Terug

2014_CBS_01456 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136135 - district Wilrijk - Klaverbladdreef ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2014_CBS_01456 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136135 - district Wilrijk - Klaverbladdreef ZN - Goedkeuring 2014_CBS_01456 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136135 - district Wilrijk - Klaverbladdreef ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Geoffroy Moretus
De aanvraag omvat: vellen van bomen
Dossiernummer: ZWI/B//20136135

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, onder volgende voorwaarden:
  1. het heraanplanten van 27 inheemse loofbomen van eerste grootte (hoogte in volwassen toestand tussen 12 - 35 meter);
  2. het heraanplanten moet uitgevoerd worden ten laatste het eerstvolgende plantseizoen na het vellen van de bomen;
  3. het nemen van de nodige maatregelen om de omstaande bomen niet te beschadigen bij het vellen van de bomen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen