De adviesorganen van de doelgroepen PMH en MMS worden bij de opmaak van het voorstel betrokken via de geëigende procedures.
Middels de reglementen ‘taxicheques’ draagt de stad Antwerpen bij aan de basismobiliteit van personen met een handicap (PMH) en van mindermobiele senioren (MMS) met een inkomen lager dan tweemaal het leefloon.
Deze vorm van tegemoetkoming bestaat al van voor de fusie van 1983, toen weliswaar enkel voor personen met een handicap.
Op de gemeenteraad van 24 november 2008 (jaarnummers 2071 en 2072) werd het reglement taxicheques voor personen met een handicap aangepast en uitgebreid naar –tijdelijk- minder mobiele senioren, en op 20 december 2010 (jaarnummers 1743 en 1744) werd het aantal taxicheques dat men kan aankopen opgetrokken van 8 naar 12 per maand. Vanaf 2011 zijn dus vergelijkbare cijfers beschikbaar (zie tabel hieronder).
Momenteel kunnen rechthebbenden maximaal 144 taxicheques per jaar aankopen tegen een bedrag van 2,50 EUR per cheque; deze heeft een betaalwaarde van 5,00 EUR in de taxi. De stad legt de andere helft bij.
De dienstverlening kent een exponentieel succes, en het aantal verkochte cheques stijgt jaar na jaar.
|
|
Categorie |
2011 |
2012 |
2013 |
2012~2013 |
|
Klanten |
PMH |
791 |
770 |
779 |
+ 9 (1,2%) |
|
|
MMS |
1.494 |
1.683 |
1.765 |
+ 82 (4,9%) |
|
|
Totaal |
2.285 |
2.453 |
2.544 |
+ 91 (3,7%) |
|
Cheques |
PMH |
34.354 |
37.683 |
39.771 |
+ 2.088 (5,5%) |
|
|
MMS |
64.571 |
81.531 |
91.319 |
+ 9.788 (12%) |
|
|
Totaal |
98.925 |
119.214 |
131.090 |
+ 11.876 (10%) |
In 2013 werden 131.090 taxicheques verkocht, een stijging met 10% in vergelijking met 2012, aan 2.544 rechthebbenden. De verhouding tussen de doelgroepen is 30% personen met handicap versus 70% mindermobiele senioren, zowel voor wat betreft de verkochte aantallen als voor de rechthebbenden die gebruik maken van het reglement. Het potentiële doelpubliek is 8.000 à 10.000 personen, waarvan momenteel dus één kwart bereikt wordt.
Rechthebbenden moeten hun mobiliteitsbeperking attesteren en ingeval men 65+ is, ook het beperkte inkomen (lager dan tweemaal het leefloon).
De continuering van de dienstverlening is ingeschreven in de meerjarenplanning, met een min of meer gelijkblijvend bedrag van ongeveer 500.000,00 EUR, (waarvan dus de helft bijdragen van rechthebbenden) dat geen gelijke tred houdt met de stijgende vraag.
De dienstverlening is redelijk complex, omdat er twee intermediairen zitten tussen de aanbiedende dienst samen leven/ontmoeting enerzijds en de klant anderzijds:
De uitvoering van de dienstverlening is een grotendeels handmatig proces, gebaseerd op papieren cheques:
De personeelsinzet voor de stad is meer dan drie VTE, waarvan twee VTE in de stadsloketten en één VTE bij de dienst samen leven/ontmoeting.
Omwille van de complexiteit, het artisanale karakter en de hoge personeelsinzet drong een optimalisering zich op.
Tijdens de analyse van het proces in functie van een optimalisering, heeft zich de opportuniteit van een decretale regeling aangediend, met bijbehorende financiering vanwege Vlaanderen.
Een nieuw decreet
Op 21 december 2012 heeft de Vlaamse regering namelijk het zogenaamde 'compensatiedecreet' afgekondigd, dat eerder door het Vlaams parlement in plenaire zitting unaniem werd goedgekeurd. Op 17 januari 2013 werd dit decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op 11 oktober 2013 keurde de Vlaamse regering het uitvoeringsbesluit goed.
Naar de letter heeft het decreet dezelfde doelstellingen en doelgroepen als het reglement taxicheques: garanderen van een basismobiliteit voor alle personen van wie de mobiliteit bij het gebruik van vervoer ernstig beperkt is, waarvoor het geregeld vervoer geen adequaat alternatief biedt en van wie de situatie vereist dat ze passende aandacht krijgen. Naar de geest is het decreet gericht op het regelen van aangepast ‘rolstoel’vervoer en het professionaliseren en financieel transparanter maken van deze dienstverlening op niveau van Vlaanderen, via een geheel van 27 gebiedsdekkende vervoersgebieden.
De toepassing van het decreet is veel soepeler dan ons reglement. Er zijn geen beperkingen wat betreft begunstigden: geen inkomensgrens, geen leeftijdsgrens, geen attestering van de immobiliteit, evenmin als beperkingen wat betreft aantal keren dat van het vervoer gebruik gemaakt kan worden. De enige beperking is dat vanaf de 51ste km niet meer gecompenseerd wordt.
Het decreet stelt erkende vervoerders aan voor een periode van vijf jaar en laat bij de selectie daarvan de markt spelen: gemeentelijke vzw’s, OCMW’s of commerciële vervoerders zoals taxi-exploitanten of uitbaters van verhuurbedrijven kwamen in aanmerking als erkende ‘vervoerder’. Inmiddels werd De Antwerpse Rolkar bij ministerieel besluit van 15 januari 2014 belast met de uitvoering van de openbaredienstverplichting voor de periode tot 31 december 2018, en dit voor vervoersgebied 2.
Dit vervoersgebied omvat 727.700 inwoners en bestaat, naast de stad Antwerpen, uit Boechout, Borsbeek, Edegem, Hove, Kapellen, Kontich, Lint, Mortsel, Schoten, Stabroek, Wijnegem, Wommelgem en Zwijndrecht
Het decreet voorziet ook in eigen financiering, zij het dat de Vlaamse compensaties gemiddeld de helft bedragen van de bijdrage die de stad momenteel per taxicheque inbrengt. Gemiddeld betaalt een gebruiker van taxicheques nu 1,00 EUR per kilometer en draagt de stad eveneens 1,00 EUR bij. Een Vlaamse compensatie zou ‘slechts’ 0,50 EUR per kilometer bedragen.
Impulsbeleid van de provincie
Het provinciebestuur van Antwerpen vindt een gelijke kansen-perspectief inzake mobiliteit zo belangrijk, dat zij een sterk impulsbeleid willen voeren om aangepast vervoer in de hele provincie mogelijk te maken. Het provinciebestuur Antwerpen speelt daarom in op de mogelijkheden van het genoemde decreet om voor alle inwoners met een mobiliteitsbeperking in de provincie gebiedsdekkend een kwalitatief aanbod aangepast vervoer te realiseren. Het provinciebestuur beoogt een klaverbladfinanciering, met bijdragen van provincie, van Vlaanderen, van de lokale besturen en van de gebruikers.
In 2013 werden al afspraken gemaakt met de gemeentebesturen van de vervoersgebieden Mechelen en Kempen. In een nieuwsbrief aangepast vervoer wordt aangekondigd dat de focus in 2014 ligt op de twee andere vervoersgebieden.
Maximale optimalisering taxicheques dankzij decreet en provincie
De noodzakelijke optimalisering van het reglement taxicheques krijg een onverwachte wending door het in voege treden van het ‘compensatiedecreet’ enerzijds en het impulsbeleid van het provinciebestuur anderzijds. Er dient zich immers de mogelijkheid aan om de stedelijke beleidsdoelstelling van ondersteuning van minder mobiele burgers via de taxicheques, subsidiair onder te brengen in het provinciale kader.
Wij stellen dan ook voor om in dialoog te treden met de verschillende betrokken partijen -het provinciebestuur, de taximaatschappijen én de gebruikers- met als doelstellingen:
Er is een win-win mogelijk voor alle betrokken partijen:
Samenwerking tussen taximaatschappijen
Het hele opzet van een provinciaal aangestuurd en door Vlaanderen deels gecompenseerd mindermobielenvervoer is afhankelijk van een door Vlaanderen erkende vervoerder die voldoende capaciteit heeft voor het verwachte aantal ritten.
De Antwerpse Rolkar is erkend vervoerder door Vlaanderen voor het vervoersgebied Antwerpen, maar hun capaciteit is onvoldoende om het rittenvolume dat momenteel met taxicheques betaald wordt aan te kunnen (geraamd op 45.000 ritten in 2013), verhoogd met de aanvragen van de rest van het vervoersgebied.
De erkende vervoerder dient jaarlijks in november, en dus een eerste keer in november 2014, een geraamd rittencontingent voor het komende jaar voor te leggen aan de Vlaamse administratie. Deze procedure biedt de mogelijkheid om de capaciteit van De Antwerpse Rolkar uit te breiden met die van de Antwerpse taximaatschappijen. Om maximaal van de Vlaamse compensaties te kunnen genieten is een of andere vorm van consortiumvorming een noodzakelijke voorwaarde.
Decreet tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit, door het Vlaams Parlement in plenaire zitting unaniem goedgekeurd op 19 december 2012 (stuk 1719), en op 21 december 2012 door de Vlaamse regering bekrachtigd en afgekondigd. Op 17 januari 2013 werd dit decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Besluit van de Vlaamse regering tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit van 11 oktober 2013, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 4 november 2013.
Het college neemt kennis van de potentiële mogelijkheden om de stedelijke dienstverlening taxicheques voor de doelgroepen personen met een handicap en mindermobiele 65-plussers, zonder meerkost voor de stad noch voor de gebruikers of voor de taximaatschappijen, te integreren in het decreet tot compensatie van de openbaredienstverplichting tot het vervoer van personen met een handicap of een ernstig beperkte mobiliteit van 21 december 2012.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SL/ONT en OS/BDR |
|
| SL/ONT |
in juni 2014 een rapport aan het college voorleggen, met:
|