Terug

2014_CBS_04374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 2014253 - district Antwerpen - Kop Spoor Noord ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/04/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_04374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 2014253 - district Antwerpen - Kop Spoor Noord ZN - Goedkeuring 2014_CBS_04374 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Bijzondere procedure. Voorwaardelijk gunstig advies - 2014253 - district Antwerpen - Kop Spoor Noord ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

In toepassing van artikel 4.7.26 § 4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dient het college advies uit te brengen aan het Vlaamse gewest over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: AG Stadsplanning
De aanvraag omvat: aanleg en inrichting openbaar domein voor de kop Park Spoor noord
Dossiernummer: AN9/B/P/2014253

Argumentatie

Het college beslist op basis van het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in het bijgevoegd stedenbouwkundig verslag goed te keuren voor een aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning, onder volgende voorwaarden:

  • de voorwaarden uit het aangehecht advies van de brandweer strikt na te leven;
  • de afwerkingslaag bovenop de dakdichting te voorzien met een gemiddelde dikte van 0,50 meter;
  • het uitsluiten van ingetekende toestand toekomst Ellermansstraat en aansluitingen BRABO II;
  • een betere oplossing uit te werken voor het restgroen daar waar diverse paden samenkomen;
  • de blindegeleiding ter hoogte van de voorplein Lichttoren 4 uit te werken conform de gebruikte materialen in de stad;
  • meer zit- en verblijfsfuncties toe te passen op pleintjes en zones die ondanks hun privéstatuut toch een openbaar verblijfskarakter hebben;
  • de mogelijke toepassingen in legverbanden te beperken en de diverse materialen tussen de betonnen paden te beperken tot één geheel;
  • aanwerken aan bestaande toestand vooraf te bespreken met de dienst stadsontwikkeling ontwerp en uitvoering (tel 032592450 – herstellingopenbareruimte@stad.antwerpen.be;
  • advies te vragen aan de dienst stadsbeheer (SB) sorteerstraten;
  • afwatering van de verharde oppervlakte rond de gebouwen op nieuw openbaar domein dient te infiltreren in het parkgebied. Regenwater dient van de bestrating naar voorzieningen in het groen (gracht/wadi/etc.)  in de ondergrond te infiltreren en niet naar de openbare straatriool in de Ellermanstraat;
  • de voorziene RWA infrastructuur dient in open structuren aangelegd te worden; te weten straatstenen goten (halfsteen 30 x 40) in blokverband, wadi’s, greppels, etc. en zeker geen acodrain, drainagebuis of verholen lijngoot;
  • geen toezichtputdeksels en drainroosters op openbaar domein, uitgezonderd gekeurde inspectieputdeksels openbare riolering;
  • de voorziene RWA afvoerleidingen dient in betonbuis met open structuur (poreuze buis) uitgevoerd te worden met voldoende buffercapaciteit. De op plan voorziene ondergrondse bufferbekkens kunnen dan komen te vervallen;
  • afwatering van de bestrating op privaat perceel dient te voldoen aan GSV hemelwater en mag niet rechtstreeks aansluiten op de openbare RWA;
  • straatkolken van het standaard type dienen gebruikt te worden;
  • advies van rioolbeheerder AWW/Riolink op ontwerp RWA en materialengebruik is noodzakelijk;
  • de bomen die in verharding komen te staan dienen over voldoende doorwortelbaar volume te beschikken in de ondergrond. Voor een boom van 1ste grootte betekent dit minimaal 21m³ doorwortelbaar volume;
  • de minimale plantmaat van de bomen dient verhoogd te worden naar minimaal 18-20 cm;
  • tijdens de bouwwerken moeten de bomen tot buiten de kroonprojectie met een vast hekwerk afgeschermd worden;
  • alle eventuele beschadigingen aan de bomen dienen onmiddellijk vakkundig te worden behandeld, om infectie van de wonden tot een minimum te beperken;
  • onder de bomen mogen geen materialen gestapeld of werfwagens geplaatst worden;
  • er mag geen grond aangevuld of afgegraven worden binnen de kroonprojectie;
  • het uitgieten van spoelwater met cementresten enz. moet vermeden worden.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/V/SV Het advies te bezorgen aan de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen