Deze principebeslissing heeft geen financiële gevolgen.
Volgens artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet is het college bevoegd voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
Met ingang van 1 januari 2012 werden door de stad Antwerpen raamovereenkomsten afgesloten met verschillende stadsadvocaten in 7 rechtsdomeinen.
Deze raamovereenkomsten hebben een initiële duurtijd van 3 jaar. Hierna kan de opdracht door de stad Antwerpen maximaal 3 keer stilzwijgend verlengd worden met telkens 1 jaar. De maximale duurtijd bedraagt dus 6 jaar, zijnde tot 31 december 2017.
Jaarlijks vindt een globale evaluatie plaats van de samenwerking met elke stadsadvocaat. Indien uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat de dienstverlener niet voldoet aan de verwachtingen van de stad Antwerpen, kan de stad Antwerpen in overleg met de advocaat concrete afspraken maken om de kwaliteit van de uitvoering van de opdracht te verbeteren, of kan de stad Antwerpen beslissen om de overeenkomst te beëindigen. Daarnaast is in de raamovereenkomst uitdrukkelijk het recht voorzien voor de stad Antwerpen om in gevallen van bedrog, fraude of zware fout in de uitvoering van de dienstverlening, de overeenkomst op eender welk moment met onmiddellijke ingang te beëindigen.
Met ingang van 1 januari 2014 werd de vrijstelling van btw-plicht voor advocaten opgeheven. Voor alle prestaties verricht na 1 januari 2014 zijn de advocaten bijgevolg verplicht om 21% btw aan te rekenen. Aangezien de stad Antwerpen zelf geen btw-plichtige activiteiten uitoefent en de kost van btw dus niet kan aftrekken, heeft dit een impact op het budget voorzien voor advocatenkosten.
In de raamovereenkomsten met elke stadsadvocaat is de volgende clausule opgenomen met betrekking tot het uurtarief: “Voor wat de prijsbepaling betreft handelt het om een opdracht tegen prijslijst. De inschrijver dient een opgave te doen van de uurprestatievergoeding (= forfaitair bedrag per uur) die in de te behandelen dossiers zal aangerekend worden. Bij de bepaling van de uurprestatievergoeding dient de inschrijver niet alleen rekening te houden met zijn gemiddelde ereloon (onder meer ook rekening houden met het ereloon van de teamleden die de dossiers mede zullen behandelen), maar tevens met alle kosten en lasten die verbonden zijn aan de behandeling van de dossiers (met uitzondering van gerechtskosten en van verplaatsingsonkosten zoals vermeld in artikel 22). Bovenop de uurprestatievergoeding, de verplaatsingsonkosten en de gerechtskosten, mag de dienstverlener geen enkele kost aanrekenen.”
Met elke advocaat werd eind 2011 een (voordelig) uurtarief onderhandeld. Nergens (noch in de raamovereenkomsten noch in de offertes ingediend door de advocaten) is vermeld of dit uurtarief inclusief of exclusief btw is.
Voor de prestaties verricht nà 1 januari 2014 waren er dus verschillende opties:
Optie 1
De stad Antwerpen zou kunnen opwerpen dat de overeengekomen uurtarieven vaste tarieven zijn voor minstens 3 jaar (mogelijk voor 6 jaar) die geacht worden alle kosten te omvatten, inclusief eventuele btw die moet aangerekend worden. Dit zou een stringent standpunt zijn om de volgende redenen:
Optie 2
De advocaten zouden kunnen opwerpen dat de stad Antwerpen de volledige 21% btw dient ten laste te nemen, bovenop de overeengekomen uurtarieven. Ook dit zou een stringent standpunt zijn om de volgende redenen:
Optie 3
De bijkomende kost van 21% btw wordt gedeeltelijk gedragen door de advocaten, in de mate dat er een aftrek van btw voor hen mogelijk is. De basisuurtarieven die de advocaten aanrekenden voor alle prestaties verricht tot 31 december 2013, worden verlaagd met een bepaald percentage.
Er werd gekozen voor de laatste optie. In december 2013 werd door bestuurszaken/juridische dienst en de directeur van de aankoopcentrale met elk van de stadsadvocaten een gesprek gevoerd. Na dit gesprek werd door elk van de advocaten een voorstel ingediend tot verlaging van hun basisuurtarief. Deze verlaging situeert zich tussen 4 à 8%.
Door een aantal advocaten werden evenwel bepaalde voorwaarden verbonden aan een tariefverlaging. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende voorwaarden, en het standpunt van het college daarover:
Deze principiële standpunten zullen worden overgemaakt aan de advocaten, waarna hen zal worden gevraagd een concrete finale offerte in te dienen. Deze offertes zullen vervolgens opnieuw ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Het is aangewezen dat binnen de Groep stad Antwerpen de samenwerking met de advocaten op een gelijkaardige manier verloopt. Het college adviseert daarom dat alle verzelfstandigde entiteiten:
Hierover zal een collegiale brief verstuurd worden aan de verzelfstandigde entiteiten van de Groep Stad Antwerpen.
Het college beslist principieel goed te keuren dat de basisuurtarieven in de raamovereenkomsten met de stadsadvocaten verminderd worden wegens de opheffing van de btw-vrijstelling voor advocaten.
Het college keurt de volgende principiële standpunten goed ten aanzien van de verschillende voorwaarden gesteld door de stadsadvocaten bij de verlaging van het basisuurtarief:
Het college geeft opdracht aan bestuurszaken/juridische dienst en de gemeenschappelijke aankoopcentrale om definitieve offertes met verlaging van het basisuurtarief op te vragen bij de stadsadvocaten, rekening houdend met de principiële standpunten van het college zoals vermeld in artikel 2. Na ontvangst van deze offertes zullen deze ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college.
Het college keurt de collegiale brief aan de aan de volgende verzelfstandigde entiteiten van de Groep stad Antwerpen: AG VESPA, AG Stedelijk Onderwijs, AG Kinderdagverblijven en dienst voor onthaalouders Antwerpen, AG Energiebesparing, AG Stadsplanning, GAPA, Havenbedrijf, vzw Musea en erfgoed, vzw Antwerpen Sportstad, vzw Antwerpen Studentenstad, vzw Antwerpen Open, vzw Promotie stad Antwerpen, vzw VVV, vzw’s lokaal cultuurbeleid, vzw Ciso, vzw Baobab, vzw Jeugdinfra, vzw Werk en Economie, Digipolis en OCMW.”