Terug

2014_CBS_04541 - Taxicheques - Optimalisering. Overleg provinciebestuur en taximaatschappijen - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 25/04/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_04541 - Taxicheques - Optimalisering. Overleg provinciebestuur en taximaatschappijen - Kennisneming 2014_CBS_04541 - Taxicheques - Optimalisering. Overleg provinciebestuur en taximaatschappijen - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Inspraak

De adviesorganen van de doelgroepen PMH en MMS worden bij de opmaak van het voorstel betrokken via de geëigende procedures.

Aanleiding en context

Middels de reglementen ‘taxicheques’ draagt de stad Antwerpen bij aan de basismobiliteit van personen met een handicap (PMH) en van mindermobiele senioren (MMS) met een inkomen lager dan tweemaal het leefloon.

Deze vorm van tegemoetkoming bestaat al van voor de fusie van 1983, toen weliswaar enkel voor personen met een handicap.

Op de gemeenteraad van 24 november 2008 (jaarnummers 2071 en 2072) werd het reglement taxicheques voor personen met een handicap aangepast en uitgebreid naar –tijdelijk- minder mobiele senioren, en op 20 december 2010 (jaarnummers 1743 en 1744) werd het aantal taxicheques dat men kan aankopen opgetrokken van 8 naar 12 per maand. Vanaf 2011 zijn dus vergelijkbare cijfers beschikbaar (zie tabel hieronder).

Momenteel kunnen rechthebbenden maximaal 144 taxicheques per jaar aankopen tegen een bedrag van 2,50 EUR per cheque; deze heeft een betaalwaarde van 5,00 EUR in de taxi. De stad legt de andere helft bij.

De dienstverlening kent een exponentieel succes, en het aantal verkochte cheques stijgt jaar na jaar. 

 

Categorie

2011

2012

2013

2012~2013

Klanten

PMH

791

770

779

+ 9 (1,2%)

 

MMS

1.494

1.683

1.765

+ 82 (4,9%)

 

Totaal

2.285

2.453

2.544

+ 91 (3,7%)

Cheques

PMH

34.354

37.683

39.771

+ 2.088 (5,5%)

 

MMS

64.571

81.531

91.319

+ 9.788 (12%)

 

Totaal

98.925

119.214

131.090

+ 11.876 (10%)

 

In 2013 werden 131.090 taxicheques verkocht, een stijging met 10% in vergelijking met 2012, aan 2.544 rechthebbenden. De verhouding tussen de doelgroepen is 30% personen met handicap versus 70% mindermobiele senioren, zowel voor wat betreft de verkochte aantallen als voor de rechthebbenden die gebruik maken van het reglement. Het potentiële doelpubliek is 8.000 à 10.000 personen, waarvan momenteel dus één kwart bereikt wordt.

Rechthebbenden moeten hun mobiliteitsbeperking attesteren en ingeval men 65+ is, ook het beperkte inkomen (lager dan tweemaal het leefloon). 

De continuering van de dienstverlening is ingeschreven in de meerjarenplanning, met een min of meer gelijkblijvend bedrag van ongeveer 500.000,00 EUR, (waarvan dus de helft bijdragen van rechthebbenden) dat geen gelijke tred houdt met de stijgende vraag.

De dienstverlening is redelijk complex, omdat er twee intermediairen zitten tussen de aanbiedende dienst samen leven/ontmoeting enerzijds en de klant anderzijds:

  • de stadsloketten waar de taxicheques afgedrukt en verkocht worden;
  • de taxi’s waar de cheques verzilverd worden en de taximaatschappijen die de cheques vervolgens factureren.

De uitvoering van de dienstverlening is een grotendeels handmatig proces, gebaseerd op papieren cheques:

  • taxicheques worden op vraag afgedrukt;
  • taxicheques worden gebruikt als contant betaalmiddel;
  • taxicheques worden bij de facturen gevoegd als bewijsstukken;
  • taxicheques worden tenslotte nog fysiek gearchiveerd (omdat digitaliseren té tijdrovend zou zijn).

De personeelsinzet voor de stad is meer dan drie VTE, waarvan twee VTE in de stadsloketten en één VTE bij de dienst samen leven/ontmoeting.

Omwille van de complexiteit, het artisanale karakter en de hoge personeelsinzet drong een optimalisering zich op. 

Tijdens de analyse van het proces in functie van een optimalisering, heeft zich de opportuniteit van een decretale regeling aangediend, met bijbehorende financiering vanwege Vlaanderen. 

Een nieuw decreet
Op 21 december 2012 heeft de Vlaamse regering namelijk het zogenaamde 'compensatiedecreet' afgekondigd, dat eerder door het Vlaams parlement in plenaire zitting unaniem werd goedgekeurd. Op 17 januari 2013 werd dit decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op 11 oktober 2013 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsbesluit goed.  

Naar de letter heeft het decreet dezelfde doelstellingen en doelgroepen als het reglement taxicheques: garanderen van een basismobiliteit voor alle personen van wie de mobiliteit bij het gebruik van vervoer ernstig beperkt is, waarvoor het geregeld vervoer geen adequaat alternatief biedt en van wie de situatie vereist dat ze passende aandacht krijgen. Naar de geest is het decreet gericht op het regelen van aangepast ‘rolstoel’vervoer en het professionaliseren en financieel transparanter maken van deze dienstverlening op niveau van Vlaanderen, via een geheel van 27 gebiedsdekkende vervoersgebieden.

De toepassing van het decreet is veel soepeler dan ons reglement. Er zijn geen beperkingen wat betreft begunstigden: geen inkomensgrens, geen leeftijdsgrens, geen attestering van de immobiliteit, evenmin als beperkingen wat betreft aantal keren dat van het vervoer gebruik gemaakt kan worden. De enige beperking is dat vanaf de 51ste km niet meer gecompenseerd wordt.

Het decreet stelt erkende vervoerders aan voor een periode van vijf jaar en laat bij de selectie daarvan de markt spelen: gemeentelijke vzw’s, OCMW’s of commerciële vervoerders zoals taxi-exploitanten of uitbaters van verhuurbedrijven kwamen in aanmerking als erkende ‘vervoerder’. Inmiddels werd De Antwerpse Rolkar bij ministerieel besluit van 15 januari 2014 belast met de uitvoering van de openbaredienstverplichting voor de periode tot 31 december 2018, en dit voor vervoersgebied 2.

Dit vervoersgebied omvat 727.700 inwoners en bestaat, naast de stad Antwerpen, uit Boechout, Borsbeek, Edegem, Hove, Kapellen, Kontich, Lint, Mortsel, Schoten, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht

Het decreet voorziet ook in eigen financiering, zij het dat de Vlaamse compensaties gemiddeld de helft bedragen van de bijdrage die de stad momenteel per taxicheque inbrengt. Gemiddeld betaalt een gebruiker van taxicheques nu 1,00 EUR per kilometer en draagt de stad eveneens 1,00 EUR bij. Een Vlaamse compensatie zou ‘slechts’ 0,50 EUR per kilometer bedragen. 

Impulsbeleid van de provincie
Het provinciebestuur van Antwerpen vindt een gelijke kansen-perspectief inzake mobiliteit zo belangrijk, dat zij een sterk impulsbeleid willen voeren om aangepast vervoer in de hele provincie mogelijk te maken. Het provinciebestuur Antwerpen speelt daarom in op de mogelijkheden van het genoemde decreet om voor alle inwoners met een mobiliteitsbeperking in de provincie gebiedsdekkend een kwalitatief aanbod aangepast vervoer te realiseren. Het provinciebestuur beoogt een klaverbladfinanciering, met bijdragen van provincie, van Vlaanderen, van de lokale besturen en van de gebruikers.

In 2013 werden al afspraken gemaakt met de gemeentebesturen van de vervoersgebieden Mechelen en Kempen. In een nieuwsbrief aangepast vervoer wordt aangekondigd dat de focus in 2014 ligt op de twee andere vervoersgebieden.

Argumentatie

Maximale optimalisering taxicheques dankzij decreet en provincie
De noodzakelijke optimalisering van het reglement taxicheques krijg een onverwachte wending door het in voege treden van het ‘compensatiedecreet’ enerzijds en het impulsbeleid van het provinciebestuur anderzijds. Er dient zich immers de mogelijkheid aan om de stedelijke beleidsdoelstelling van ondersteuning van minder mobiele burgers via de taxicheques, subsidiair onder te brengen in het provinciale kader.

Wij stellen dan ook voor om in dialoog te treden met de verschillende betrokken partijen -het provinciebestuur, de taximaatschappijen én de gebruikers- met als doelstellingen:

  • de maximale integratie van de 'taxicheques' in het 'compensatiedecreet', in samenwerking met het provinciebestuur;
  • een transparante en toekomstbestendige 'klaverbladfinanciering' tussen stad/provincie/gebruikers en taximaatschappijen, zonder meerkost, noch voor de gebruikers, noch voor de stad, noch voor de taximaatschappijen.

Er is een win-win mogelijk voor alle betrokken partijen:

  • de stad Antwerpen kan op korte termijn –al vanaf 1 januari 2015- efficiëntiewinst boeken omdat deze dienstverlening niet meer zelf aangeboden wordt (actuele personeelskost: drie VTE);
  • door het aanboren van de Vlaamse geldstroom, kan het stedelijke budget voor taxicheques op halflange termijn wellicht krimpen, terwijl toch méér mensen gebruik kunnen maken;
  • méér burgers zullen van mindermobielenvervoer gebruik kunnen maken, aangezien de doelgroep zoals in het decreet is omschreven, ruimer is dan deze die nu van de taxicheques gebruik kunnen maken, met name doordat noch een leeftijdsbeperking, noch een inkomensgrens, noch een beperking in aantal ritten wordt gesteld;
  • ook de taximaatschappijen hebben baat bij een samenwerking, omdat zij ook ritten voor mindermobielen in het ruimere vervoersgebied zullen kunnen uitvoeren.

Samenwerking tussen taximaatschappijen
Het hele opzet van een provinciaal aangestuurd en door Vlaanderen deels gecompenseerd mindermobielenvervoer is afhankelijk van een door Vlaanderen erkende vervoerder die voldoende capaciteit heeft voor het verwachte aantal ritten.

De Antwerpse Rolkar is erkend vervoerder door Vlaanderen voor het vervoersgebied Antwerpen, maar hun capaciteit is onvoldoende om het rittenvolume dat momenteel met taxicheques betaald wordt aan te kunnen (geraamd op 45.000 ritten in 2013), verhoogd met de aanvragen van de rest van het vervoersgebied.

De erkende vervoerder dient jaarlijks in november, en dus een eerste keer in november 2014, een geraamd rittencontingent voor het komende jaar voor te leggen aan de Vlaamse administratie. Deze procedure biedt de mogelijkheid om de capaciteit van De Antwerpse Rolkar uit te breiden met die van de Antwerpse taximaatschappijen. Om maximaal van de Vlaamse compensaties te kunnen genieten is een of andere vorm van consortiumvorming een noodzakelijke voorwaarde.

Juridische grond

Decreet tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit, door het Vlaams Parlement in plenaire zitting unaniem goedgekeurd op 19 december 2012 (stuk 1719), en op 21 december 2012 door de Vlaamse regering bekrachtigd en afgekondigd. Op 17 januari 2013 werd dit decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Besluit van de Vlaamse regering tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit van 11 oktober 2013, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 4 november 2013.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de potentiële mogelijkheden om de stedelijke dienstverlening taxicheques voor de doelgroepen personen met een handicap en mindermobiele 65-plussers, zonder meerkost voor de stad noch voor de gebruikers of voor de taximaatschappijen, te integreren in het decreet tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit van 21 december 2012.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SL/ONT en OS/BDR
  • faciliteren van de onderhandeling tussen De Antwerpse Rolkar en de Antwerpse taximaatschappijen
  • de voorwaarden onderzoeken van een samenwerking voor gecoördineerd mindermobielenvervoer tussen deze partijen om een maximale benutting van de compensaties van het decreet te realiseren
SL/ONT

in juni 2014 een rapport aan het college voorleggen, met:

  • een voorstel van samenwerkingsakkord tussen stad Antwerpen en de provincie
  • een heldere financiële lastenverdeling over de vier actoren stad, provincie, gebruikers en taximaatschappijen
  • een voorstel voor de eventuele aanpassingen aan het reglement taxicheques
  • een communicatieplan met en naar de doelgroepen
  • de stand van zaken betreffende het overleg met de taximaatschappijen