Terug

2014_CBS_03456 - Adviesvraag Vlaamse overheid - Opheffing erkenning islamitische geloofsgemeenschap De Koepel. Advies. Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/03/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_03456 - Adviesvraag Vlaamse overheid - Opheffing erkenning islamitische geloofsgemeenschap De Koepel. Advies. Collegiale brief - Goedkeuring 2014_CBS_03456 - Adviesvraag Vlaamse overheid - Opheffing erkenning islamitische geloofsgemeenschap De Koepel. Advies. Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Een advies van de gemeenteraad van het territoriale werkingsgebied van de plaatselijke kerk- en geloofsgemeenschap is een verplicht onderdeel van de procedure tot opheffing van de erkenning.

Aanleiding en context

Het college nam op 11 mei 2007 (jaarnummer 6183) kennis van de procedure voor het afleveren van een advies over vragen tot erkenning van plaatselijke kerk- en geloofsgemeenschappen.

Op 20 september 2010 (jaarnummer 1099) heeft de gemeenteraad beslist positief te adviseren voor de erkenningsaanvraag van de islamitische geloofsgemeenschap De Koepel op het grondgebied van de stad Antwerpen.

Op 23 december 2013 verstuurde de Vlaamse overheid de vraag om een advies over de opheffing van de erkenning van de plaatselijke geloofsgemeenschap De Koepel naar het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen.

De gemeenteraad dient zijn advies uit te brengen binnen vier maanden nadat de Vlaamse overheid hierom heeft verzocht. Als er geen advies binnen dit termijn wordt gegeven, wordt dit aanzien als een gunstig advies.

Argumentatie

De Vlaamse regering erkent de islamitische geloofsgemeenschappen en hun gebiedsomschrijving op voorstel van het door de federale overheid erkende representatief orgaan van de islamitische eredienst.

Bij ministerieel besluit van 24 oktober 2011 werd de islamitische geloofdsgemeenschap De koepel erkend met als gebiedsomschrijving stad Antwerpen. Na de erkenning moet de vereniging verkiezingen organiseren om een islamitisch comité te kiezen. De islamitische geloofsgemeenschap is vanaf dan een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid die bestuurd wordt door een comité. De Vlaamse overheid laat weten dat de erkende lokale islamitische geloofsgemeenschap de Koepel tot op heden geen verkozen bestuur (comité) heeft. De moslimexecutieve werd gevraagd om de koepel aan te manen, zodat er uiterlijk eind april 2014 een verkozen comité is.

Moskee De Koepel beschikt inderdaad nog niet over een verkozen bestuur (islamitisch comité) waardoor de islamitische vereniging de betreffende regelgeving inzake de erkenning van plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschappen overtreedt. Het verzoek van de minister aan het bestuur van De Koepel om zich binnen een redelijke termijn aan deze regelgeving te conformeren is dan ook logisch. Bij niet-vervulling van deze voorwaarde is de intrekking van de erkenning aangewezen.

Uit de contacten van de stedelijke diensten met de verantwoordelijken van De Koepel blijkt dat de beperking van de erkenning tot het grondgebied van de stad Antwerpen de reden is waarom er nog geen verkozen bestuur is. Omwille van het specifieke profiel van De Koepel (gericht op zgn. bekeerlingen en derhalve op een zeer uitgestrekt gebied van potentiële en feitelijke bezoekers van de moskee) impliceert de organisatie van verkiezingen binnen het huidige erkende werkingsgebied, met name de stad Antwerpen, volgens een aantal verantwoordelijken van de moskee, dat de specifieke identiteit en eigenheid van de moskee spoedig verloren zouden gaan. Door de organisatie van verkiezingen binnen het huidige stedelijke werkingsgebied zouden immers een groot aantal van de huidige bezoekers van De Koepel, die buiten de stad Antwerpen wonen, niet beschikken over actief of passief stemrecht.

De oplossing van het aangehaalde probleem zou volgens deze verantwoordelijken dan ook bestaan in de uitbreiding van de huidige erkenning tot een ruimer territorium.

Ook sommige andere geloofsgemeenschappen beschikken over een erkenning die betrekking heeft op een aanzienlijk ruimer territorium dan dat van de gemeente waar de betrokken geloofsgemeenschap haar bijeenkomsten organiseert.  

De bevoegde Vlaamse minister ontving op zijn vraag een advies van de Staatsveiligheid dat aan de burgemeester werd bezorgd  (referentie: NA/2014/48/R2/202/021). Uit dit advies blijkt enerzijds dat de Staatsveiligheid niet op de hoogte is ‘van specifieke extremistische uitspraken of activiteiten binnen moskee De Koepel die – volgens onze inschatting- een concrete inbreuk zouden inhouden op de erkenningscriteria voor plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschappen, zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2005.’

Dit advies strookt met de zienswijze van de minister, in die zin dat de procedure tot intrekking enkel betrekking heeft op het ontbreken van een verkozen bestuur.

Anderzijds vermeldt het advies ook dat werd ‘vastgesteld dat er binnen De Koepel nog steeds een aantal belangrijke figuren actief zijn met een vrij radicaal profiel dat aanleunt bij het salafisme. Het is echter niet mogelijk om de moskee in zijn geheel te omschrijven als salafistisch of radicaal.’

De burgemeester heeft vanuit zijn verantwoordelijkheid inzake openbare orde en veiligheid bij de Staatsveiligheid schriftelijk aangedrongen op meer duidelijkheid omtrent deze onduidelijke formulering en dit op korte termijn. Tot op heden heeft de Staatsveiligheid op dit verzoek echter nog niet gereageerd.

Het is op dit ogenblik dan ook onmogelijk om een correcte inschatting te kunnen maken van de betreffende moskee.

Juridische grond

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten bepaalt dat de Vlaamse regering de plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschappen erkent en de criteria vaststelt waaraan ze moeten voldoen om die erkenning te kunnen krijgen. De erkenningsprocedure wordt verder uitgewerkt in het besluit van 30 september 2005 van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de criteria voor de erkenning van de plaatselijke kerk- en geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten.
Artikel 7 van dit besluit bepaalt de procedure voor de opheffing van de erkenning. Voor de Vlaamse regering haar beslissing neemt over de intrekking van de plaatselijke kerk- of geloofsgemeenschap wint zij het advies in van de gemeenteraden van de gebiedsomschrijving.

Als de gemeenteraad of provincieraad zijn advies niet naar de Vlaamse Regering heeft gestuurd binnen een termijn van vier maanden nadat de Vlaamse Regering hem de vraag om advies heeft toegezonden, wordt de gemeenteraad of de provincieraad geacht een gunstig advies over de erkenningsaanvraag te hebben uitgebracht.”

Beleidsdoelstellingen

6 - Harmonieuze stad
Iedere Antwerpenaar kan zijn eigen levensbeschouwing in optimale omstandigheden beleven met respect voor andere Antwerpenaren, voor het seculiere karakter van de overheid en voor de scheiding van religie en overheid
De eredienstbesturen organiseren hun levensbeschouwing in alle openheid en in partnerschap met de buurt
Moskeeƫn en Protestants-evangelische kerken worden begeleid op vlak van hun organisatie en werking, socio-cultureel aanbod en de toekomst van hun eredienst in de stad

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om aan de Vlaamse regering een collegiale brief te richten over de mogelijke opheffing van de erkenning van de islamitische geloofsgemeenschap De Koepel, onder voorbehoud van goedkeuring van de inhoud van deze brief door de gemeenteraad.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen