De Europese erfgoedfederatie Europa Nostra selecteerde onlangs de Antwerpse Bourlaschouwburg als één van de zeven meest bedreigde erfgoedsites van Europa, omdat de Bourla dankzij de houten machinerie een van de enige theatergebouwen in Europa is waar nog 19e-eeuwse opera’s en theaterstukken opgevoerd kunnen worden in hun authentieke setting.
Die visie staat echter haaks op de huidige visie, waarbij Het Toneelhuis als Antwerps Stadstheater onder de geïnspireerde artistieke leiding van Guy Cassiers al jaren garant staat voor voorstellingen van internationale kwaliteit. Daarmee toont het Toneelhuis net dat de Bourla als negentiende-eeuws gebouw in het hart van een stad een hedendaagse invulling krijgt en zichzelf opnieuw uitgevonden heeft. Dit vertaalt zich in een drukbezochte Bourla, spraakmakende producties en een aanwezigheid op grote buitenlandse podia.
De Antwerpse Bourla is dus niet meer het toneel van kostuumtheater bij kaarslicht. En een museumfunctie aan het gebouw geven, zou een grote stap achteruit betekenen. Een grondige renovatie is inderdaad nodig, maar deze mag niet ten koste gaan van de toekomst van de Bourlaschouwburg. Als we de Bourla willen redden moeten we ze adequaat en grondig renoveren, zodat het een modern en comfortabel theatercomplex van de 21ste eeuw kan zijn, voor makers, spelers en bezoekers.
Daarom volgende vragen aan de schepen:
- Welk gevolg zal er gegeven worden aan de selectie van de Bourla als één van de zeven meest bedreigde erfgoedsites van Europa?
- Welke maatregelen zullen getroffen worden om veilige werkomstandigheden te garanderen voor personeel en publiek en zal hiervoor ook contact opgenomen worden bij de Vlaamse regering?