Terug

2014_CBS_01618 - Aanstelling stadsbouwmeester - Principebeslissing - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2014_CBS_01618 - Aanstelling stadsbouwmeester - Principebeslissing - Goedkeuring 2014_CBS_01618 - Aanstelling stadsbouwmeester - Principebeslissing - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het college stelde op 16 december 1999 (jaarnummer 18486), via een onderhandelingsprocedure met voorafgaandelijke bekendmaking, René Daniëls aan als stadsbouwmeester voor een periode van 5 jaar. De samenwerkingsovereenkomst die werd afgesloten ging in op 1 januari 2000 en eindigde op 31 december 2004.

Vanaf 1 maart tot 30 september 2005 werd met de heer Daniëls een tijdelijke overeenkomst afgesloten ter verzekering van continuïteit tijdens de overgangsperiode naar een nieuwe stadsbouwmeester (college 29 april 2005, jaarnummer 4840).

De gemeenteraad voerde op 17 mei 2005 (jaarnummer 4961) de nieuwe functie van stadsbouwmeester A10 in, en stelde de toegangsvoorwaarden, de functiebeschrijving en het examenprogramma vast. Na een selectieprocedure die via Jobpunt Vlaanderen liep, werd Kristiaan Borret met ingang van 1 april 2006 de nieuwe stadsbouwmeester, met een mandaatopdracht van vijf jaar. In 2011 werd de aanstelling verlengd tot 2016. In 2013 werd de mandaatopdracht vernieuwd (collegebesluit 10 juni 2013, jaarnummer 7147).

De eerste stadsbouwmeester beschikte voor het uitvoeren van zijn opdracht over gemiddeld 10 uur per week gedurende 46 weken per jaar. Hij kon niet terugvallen op een eigen team dat hem administratief of inhoudelijk ondersteunde.

De werking van het “instrument” stadsbouwmeester werd eind 2004, begin 2005 geëvalueerd. 

De invoering van de nieuwe functie van stadsbouwmeester op A10-niveau en de nieuwe functiebeschrijving hield rekening met de aanbevelingen in de evaluatienota (waarin onder meer aanbevolen werd: “voltijdse mandaatfunctie met inbedding in de structuur van de stad”). 

Bij de aanvang van en met het oog op de tweede mandaatperiode werd een visitatierapport opgesteld omtrent het “instituut” stadsbouwmeester. Dit werd over het algemeen positief geëvalueerd, zowel door de stedelijke administratie als door de externe vakwereld.

Op 31 januari 2014 besliste het college de samenwerking met Kristiaan Borret te beëindigen (jaarnummer 1063).

Argumentatie

Het stadsbouwmeesterschap is een belangrijk instrument voor het stadsontwikkelingsbeleid van de stad Antwerpen. Het is dan ook belangrijk dat dit stadsbouwmeesterschap gecontinueerd wordt. 

De rol van de stadsbouwmeester kan omschreven worden als volgt : 

De stadsbouwmeester is hoofdzakelijk actief in drie vakgebieden: publieke ruimte, stedenbouw  en architectuur steeds met respect voor het waardevol cultuurhistorisch patrimonium.

De stadsbouwmeester is vanuit een coherente langetermijnvisie de bewaker van de ruimtelijke kwaliteit van het publiek domein, van de stedenbouw en van de architectuur in het globale stadsontwikkelingsbeleid. Het gaat hier met name om integrale kwaliteitsbewaking, ingebed in een maatschappelijke context en met de nodige zin voor realiteit.

Hij/zij stimuleert en initieert (onder meer via beleidsnota’s, beleidsinstrumenten) een kwalitatieve architectuur, en een kwalitatief beleid inzake stedenbouw en publieke ruimte.

Hij/zij ontwikkelt een stedelijk architecturaal bewustzijn en een positieve dynamiek waaruit de nodige impulsen en stimulansen kunnen voortspruiten, zowel bij derden (bv. ontwerpers) als bij eigen stadsmedewerkers (bij  het uitdenken van stedelijke projecten of bij het beoordelen van bouwprojecten van derden).

De stadsbouwmeester staat, als onafhankelijke, op eigen initiatief of op vraag van het college, het college bij in keuzes.

De stadsbouwmeester begeleidt waar mogelijk dergelijke dossiers/projecten van in een zo vroeg mogelijk stadium naar waardevolle ontwerpen.

Hij/zij staat in voor het selecteren en voorstellen van ontwerpers/ontwerpteams aan het college, voor projecten die uitgaan van het college zelf, of die voor hun financiering afhankelijk zijn van het college.

Hij/zij kan deel uitmaken van commissies, stuur-en werkgroepen die betrekking hebben op zijn vakgebied. De stadsbouwmeester is voorzitter van de welstandscommissie die bouwprojecten op het grondgebied Antwerpen evalueert en adviseert wat betreft hun ruimtelijke kwaliteit.

De stadsbouwmeester is de ambassadeur voor het stadsontwikkelingsbeleid in Antwerpen. Hij geeft Antwerpen uitstraling bij belangrijke nationale en internationale congressen, tijdens buitenlandse lezingen of colloquia.

De stadsbouwmeester vervult zijn opdracht onafhankelijk. Hij verdedigt niet per definitie het standpunt van de administratie en niet dat van de projectontwikkelaar. Hij neemt een objectief standpunt in, op basis van de hogere visie met betrekking tot kwaliteit. Hij verkondigt dat standpunt op een respectvolle manier en handelt loyaal aan het bestuur.

Gelet op de taakstelling van de stadsbouwmeester kan het profiel als volgt worden omschreven: 

  • Hij/zij is een breed deskundige in de vakgebieden publieke ruimte, stedenbouw en architectuur;
  • Hij/zij geniet een (inter)nationale reputatie, wordt door de (inter)nationale vakwereld erkend, o.m. door eigen realisaties,  als een  autoriteit in voormelde domeinen;
  • Hij/zij identificeert zich met en getuigt van een groot engagement voor de stad Antwerpen;
  • Hij/zij heeft een groot charisma;
  • Hij/zij is in staat versterkend te werken voor de stad;
  • Hij/zij is in staat stadsmedewerkers en derden te inspireren en te motiveren om vanuit de langetermijnvisie bij te dragen aan het stadsontwikkelingsbeleid  van Antwerpen;
  • Hij/zij is in staat om onafhankelijk te werken en een objectief en autonoom standpunt in te nemen en hierbij steeds het algemeen belang van de stad voorop te stellen;
  • Hij/zij is niet “privé” betrokken bij stadsontwikkelingsprojecten waardoor zijn/haar onafhankelijkheid in het gedrang zou kunnen komen;
  • Hij/zij heeft de gave van het woord: kan enerzijds met autoriteit een vakpubliek toespreken en anderzijds zijn/haar visie begrijpelijk maken ten aanzien van niet-experten;
  • Hij/zij streeft naar een open dialoog: luisterend en met ruimte voor argumentatie.

Werking van de stadsbouwmeester binnen de groep stad Antwerpen:

  • De stadsbouwmeester werkt inspirerend en sturend (op ruimtelijke kwaliteit) zowel  ten aanzien van alle afdelingen van de groep stad  als ten aanzien van derden;
  • Hij kan daarbij terugvallen op een team medewerkers die hem ondersteunen en faciliteren;
  • Hij zet structurele samenwerkingsverbanden op met de betrokken diensten van de groep stad.

Aanstelling van de stadsbouwmeester

De hierboven beschreven rol van de stadsbouwmeester is "slechts" een kader waaraan de toekomstig stadsbouwmeester invulling moet geven. Van de kandidaten wordt immers verwacht dat zij een visie hebben over het bewaken van de ruimtelijke kwaliteit van de architectuur, stedenbouw, het publiek domein in het globale stadsontwikkelingsbeleid en dat zij een plan van aanpak voorleggen over hoe zij dit concreet gaan invullen.

Voor de aanstelling van de nieuwe stadsbouwmeester wenst het college via een overheidsopdracht een beroep te doen op de persoonlijke diensten van een (inter)nationaal gerenommeerd architect. Vermits de voorstellen van de kandidaten slechts via onderhandelingen tot een samenwerkingsovereenkomst met het stadsbestuur zullen kunnen leiden, is een onderhandelingsprocedure met Europese bekendmaking aangewezen.

Deze zou in twee fasen kunnen verlopen waarbij in de eerste fase een shortlist kan worden opgesteld van kandidaten die voldoen aan bepaalde selectiecriteria, zoals de internationale reputatie en de brede deskundigheid in voormelde vakgebieden. De geselecteerde kandidaten kunnen dan in de tweede fase een offerte indienen waarover onderhandeld zal worden (uiteraard rekening houdend met de gunningscriteria).

Gelet op de inhoud van de opdracht is het aangewezen om deze te gunnen voor een periode van vijf jaar. Het is wenselijk om een jaarlijkse evaluatie te voorzien.

Juridische grond

Artikel 26, §2, 3° van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten luidt : " de overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure met bekendmaking (...) in het geval van van een overheidsopdracht voor diensten, voor zover door de aard van de te verlenen diensten de specificaties van de opdracht niet voldoensde nauwkeurig kunnen worden vastgesteld om de opdracht bij open of beperkte procedure te plaatsen."

Beleidsdoelstellingen

1 - Woonstad
Stadsbouwmeester

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt principieel goed het instituut stadsbouwmeester te continueren.

Artikel 2

Het college keurt principieel goed om een onderhandelingsprocedure met Europese bekendmaking  op te starten met het oog op de aanstelling van een stadsbouwmeester voor een periode van vijf jaar, met de in de argumentatie geformuleerde rol als kader en met het in de argumentatie omschreven profiel.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft de opdracht aan :

dienst taak
SW en GAC om het bestek voor de onderhandelingsprocedure met Europese bekendmaking samen met een voorstel van jury voor te leggen aan het college