Terug

2014_CBS_03173 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201499 - district Antwerpen - Oranjestraat 54 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/03/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_03173 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201499 - district Antwerpen - Oranjestraat 54 - Goedkeuring 2014_CBS_03173 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 201499 - district Antwerpen - Oranjestraat 54 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Pieter Peerlings, Silvia Mertens
De aanvraag omvat: verbouwen meergezinswoning en achterhuis
Dossiernummer: AN3/B/201499

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Het college is van oordeel dat het verslag en het advies van de gemeentelijk stedenbouwkundig gedeeltelijk kan gevolgd worden.

Het college is van oordeel dat de aanvraag in aanmerking komt voor vergunning zonder beperking wat betreft eventuele woonfuncties in het achterliggende pakhuis om volgende redenen:

  1. RUP 2060 : art 1.9.2 bepaalt de mogelijkheid tot functiewijziging van bestaande vergunde activiteiten in ambachten, opslag en ateliers in binnengebied en voorziet afwijkingen op deze regel indien het gebouw behoort tot het bouwkundig erfgoed.  Het bijgeleverde rapport van SW/OE/M dd. 12 februari 2014 met ref. SW/MON20148699 bepaalt dat het Pakhuis ’t Glorie een waardevol pand is omdat de toestand uit 1875 nagenoeg gaaf bewaard is gebleven. Daarenboven is volgens dit rapport het een mooi voorbeeld van de combinatie woon-en pakhuis met binnenkoer die typisch was voor deze periode. De voorgevel heeft een kunsthistorische waarde. Op grond hiervan is voldaan aan de voorwaarden bepaalt in art. 1.9.2 –afwijkingen en kan de residentiële functie worden gemotiveerd.
    De gelijkvloerse verdieping van het historische pakhuis herbergt een ruime  kantoorfunctie met uitbreidingsmogelijkheden en flexibiliteit. Mede door deze ruime kantoorfunctie is een residentiële functie op de hoger gelegen etage verantwoord.

  2. Bouwcode :  art. 28 van de bouwcode behandelt de eigenschappen en voorwaarden van de minimale lichtinval. Analyse van de plannen toont aan dat voldoende lichtinval gegarandeerd is door de volgende feitelijkheden :
    - De 6 ramen in de achterperceelsgrens zijn originele ramen die tot het cultuurhistorisch palet van het erfgoed behoren en de leef-en werkkwaliteit niet in het gedrang brengen.
    -Er zijn voldoende grote dakvlakramen die zich boven het loopvlak van de verblijfsruimte bevinden omwille van de aanwezigheid van een lichtvide tussen de 1ste en 2de etage. Daarenboven is het open – en loftachtige concept van het voorliggende plan een garantie op voldoende lichtinval.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is het advies van de dienst brandweer voor wat betreft de voor-en achterbouw strikt na te leven.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen