Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het gemeenteraadsbelsuit van 20 maart 2000, jaarnummer 619, en bij collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnummer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. Het districtsbestuur is bevoegd voor het lokaal jeugdbeleid.
Goe Gespeeld! is een V!RUS-project van Steunpunt Jeugd, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Karuur, Chirojeugd Vlaanderen, Scouts en Gidsen Vlaanderen, Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en –consulenten, KLJ en KSJ-KSA-VKSJ. Het wordt gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid.
Stilaan worden spelende kinderen een bedreigde soort: ze mogen geen lawaai maken, niets gevaarlijks doen, niet vuil worden,… Goe Gespeeld! is een pleidooi voor écht spelen: over GOE spelen, zonder de ‘d’ want spelen is ook nooit ‘af’ of het is soms met een hoek af…
Goe Gespeeld! wil zorgen voor tips en informatie over ruimte om te spelen, het belang van beweging, spelen in georganiseerd en niet-georganiseerd verband, avontuur, spelen in ’t groen, risico’s, tolerantie en vuile speelkledij.
Verder wil Goe Gespeeld! ook gemeentelijke jeugdraden stimuleren om het plaatselijke beleid te adviseren over ruimte om te spelen. Goe Gespeeld! ontwikkelde daarom een test op hun webstek om het beleid van de gemeente over ruimte voor kinderen en jongeren te evalueren en te voeden.
Aan steden en gemeenten in Vlaanderen wordt gevraagd om het charter 'Spelen is een kinderrecht' te integreren in het stedelijk beleid. Het charter bestaat uit acht stellingen/uitdagingen. Hieronder volgt een overzicht, met daarbij een opsomming wat de stad Antwerpen hier reeds rond doet en een verwijzing naar de verankering in de strategische doelstellingen.
1. Kinderen spelen overal in de openbare ruimte.
Spelen in de openbare ruimte is meer dan het openstellen van speelstraten. De straat is van iedereen, niet enkel van de auto, het is ook een verblijfs-, speel- en ontmoetingsruimte. Pleinen zijn meer dan parkings. Parken en pleinen zijn ideaal als speel- en ontmoetingsruimte. In onze gemeente lopen de verschillende functies van deze plaatsen zoveel mogelijk door elkaar.
2. Kinderen spelen in het groen.
Kinderen en jongeren hebben nood aan direct contact met de natuur. Dat is onmisbaar voor hun ontwikkeling, gezondheid en fysieke conditie, maar ook voor de ontwikkeling van hun natuur- en milieubewustzijn. Daarom is het groen in onze gemeente zoveel mogelijk toegankelijk en ‘spelen toegelaten’, in de eerste plaats de gronden van de gemeente zelf. Speelbossen zijn een leuke aanvulling maar zijn niet het enige speelgroen in de gemeente.
3. Spelen is geen overlast.
Spelen van kinderen brengt sowieso geluid ('lawaai') met zich mee, en niemand mag verwachten dat kinderen in volledige stilte gaan spelen. We geven kinderen de nodige ruimte om voluit te kunnen spelen. Spelende kinderen brengen bovendien onrechtstreeks mensen samen; wat speelgeluid nemen we er dan maar al te graag bij. Onbekommerd kinderspel wordt niet beperkt, laat staan verhinderd door de intolerantie van volwassenen.
4. Kinderen kunnen zich veilig verplaatsen.
Zelf stappen of fietsen is een goed alternatief voor de achterbank van mama's/papa’s auto. Daarom creëren we een netwerk van verbindingen van formele en informele speelplekken en speelaanleidingen. Met 'speelweefsel' zorgen we in onze gemeente voor veilige verbindingen tussen deze en andere voor kinderen betekenisvolle plekken (scholen, jeugdlokalen, station, …).
5. Er is voldoende speelruimte voor georganiseerd jeugdwerk.
Honderdduizenden kinderen en jongeren nemen in Vlaanderen en Brussel deel aan activiteiten van jeugdverenigingen. In onze gemeente zorgen we er dus ook voor dat zij genoeg plaats hebben om te spelen.
6. Lokale beleidsmakers creëren een verdraagzaam klimaat ten aaanzichte van spelende kinderen.
Spelen is essentieel voor opgroeiende jeugd, maar tegelijk lijkt de hedendaagse maatschappij minder tolerant te worden tegenover spelende kinderen. In onze gemeente komen we op voor spelende kinderen door bijvoorbeeld een campagne op te zetten om negatieve trends te breken. Ons lokaal beleid is er op afgestemd om kinderen weer ruimte te geven om te kunnen spelen. Ruimte op straat en in het groen, maar ook ruimte in de hoofden en in de harten van de burgers.
7. Elke beleidsmaatregel houdt rekening met de impact op kinderen en jongeren.
Maatregelen kunnen soms onverwachte neveneffecten hebben en niet in het minst op kinderen en jongeren. Daarom worden alle beleidsmaatregelen afgetoetst op eventuele nadelige nevenwerkingen voor kinderen (bijvoorbeeld via een JongerenenKindereneffectrapportage of kortweg JoKER). In onze gemeente durven beleidsmakers de bril van kinderen en jongeren op te zetten om het effect van hun beleid te toetsen.
8. Kinderen ontwerpen mee de openbare ruimte.
De ruimte in Vlaanderen is schaars. Mensen hebben plaats nodig om te wonen, te werken, zich te ontspannen en te verplaatsen. Er is ruimte nodig voor groen en natuur, voor landbouw, industrie, ... In onze gemeente wordt de openbare ruimte niet enkel op volwassenen afgestemd maar ook op kinderen en jongeren. Zij willen, kunnen en mogen de ruimte waarin we leven mee vorm geven.
Naar aanleiding van het voorontwerp van de goedkeuring van het Goe Gespeeld! Charter “Spelen is een kinderrecht” door het districtscollege, werd het advies van de jeugdraad gevraagd.
Op de jeugdraad van 25/02/2014 werden de acht stellingen uit het charter besproken.
Hieronder vind u de besluiten van deze bijeenkomst:
Stelling 1: Kinderen spelen overal in de openbare ruimte.
Spelen in de openbare ruimte is meer dan het openstellen van speelstraten. De straat is van iedereen, niet enkel van de auto, het is ook een verblijfs-speel en ontmoetingsruimte. Pleinen zijn meer dan parkings. Parken zijn ideaal als speel- en ontmoetingsruimte. In onze gemeente lopen de verschillende functies van plaatsen zoveel mogelijk door elkaar.
De Jeugdraad stelt dat er nog veel regels zijn rond het gebruik van de openbare ruimte. Een concreet voorbeeld is het Wasplein waar kinderen boven de twaalf niet mogen spelen.
De jeugdraad vindt dat dit een dubbel signaal is naar de jongeren toe. Er wordt een plek aantrekkelijk gemaakt om te spelen en vervolgens mogen ze hier geen gebruik van maken. Als een speelterrein verkeerd wordt gebruikt moet misschien eerst gekeken worden of er wel voldoende andere mogelijkheden zijn om te kunnen spelen in de buurt. Misschien kan ook de indeling of locatie van het speelterrein worden herbekeken. Simpelweg de jongeren weren van het speelterrein is niet voldoende.
Net in deze wijk, waar kinderen vaak niet beschikken over een tuin, is speelruimte van groot belang. Ook zouden we in deze buurt een sensibiliseringsactie willen houden die de tolerantie van de medebewoners stimuleert omdat er een groot gebrek is aan respect tegenover de spelende jeugd. Dit is onder andere het geval aan het pleintje aan de kerk op de hoek met de Maloustraat en de Beernaertstraat. De buurtbewoners spreken de jongeren niet rechtstreeks aan, maar bellen meteen de lokale politie op om de jongeren te laten verwijderen van het pleintje.
Als laatste opmerking op deze stelling zouden we ook de reglementering willen veranderen die zegt dat een speelstraat enkel aangevraagd kan worden door inwoners van de straat. Graag zouden jeugdverenigingen dit ook willen kunnen. Is het mogelijk dat de dienst Opsinjoren bekijkt of het mogelijk is dat ook jeugdvereniging een speelstraat kunnen organiseren?
Stelling 2: Kinderen spelen in het groen.
Kinderen en jongeren hebben nood aan direct contact met de natuur Dat is onmisbaar voor hun ontwikkeling, gezondheid, en fysieke conditie, maar ook voor de ontwikkeling van hun natuur-en milieubewustzijn. Daarom is het groen van onze gemeente zoveel mogelijk toegankelijk en ‘spelen toegelaten’, in de eerste plaats de gronden van de gemeente zelf. Speelbossen zijn een leuke aanvulling maar zijn niet het enige speelgroen in de gemeente.
In de buurt van scouts Oosterveld en scouts Feniks wordt ook heel wat speelruimte weggenomen door nieuwe bouwprojecten. De Jeugdraad vindt het betreurenswaardig dat er zo veel speelplekken moeten verdwijnen voor andere doeleinden. Scouts Oosterveld speelt zelfs nu al soms op de berm van de Groenenborgerlaan, daarom vragen we ook in deze buurt voor meer speelplekken. Deze Scoutsgroep tussen Edegem en Berchem geeft aan dat ze precies nergens echt bij horen.
Niettegenstaande willen we de nieuwe aanleg het park De Villegas zeker aanmoedigen. We hopen echt dat bij de ontwikkeling van het nieuwe park ook aandacht zal zijn voor avontuurlijk spelen. Concreet vragen we dat er kan worden afgestapt van de klassieke speeltoestellen en vragen we de durf om zaken anders aan te pakken en om verder te gaan dan wat houten speeltuigen te plaatsen. Er wordt in het ontwerpbesluit gesproken over Park Spoor Noord, de jeugdraad vind dat deze openbare ruimte te weinig uitdagend werd ingedeeld.
Stelling 3: Spelen is geen overlast
Spelen van kinderen brengt sowieso geluid (‘lawaai’) met zich mee, en niemand mag verwachten dat kinderen in volledige stilte gaan spelen. Spelende kinderen brengen bovendien onrechtstreeks mensen samen, wat speelgeluid nemen we er dan maar al te graag bij. Onbekommerd kinderspel wordt niet beperkt, laat staan verhinderd door de intolerantie van volwassenen.
Jeugdverenigingen waar de lokalen omringd zijn door buren, geven aan dat het niet altijd evident is. De buren zijn niet altijd verdraagzaam.
De buren van scoutsgroep 50/37 zijn niet tolerant tegenover spelende kinderen/jongeren.
Jeugdhuis Den Eglantier heeft ook problemen gekend met de buren in verband met geluidsoverlast.
Zoals gezegd bij stelling 1 is er een probleem op sommige plaatsen met buurtbewoners die niet altijd even tolerant zijn tegenover de jeugdvereniging. Mensen zouden moeten begrijpen dat het goed is voor kinderen/jongeren om lid te zijn van een jeugdvereniging. Ook zou het goed zijn moesten de jeugdverenigingen zich positief kunnen voorstellen zodat buren de werking leren kennen en begrijpen wat dit allemaal inhoudt. Misschien kunnen jeugdverveningen een actie ondernemen om zichzelf voor te stellen en hen in een positief daglicht te plaatsen en zo bewoners verdraagzamer te maken tegenover jeugdverenigingen/spelende kinderen.
Stelling 4: Kinderen kunnen zich veilig verplaatsen
Zelf stappen of fietsen is een goed alternatief voor de achterbank van mama’s/papa’s auto. Daarom creëren we een netwerk van verbindingen van formele en informele speelplekken en speelaanleidingen. Met ‘speelweefsel’ zorgen we in onze gemeente voor veilige verbindingen tussen deze en andere voor kinderen betekenisvolle plekken(scholen, jeugdlokalen,…)
De jeugdraad geeft aan dat het spijtig is dat bij de aanleg van de vernieuwde Driekoningen straat en de Statiestraat geen fietspad werd opgenomen in de werken.
Ook het oversteken van de Grote Steenweg over de Singel wordt als gevaarlijk ervaren.
Stelling 5: Er is voldoende speelruimte voor georganiseerd jeugdwerk.
Honderdduizenden kinderen en jongeren nemen in Vlaanderen deel aan activiteiten van jeugdverenigingen. In onze gemeente zorgen we er dus ook voor dat zij genoeg plaats hebben om te spelen.
Scoutsgroep Notre Dame stelt dat het De Villegaspark het enige park in Oud Berchem is . Voor balspelen is dit terrein niet goed afgeschermd. Het ligt ook vlak naast de rijweg.
Ze gaan vooral naar park Den Brandt om te spelen. Ze vinden de buurt niet gezellig genoeg
KSJ Tarcidall en scoutsgroep 50/37 gaan naar park Het Prieel, de oudere groepen gaan ook wat verder weg.
Ze organiseren ook veel “pleinspelen” in de buurt: Zillebekeplein, Flor Cootmansplein, Ploegsteertplein (is goed heraangelegd want geen auto’s meer).
In de buurt van Scouts Oosterveld en de andere lokalen van Scouts Feniks is er weinig ruimte om te spelen, maar nu wordt de speelruimte weggenomen door verbouwingen.
Stelling 6: Lokale beleidsmakers creëren een verdraagzaam klimaat t.a.v. spelende kinderen.
Spelen is essentieel voor opgroeiende jeugd, maar tegelijk lijkt de hedendaagse maatschappij minder tolerant te worden tegenover spelende kinderen. In onze gemeente komen we op voor spelende kinderen door bijvoorbeeld een campagne op te zetten om negatieve trend te breken. Ons lokaal beleid is er op afgestemd om kinderen weer ruimte te geven om te kunnen spelen. Ruimte op straat en in het groen, maar ook ruimte in de hoofden en in de harten van de burgers.
Er is veel intolerantie bij buurtbewoners bij lawaai na 22u00. (vanaf 10u05 telefoon of een mail).
Er doet zich ook veel intolerantie naar lawaai van spelende kinderen of kinderen die per ongeluk tegen iemand opbotsen.
Suggestie: fysiek duidelijk maken: kinderen mogen hier zijn!
Onze conclusie is toch dat onverdraagzaamheid van buren zal er altijd zijn.
Zoals gezegd bij stelling 1 is er een probleem op sommige plaatsen met buurtbewoners die niet altijd even tolerant zijn tegenover de jeugdvereniging. Mensen zouden moeten begrijpen dat het goed is voor kinderen/jongeren om lid te zijn van een jeugdvereniging. Ook zou het goed zijn moesten de jeugdverenigingen zich positief kunnen voorstellen zodat buren de werking leren kennen en begrijpen wat dit allemaal inhoudt. Misschien kunnen jeugdverveningen een actie ondernemen om zichzelf voor te stellen en hen in een positief daglicht te plaatsen en zo bewoners verdraagzamer te maken tegenover jeugdverenigingen/spelende kinderen.
Stelling 7: Elke beleidsmaatregel houdt rekening met de impact op kinderen en jongeren.
Maatregelen kunnen soms onverwachte neveneffecten hebben en niet het minst op kinderen en jongeren. Daarom worden alle beleidsmaatregelen afgetoetst op eventuele nadelige nevenwerkingen voor kinderen. In onze gemeente durven beleidsmakers de bril van kinderen en jongeren op te zetten om het effect van hun beleid te toetsen.
De leden van de jeugdraad hebben hier totaal geen zicht op. Het is niet zichtbaar en niet voelbaar.Stelling 8: Kinderen ontwerpen mee de openbare ruimte.De ruimte in Vlaanderen is schaars. Mensen hebben plaats nodig om te wonen, te werken, zich te ontspannen en te verplaatsen. Er is ruimte nodig voor groen en natuur, voor landbouw, industrie… in onze gemeente wordt de openbare ruimte niet enkel op volwassene afgestemd maar ook op kinderen en jongeren. Zij willen, kunnen en mogen de ruimte waarin we leven mee vorm geven.De aanwezige leden van de jeugdraad geven aan dat er aandacht is voor inspraak van jeugd.
Besluit:
De jeugdraad vindt het een belangrijk en positief signaal van het beleid van het district Berchem dat ze het Goe Gespeeld! charter wil onderschrijven. De jeugdraad hoopt wel dat er voldoende aandacht zal besteed worden aan de gemaakte opmerkingen.
Jeugdraad Berchem
Het districtscollege keurt het charter 'Spelen is een kinderrecht' goed en stelt zich met betrekking tot de stedelijke bevoegdheden inzake jeugbeleid achter de acht principes uit het charter. Het district Berchem wil een Goe Gespeeld! district zijn.
Het districtscollege draagt de waarde van het charter hoog in het vaandel maar benadrukt dat bij het nemen van een beslissing het algemeen belang steeds moet worden nagestreefd.
Het districtscollege geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| Districtscoördinator | Het charter wordt ondertekend en opgestuurd. |
| CS/JEU |
De jeugdraad geeft advies |