm geven:
Het advies werd in de vorm van een stellingenspel gegoten tijdens de jeugdraad van 30 januari 2014. De 8 principes van het charter werden dus als stellingen behandeld. In bijlage kan het districtscollege een verslag van deze raad vinden. De aanwezigen op de jeugdraad gaven bij enkele stellingen uit het charter opmerkingen mee over de situatie in Hoboken. De opmerkingen handelen vooral over de veiligheid en kindvriendelijkheid op het openbaar domein van Hoboken. Ze wensen dat het districtscollege rekening houdt met deze opmerkingen.
Het districtscollege keurt het charter 'Spelen is een kinderrecht' goed en stelt zich met betrekking tot de districtsbevoegdheden inzake jeugdbeleid achter de acht principes uit het charter. Het district Hoboken wil een Goe Gespeeld! district zijn. Het districtscollege zal antwoorden op het advies van de jeugdraad.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| Districtscoördinator | Het charter wordt ondertekend en opgestuurd. |