Terug

2014_CBS_03453 - Opmaken ruimtelijke uitvoeringsplannen. Begeleidingsopdrachten - Doorrekening kosten aan (publiek-) private partij - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/03/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Afgevoerd; terugkomen met nieuwe tekst

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_03453 - Opmaken ruimtelijke uitvoeringsplannen. Begeleidingsopdrachten - Doorrekening kosten aan (publiek-) private partij - Goedkeuring 2014_CBS_03453 - Opmaken ruimtelijke uitvoeringsplannen. Begeleidingsopdrachten - Doorrekening kosten aan (publiek-) private partij - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is één van de instrumenten om het ruimtelijk structuurplan uit te voeren. Het legt de bestemming en de bouwmogelijkheden vast voor een bepaald deel van de stad.

Het opmaken van een RUP is dan ook noodzakelijk wanneer een gewenste ruimtelijke ontwikkeling niet kan verwezenlijkt worden binnen het vigerende juridisch kader (gewestplan, bijzonder plan van aanleg of RUP).

Volgens de plannen en projecten, opgenomen in de meerjarenplanning 2014-2019, wordt reeds de opmaak van een 30-tal RUP's voorzien. Dit is een niet limitatieve opgave.

Er zijn geen budgetten voorzien voor de opmaak van deze RUP’s. De reden daarvan is dat de dienst stadsontwikkeling/ruimte, tot vandaag de opmaak van RUP’s in eigen beheer deed en dit op basis van door het beleid gemaakte prioriteiten versus mankracht (mits uitbesteding van een aantal wettelijk verplichte of ondersteunende studies zoals MER-screenings of stedenbouwkundige ontwerpen, ...).

In zitting van 4 december 2013 (jaarnummer 12746) en 13 december 2013 (jaarnummer 12755) besliste het college dat de ruimtelijke planningsprocessen, waaronder het opmaken van alle RUP's, behoren tot de taak van de dienst stadsontwikkeling/ruimte: “De afdeling ruimtelijke planning wordt de sturende kracht in het stadsontwikkelingsbeleid door als unieke regisseur op te treden en dit ook verder naar de praktijk te vertalen (vergunningen). Deze versterkte regierol zal onder meer zichtbaar worden in de anticipatie op ruimtelijk planningsprocessen”.

Wat behelst de opmaak van een RUP?

Het opmaken van een RUP behelst meer dan het schrijven van voorschriften en het intekenen van een grafisch plan. Het is een intensief en tijdrovend planningsproces waarbij ruimtelijk onderzoek en participatie het grootste aandeel vormen van het uiteindelijke resultaat:

  • iInterpreteren en verwerken omgevingsanalyse (ondersteund door team omgevingsanalyse);
  • iterpreteren en verwerken ontwerpend onderzoek (ondersteund door team ontwerpend onderzoek);
  • bepalen ruimtelijke visie in samenspraak met alle betrokken actoren;
  • opmaken plan- en tekstdocumenten (ondersteuning team administratie);
  • toepassen sectorale wetgeving (bijvoorbeeld MER, watertoets, erfgoed, milieu, …);
  • verlenen toelichtingen in het kader van noodzakelijk advies, communicatie, draagvlak (bewonersvergadering, districtsbestuur, stedelijke adviesraden, plenaire vergadering, …);
  • beantwoorden informatieve vragen komende van klantenmanagement, de burger en beleid (college, gemeenteraad, district, ...);
  • opmaak verslagen en samenvattingen indien nodig;
  • begeleiden besluitvormingsprocedure (ondersteund door team administratie);
  • verzamelen, verwerken van de bezwaarschriften en adviezen, en voorbereiden van de antwoorden in het kader van het openbaar onderzoek;  
  • inventariseren en actualiseren in plannenregister doorheen het ganse proces en digitaal uitwisselen van de RUP's volgens de vastgestelde technische richtlijnen (ondersteund door team omgevingsanalyse).

 Welke grote stappen doorloopt een RUP-proces?

  1. opmaken van een procesnota: met planningscontext, onderzoeksvragen, procesverloop, communicatie, participatie;
  2. opmaken van een richtnota: met studie en ontwerp, richting aan bestemmingen en stedenbouwkundige voorschriften, ontwikkelingsvisie;
  3. doorlopen van de plan-MER-procedure: elk RUP moet gescreend worden naar aanzienlijke milieueffecten voor mens en milieu. In bepaalde gevallen kan dit resulteren in de opmaak van een plan-MER;
  4. opmaken van voorontwerp RUP: vertalen van de richtnota naar een verordenend instrument bestaande uit een grafisch plan, stedenbouwkundige voorschriften, planbaten-schade, flankerende maatregelen (rooilijnplan, onteigeningsplan, recht op voorkoop);
  5. organiseren adviesronde: advies vragen aan plenaire vergadering, district, GECORO;
  6. voorlopig vaststellen van het RUP: aanpassen van het RUP in functie van de ingediende adviezen. De gemeenteraad stelt het RUP voorlopig vast;
  7. organiseren van een openbaar onderzoek: het RUP wordt gedurende 60 dagen ter inzage gelegd volgens de decretale bepalingen. Belanghebbenden kunnen tijdens deze periode bezwaren of opmerkingen indienen. Ook de deputatie en de afdeling Ruimte Vlaanderen geven een advies;
  8. advies GECORO: GECORO ontvangt en bundelt de ingediende bezwaarschriften, opmerkingen en adviezen en brengt een gemotiveerd advies uit;
  9. definitief vaststellen RUP: het RUP kan nog aangepast worden in functie van de ingediende bezwaarschriften en/of het advies van de GECORO. De gemeenteraad stelt het RUP definitief vast;
  10. integreren RUP in het plannenregister: na goedkeuring van het RUP door de deputatie wordt het opgenomen in het plannenregister en wordt het digitaal ontsloten.

Argumentatie

De stad Antwerpen selecteert in functie van de uitvoering van haar beleid de daarvoor vereiste RUP’s. In de meerjarenplanning ligt de nadruk op een aantal grote uitdagingen die versneld de opmaak van een RUP verwachten. Tegelijkertijd zou het wenselijk zijn om ook in te spelen op een aantal (publiek-) private initiatieven die het algemeen belang dienen (bijvoorbeeld het huisvesten van een toenemende bevolking en het creëren van bijkomende voorzieningen en tewerkstellingsplaatsen).

De budgetten en de VTE’s zijn echter momenteel niet toereikend om alle wenselijke RUP’s op te maken. Er dient dus gezocht te worden naar bijkomende middelen.

Daarom wordt voorgesteld om voor waardevolle initiatieven die het algemeen belang dienen, aan de (publiek-) private partij of grondeigenaar een bijdrage aan te rekenen voor de financiering van de opmaak en procedureverloop van een RUP, alsook voor de bijhorende (verplichte) ondersteunende studies.

Dit stelt de stad Antwerpen in staat om snel in te spelen op deze initiatieven. De opmaak van het RUP en de procedurestappen die doorlopen worden, verlopen uiteraard zoals anders via de afdeling ruimte van het bedrijf stadsontwikkeling. Zij kan/zal daarvoor een beroep doen op een extern studiebureau.

Voor de uitbetaling van de financiële bijdrage van de stad wordt tussen de stad en de (publiek-) private partij een overreenkomst afgesloten. De volgende algemene bepalingen moeten hierin zeker opgenomen worden:

  • het aandeel van de (publieke-) private partij is een financiële bijdrage aan de stad voor de financiering van de opmaak en procedureverloop van een RUP, alsook voor de bijhorende (verplichte) ondersteunende studies. Deze bijdrage staat los van een eventuele stedenbouwkundige ontwikkelingslast;
  • het aandeel van de stad is het opmaken van een RUP op inhoudelijk vlak en op proces- en procedureel vlak;
  • het betreft een inspanningsverbintenis van de stad en geen resultaatsverbintenis. Het blijft immers de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad en deputatie om het RUP goed te keuren.

De standaardovereenkomst bevat de algemene bepalingen en wordt eenmalig ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad. Afhankelijk van het project kunnen eventueel specifieke bepalingen worden toegevoegd. 

Na goedkeuring van de standaardovereenkomst delegeert de gemeenteraad haar bevoegdheid tot het afsluiten van de globale overeenkomst aan het college. Ook de specifieke bepalingen die eventueel aan de standaardovereenkomst worden toegevoegd (projectafhankelijk) worden dus aan het college gedelegeerd.

Het blijft uiteraard de bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen over de voorlopige en definitieve vaststelling van het eigenlijke RUP, zoals de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt.

Het beleid stelde op basis van het bestuursakkoord een rangorde van op te maken RUP’s op. 32 RUP’s werden hierbij benoemd. De hierboven voorgestelde werkwijze maakt het mogelijk om RUP’s die het algemeen belang dienen maar die zonder doorrekening van kosten niet onmiddellijk kunnen worden uitgevoerd,  even snel als andere, meer prioritaire, RUP’s uit te voeren.  De lijst van RUP’s zal jaarlijks door het beleid worden geactualiseerd.

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
Wonen, economische functies en publieke voorzieningen zijn gevarieerd, nabij en bereikbaar in elk buurt- en districtscentrum
De ruimtelijke planningsprocessen zijn goed onderbouwd en hebben maatschappelijk draagvlak

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het algemene principe goed, waarbij de financiering van de opmaak van en het procedureverloop van een ruimtelijk uitvoeringsplan, kan doorgerekend worden aan een (publiek-) private partij.

Artikel 2

Het college keurt daarbij de uitgangspunten en algemene bepalingen goed als basis voor het opmaken van een overeenkomst  met een (publiek-) private partij.

Artikel 3

Het college beslist dat deze doorrekeningsprincipes tevens worden toegepast door AG VESPA voor de projecten die onder hun bevoegdheid vallen (stadsprojecten, vastgoed en gebiedsgerichte openbaar domeinwerken op door de stad Antwerpen ontwikkelde gronden) en die leiden tot de opmaak van een RUP.

Vermits de bedrijfseenheid stadsontwikkeling de regierol van planningsprocessen (waaronder RUP's) uitoefent, gaan de hierdoor gegenereerde financiële middelen naar de bedrijfseenheid stadsontwikkeling.

Artikel 4

Het college beslist dat, indien een districtsbestuur vragende partij is voor de opmaak van een RUP, dit bestuur de  nodige financiële middelen dient te voorzien.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 6

Het college geeft opdracht aan:

dienst taak
SW/R een standaardovereenkomst op te maken en eenmalig ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.