Terug

2014_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Binnengemeentelijk decentralisatieprogramma 2014-2019 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 25/04/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Binnengemeentelijk decentralisatieprogramma 2014-2019 - Goedkeuring 2014_CBS_04463 - Binnengemeentelijke decentralisatie - Binnengemeentelijk decentralisatieprogramma 2014-2019 - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

In het bestuursakkoord 2013 - 2018 van de stad Antwerpen staan volgende passages over de verfijning van het binnengemeentelijke samenwerkingsmodel:

(411) “Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd- en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen.”

(413) “De advieskracht van districten wordt op drie concrete manieren versterkt:

  1. De districten krijgen een versterkte adviesbevoegdheid in de aansturing van de wijkgerichte politiewerking, het sneeuwruimen, de Witte Tornado’s en de sluikstortcel.
  2. Districtsadviezen worden op gemotiveerde wijze tijdig beantwoord door het college van burgemeester en schepenen. Indien het district binnen een termijn van 40 werkdagen geen antwoord krijgt op dit advies, wordt dit als schriftelijke vraag geagendeerd op de gemeenteraad.
  3. Districtscolleges moeten beter ondersteund worden. Voor de aanstelling van een districtssecretaris zal de stad advies vragen aan het districtscollege. Indien dit advies niet wordt gevolgd moet de stad dit motiveren. Districten worden versterkt in hun functionele aansturing van de districtssecretaris”.

(415) Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken (bijvoorbeeld Nieuw Zurenborg) kan worden bekeken bij welk district deze logisch zouden moeten thuishoren. Kleine grenscorrecties kunnen worden doorgevoerd.

(416) Andere grenscorrecties in districten kunnen op initiatief van de stad worden doorgevoerd na evaluatie en bevraging van de bevolking en in wederzijds overleg met alle betrokken partijen. In geen geval mogen bewoners hier hinder van ondervinden.

Ook in de bestuursakkoorden van de districten staan verscheidene passages over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel waarbij men zowel de eigen beslissingsbevoegdheid als de adviesbevoegdheid wil versterken en uitdiepen.

Argumentatie

In het kader van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel gaat men van volgende principes uit:

  • districtsmandatarissen hebben een grondige terreinkennis;
  • districtsmandatarissen zijn zeer aanspreekbaar voor hun inwoners;
  • het subsidiariteitsbeginsel dient gehanteerd te worden;
  • districtsbesturen zijn geresponsabiliseerde antennes van het stadsbestuur.

Vanuit deze principes werden volgende doelstellingen vooropgesteld, waarvan de eerste twee reeds deels werden gerealiseerd.

  1. Stad en districten besturen samen (realisatie 2013-2015).

Om de samenwerking te verbeteren werden reeds een aantal randvoorwaarden gerealiseerd. De districten kunnen rekenen op een gewaarborgde dotatie en worden betrokken bij de aanstelling en evaluatie van de districtssecretaris.

Voor de realisatie van de bestuursakkoorden van de districten, heeft elk district een polyvalente beleidscel ter beschikking die rechtstreeks door de districtssecretaris wordt aangestuurd. De realisatie van deze beleidscel wordt meegenomen bij de optimalisatieoefening.

    2.   Inspraak en participatie worden gefaciliteerd (realisatie 2013-2015).

De bestuurlijke basis hiervoor werd gelegd door een vernieuwd samenwerkingsmodel en het gebruik van de beheers- en beleidscyclus (BBC) als managementtool. De districten worden nu beter geïnformeerd en hebben hierdoor meer inspraak.

Zowel stad als districten organiseren inspraak en participatie voor burgers. Een duidelijk kader kan voor optimalisatie zorgen.

    3.   De bevoegdheden en taken worden verfijnd (realisatie 2014-2017).

Om dit te realiseren dient men eerst een gecoördineerde versie te maken van alle bestaande besluitvorming omtrent de binnengemeentelijke decentralisatie. Op die manier worden de huidige principes van de binnengemeentelijke decentralisatie opnieuw overzichtelijk bij elkaar gebracht, geconsolideerd en bestaande interpretatieproblemen aangepakt, zonder evenwel te raken aan de bevoegdheden.

Nadat er een gecoördineerde besluitvorming is van de huidige bevoegdheidsverdeling, dient er via raden van overleg en een conferentie van voorzitters volgende vragen besproken en uitgeklaard worden:

  • hoe de adviesbevoegdheid van de districten versterkt kan worden;
  • hoe de huidige bevoegdheden verbreed kunnen worden;
  • hoe de huidige bevoegdheden verdiept kunnen worden.

Dit kan dan resulteren in nieuwe bijkomende besluitvorming inzake decentralisatie.

    4.    Men bestuurt resultaatsgericht (realisatie 2015-2017).

Na 13 jaar werken in het huidig model van binnengemeentelijke decentralisatie is het aangewezen om het model an sich te evalueren en eventueel bij te sturen in functie van de huidige noden van de stad Antwerpen. Dit gebeurt best op een wetenschappelijke basis in samenwerking met gespecialiseerde academici in deze materie.  

De te adviseren onderzoeksvragen zijn (niet-limitatief):

  • de bevoegdheidsverdeling (subsidiariteitsbeginsel, (niet-)homogene bevoegdheden);
  • de districtsgrenzen (grootte, bestuurbaarbeid, natuurlijke grenzen);
  • het financieel model (verdeelsleutel van de dotaties, specifieke of algemene dotatie);
  • advies -en initiatiefrecht van districten;
  • het participatiemodel voor burgers vanuit stad en districten;
  • model van de stedelijke- en districtsbestuursorganen.

Grenscorrecties

In het kader van de districtsgrenzen kunnen kleine aanpassingen reeds uitgewerkt worden, zonder de resultaten van de wetenschappelijke studie te moeten afwachten.

Beleidsdoelstellingen

7 - Sterk bestuurde stad
Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
7 - Sterk bestuurde stad
Het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel brengt het beleid dichter bij de burger
We sturen het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel bij zodat de beleidsbevoegdheden op het juiste bestuursniveau (kunnen) worden geplaatst
Er gebeurt een onderzoek om uit te wijzen op welk bestuursniveau bevoegdheden ondergebracht dienen te worden

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de verdere aanpak voor het  binnengemeentelijk decentralisatieprogramma 2014-2019 goed.

De aanpak bevat 4 doelstellingen:

  1. samen besturen (realisatie 2013-2015)

  • invullen van randvoorwaarden;

   2.   inspraak en participatie (realisatie 2013-2015)

  • vormgeven aan een vernieuwd samenwerkingsmodel, een versterkte adviesbevoegdheid en het faciliteren van participatie;

   3.   bevoegdheden en taken verfijnen

  • coördinatie en verduidelijking van alle bestaande besluitvorming binnengemeentelijke decentralisatie (realisatie 2014);
  • onderzoek en eventuele nieuwe besluitvorming inzake verbreding en verdieping huidige bevoegheden en het versterken van de adviesbevoegdheid (realisatie 2015-2017);

    4.   resultaatgericht besturen (realisatie 2015-2017)

  • evaluatie en eventuele bijsturing van het binnengemeentelijke samenwerkingsmodel in samenwerking met gespecialiseerde academici.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
DL gecoördineerd decentralisatiebesluit opmaken en ter goedkeuring voorleggen aan college en gemeenteraad
DL opstarten wetenschappelijke studie binnengemeentelijke decentralisatie
DL de nodige overlegmomenten met de districten organiseren
DL elke actie afstemmen met KF