In het bestuursakkoord 2013 - 2018 van de stad Antwerpen staan volgende passages over de verfijning van het binnengemeentelijke samenwerkingsmodel:
(411) “Een stadsbrede oefening is nodig om te onderzoeken welke bevoegdheden op termijn naar de districten kunnen gaan. Hierbij wordt gedacht aan persoonsgebonden materies zoals lokaal cultuur-, bib-, sport-, jeugd- en seniorenbeleid. Dit zijn zaken waarvoor een district principieel in aanmerking kan komen.”
(413) “De advieskracht van districten wordt op drie concrete manieren versterkt:
(415) Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken (bijvoorbeeld Nieuw Zurenborg) kan worden bekeken bij welk district deze logisch zouden moeten thuishoren. Kleine grenscorrecties kunnen worden doorgevoerd.
(416) Andere grenscorrecties in districten kunnen op initiatief van de stad worden doorgevoerd na evaluatie en bevraging van de bevolking en in wederzijds overleg met alle betrokken partijen. In geen geval mogen bewoners hier hinder van ondervinden.
Ook in de bestuursakkoorden van de districten staan verscheidene passages over het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel waarbij men zowel de eigen beslissingsbevoegdheid als de adviesbevoegdheid wil versterken en uitdiepen.
In het kader van het binnengemeentelijk samenwerkingsmodel gaat men van volgende principes uit:
Vanuit deze principes werden volgende doelstellingen vooropgesteld, waarvan de eerste twee reeds deels werden gerealiseerd.
Om de samenwerking te verbeteren werden reeds een aantal randvoorwaarden gerealiseerd. De districten kunnen rekenen op een gewaarborgde dotatie en worden betrokken bij de aanstelling en evaluatie van de districtssecretaris.
Voor de realisatie van de bestuursakkoorden van de districten, heeft elk district een polyvalente beleidscel ter beschikking die rechtstreeks door de districtssecretaris wordt aangestuurd. De realisatie van deze beleidscel wordt meegenomen bij de optimalisatieoefening.
2. Inspraak en participatie worden gefaciliteerd (realisatie 2013-2015).
De bestuurlijke basis hiervoor werd gelegd door een vernieuwd samenwerkingsmodel en het gebruik van de beheers- en beleidscyclus (BBC) als managementtool. De districten worden nu beter geïnformeerd en hebben hierdoor meer inspraak.
Zowel stad als districten organiseren inspraak en participatie voor burgers. Een duidelijk kader kan voor optimalisatie zorgen.
3. De bevoegdheden en taken worden verfijnd (realisatie 2014-2017).
Om dit te realiseren dient men eerst een gecoördineerde versie te maken van alle bestaande besluitvorming omtrent de binnengemeentelijke decentralisatie. Op die manier worden de huidige principes van de binnengemeentelijke decentralisatie opnieuw overzichtelijk bij elkaar gebracht, geconsolideerd en bestaande interpretatieproblemen aangepakt, zonder evenwel te raken aan de bevoegdheden.
Nadat er een gecoördineerde besluitvorming is van de huidige bevoegdheidsverdeling, dient er via raden van overleg en een conferentie van voorzitters volgende vragen besproken en uitgeklaard worden:
Dit kan dan resulteren in nieuwe bijkomende besluitvorming inzake decentralisatie.
4. Men bestuurt resultaatsgericht (realisatie 2015-2017).
Na 13 jaar werken in het huidig model van binnengemeentelijke decentralisatie is het aangewezen om het model an sich te evalueren en eventueel bij te sturen in functie van de huidige noden van de stad Antwerpen. Dit gebeurt best op een wetenschappelijke basis in samenwerking met gespecialiseerde academici in deze materie.
De te adviseren onderzoeksvragen zijn (niet-limitatief):
Grenscorrecties
In het kader van de districtsgrenzen kunnen kleine aanpassingen reeds uitgewerkt worden, zonder de resultaten van de wetenschappelijke studie te moeten afwachten.
Het college keurt de verdere aanpak voor het binnengemeentelijk decentralisatieprogramma 2014-2019 goed.
De aanpak bevat 4 doelstellingen:
samen besturen (realisatie 2013-2015)
2. inspraak en participatie (realisatie 2013-2015)
3. bevoegdheden en taken verfijnen
4. resultaatgericht besturen (realisatie 2015-2017)
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| DL | gecoördineerd decentralisatiebesluit opmaken en ter goedkeuring voorleggen aan college en gemeenteraad |
| DL | opstarten wetenschappelijke studie binnengemeentelijke decentralisatie |
| DL | de nodige overlegmomenten met de districten organiseren |
| DL | elke actie afstemmen met KF |