Binnengemeentelijke decentralisatie
Met het collegebesluit van 16 maart 2000, jaarnummer 3984, en met het gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000, jaarnummer 619, werden de bevoegdheden van de districten bepaald. Met het collegebesluit van 9 oktober 2002, jaarnummer 11543, en het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002, jaarnummer 2307, werden een aantal bevoegdheden van de districtsbesturen verder verfijnd. Het district is bevoegd voor het lokaal jeugdbeleid.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2010 (jaarnummer 1444) keurde het jeugdbeleidsplan 2011-2013 goed. Hierin worden de krachtlijnen van het Antwerpse jeugdbeleid geschetst.
In uitvoering en ter verduidelijking van het jeugdbeleidplan 2011-2013 wordt er elk jaar een verantwoordingsnota geschreven.
De stedelijke verantwoordingsnota bevat een overzicht van de activiteiten van de centrale jeugddienst, de professionele jeugdwerkpartners met een samenwerkingsovereenkomst en anderen die betrokken zijn bij de uitvoering van het jeugdbeleid.
De verantwoordingsnota voor het werkjaar 2013 schetst in welke mate de geplande doelstellingen en acties werden bereikt.
De verantwoordingsnota is een jaarlijks op te maken document voor de Vlaamse overheid. Met deze nota wordt een overzicht gegeven van wat er gerealiseerd werd en wordt er verantwoording gegeven over acties die zijn aangepast of niet uitgevoerd werden.
Het college keurde op 28 maart 2014 (jaarnummer 152) goed om deze nota voor advies voor te leggen aan de conferentie van afgevaardigden en de districtscolleges.
Het decreet van 14 februari 2003, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2005 en 15 december 2006, regelt de subsidiëring van de gemeentebesturen voor het voeren van een jeugdbeleid.
Het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2010 (jaarnummer 1444) schetst de krachtlijnen van het Antwerps jeugdbeleid in 2010-2013. Elk jaar moet een verantwoordingsnota opgemaakt worden om de ondernomen activiteiten te evalueren en bij te sturen. Deze nota wordt overgemaakt aan de Vlaamse overheid.
Het decreet van 6 juli 2012 regelt de subsidiëring van de gemeentebesturen voor het voeren van een jeugdbeleid.
De adviestermijn voor de conferentie van afgevaardigden en de districtsjeugdraden is vastgelegd op zes weken. Daarom is het opportuun om deze termijn ook te handhaven voor de districten. Als dit niet gebeurt op uiterlijk 9 mei 2014 wordt het advies als gunstig beschouwd.
Na de adviesronde wordt de verantwoordingsnota ter goedkeuring voorgelegd aan het college en bezorgd aan de afdeling Jeugd van de Vlaamse overheid.
| Datum | Onderwerp |
| 28 maart 2014 | Adviesvraag op het college. |
| 31 maart 2014 | Verzending van de verantwoordingsnota 2013 naar de stedelijke jeugdraad en de districtscolleges. |
| 9 mei 2014 | Advies van de conferentie van afgevaardigden, de districtsjeugdraden en de districtscolleges. |
| 16 mei 2014 | Opmaak van het antwoord op het advies van de stedelijke jeugdraad en de districtscolleges. |
| 30 mei 2014 | Goedkeuring door het college. |
| 1 juni 2014 | Versturen van de nota naar de Vlaamse gemeenschap. |
| Reactie van de Vlaamse gemeenschap. |
Het districtscollege geeft een positief advies over de verantwoordingsnota 2013 van de stedelijke jeugddienst.
De financieel beheerder regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Inkomsten Vlaamse overheid : saldo 2013 jeugdbeleid |
241.289,00 EUR | budgetplaats:5112500000 budgetpositie:7402 functiegebied:1SBR050201A00000 subsidie:SUB_NR fonds:Intern begrotingsprogramma:1SA050750 budgetperiode: 1400 |
nvt |