Het budget voor deze toelagen is voorzien in de meerjarenbegroting.
Artikel 42 § 3 van het Gemeentedecreet bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentelijke reglementen.
De jaarlijkse omgevingsanalyse kinderopvang duidt aan dat er een groot tekort is aan kinderopvangplaatsen in de stad Antwerpen. De stad heeft acties geformuleerd om de capaciteit aan opvangplaatsen te doen toenemen.
Elke vergunde groepsopvang is verplicht brandveiligheidscontroles te laten doen: bij de opstart, om de acht jaar, en tussendoor indien er aanpassingen gebeuren aan het gebouw. Het afleveren van een brandweerattest loopt op tot 200,00 EUR of meer. Sinds 2012 voorziet de stad Antwerpen een premie van maximum 200,00 EUR om deze kosten te dekken.
Kinderopvang in een druk bewoonde stad uitbouwen is niet evident: er wordt vastgesteld dat er een toenemend aantal klachten is over geluidsoverlast waarbij recente rechtspraak de klagers meer en meer in gelijk stellen. Starters en uitbaters worden geconfronteerd en ontmoedigd door klachten, extra kosten enzovoort.
De stad wil daarom de opstart van nieuwe, niet-gesubsidieerde voorschoolse groepsopvangplaatsen aanmoedigen door drie toelagen te verlenen: de opstarttoelage, de toelage voor brandcontrole en een toelage tegen geluidsoverlast.
Begin 2013 zijn er 5.833 opvangplaatsen in de stad Antwerpen. Om zoveel mogelijk de Europese norm voor het aantal kinderopvangplaatsen per 100 kinderen van 0 tot 3 jaar te behalen, moet er een netto groei van 300 plaatsen per jaar zijn. Voor 110 plaatsen wordt er gerekend op subsidies van Vlaanderen bij de uitbreidingsrondes kinderopvang. Daarnaast moet er een aangroei van 190 plaatsen per jaar gerealiseerd worden via de niet-inkomensgerelateerde groepsopvang. Dit is de enige opvang die niet binnen de programmatie van Kind en Gezin valt en later kan overschakelen naar het inkomensgerelateerde systeem.
De audit kinderopvang, goedgekeurd op het college van 31 januari 2014 (jaarnummer 895), geeft duidelijk aan dat deze sector het moeilijk heeft om te concurreren met de inkomensgerelateerde opvang, die over meer financiële middelen beschikt voor de opstart en het uitbouwen van kwaliteit. Bovendien is de inkomensgerelateerde opvang aantrekkelijker voor ouders omwille van het aangepaste tarief aan de specifieke inkomenssituatie van de ouders.
Daarom dienen er ook maatregelen te worden genomen om in de niet-inkomensgerelateerde kinderopvang de kwaliteit van de opvang te ondersteunen, de ouderbijdrage betaalbaar te maken en de infrastructuur te helpen inrichten.
Dit reglement gaat over deze laatste maatregel: de niet-inkomensgerelateerde opvang kan immers niet beschikken over VIPA-subsidies voor infrastructuur en inrichting, zoals de inkomensgerelateerde (erkende) groepsopvang. Aanvragers kunnen de toelagen apart of gezamelijk aanvragen. De drie toelagen worden met één reglement geregeld:
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op te toekenning en op de aanwending van sommige toelagen en het algemeen reglement op de toelagen van 18 december 2006
Het reglement werd besproken en aangepast in functie van de opmerkingen. Ref. DWR 2012 013
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitter volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA, Vlaams Belang, CD&V, PVDA+, Groen, Open Vld
Hebben zich onthouden: sp.a
De gemeenteraad keurt het toelagereglement voor niet-inkomensgerelateerde groepsopvang voor kinderen van 0 tot 3 jaar goed.
De gemeenteraad keurt goed dat volgende reglementen worden opgeheven: