Terug

2014_CBS_04369 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lala Carwash bvba, Sint-Bernardsesteenweg 682, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/117/AV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 25/04/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_04369 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lala Carwash bvba, Sint-Bernardsesteenweg 682, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/117/AV - Kennisneming 2014_CBS_04369 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - Lala Carwash bvba, Sint-Bernardsesteenweg 682, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2014/117/AV - Kennisneming

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Aanvrager: Lala Carwash bvba - Westmeerbeeksesteenweg 6 - 2221 Booischot. De aanvraag omvat de exploitatie van een handcarwash.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningsvoorwaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3-inrichting zoals vermeld in het verslag van de dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen als bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2;

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders

afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;

opslag van gevaarlijke stoffen: bovengrondse houders

afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • tijdens het gebruik van de hogedrukreiniger en de stofzuiger moet de toegangspoort gesloten blijven om de geluidsoverdracht naar de openbare weg te beperken;
  • wegrijdende auto's moeten droog zijn om ijzelvorming in de winter te vermijden;
  • de gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen opgehaald werden door een erkende ophaler;
  • de exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen hoeveel wagens er gewassen worden;
  • er mogen geen wachtende auto's op de rijbaan geparkeerd staan;
  • 6 maanden na aflevering van de akteneming bezorgt de exploitant een analysecertificaat van zijn bedrijfsafvalwater waaruit blijkt dat geen gevaarlijke stoffen worden geloosd. De analyse werd uitgevoerd door een erkend laboratorium.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.