Terug

2014_CBS_01409 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136108 - district Berchem - Borsbeeksebrug ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 14/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Bart De Wever, burgemeester; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris
2014_CBS_01409 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136108 - district Berchem - Borsbeeksebrug ZN - Goedkeuring 2014_CBS_01409 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20136108 - district Berchem - Borsbeeksebrug ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Immo Berchem X nv
De aanvraag omvat: afbreken van bestaand postsorteercentrum en bouwen van een opleidingscentrum
Dossiernummer: ZBE/B//20136108

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich aan bij:
  • het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie, met uitsluiting van volgende punten:
    "- er moet een toegang voorzien worden in de fietsenkelder voor het personeel die rechtstreeks toegang geeft tot het gebouw;
    - de parking moet opengesteld worden indien er geen activiteiten in het gebouw plaatsvinden om dubbelgebruik te stimuleren;
    - het laden en lossen moet in een volgende fase zoveel mogelijk inpandig worden opgelost zodat de huidige toegang gesupprimeerd kan worden;”

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, onder volgende voorwaarden:
  1. de afvalberging moet op een andere locatie voorzien worden en in een latere fase inpandig worden opgelost;
  2. De in- en uitrit voor personenwagens die nu op de singel aangesloten is, wordt slechts voor 5 jaar vergund. De interne structuur van het gebouw dient dermate aangepast te worden in huidig bouwwerk dat op een eenvoudige wijze, aansluitend bij de ingebruikname van de ondergrondse parking langs de ring, de ondergrondse parkeerplaatsen in deze vergunning ontsloten worden via de achterliggende parking en dienst ontsluitingswegen;
  3. de bouwheer dient in overleg te treden met de wegbeheerder en de stad om te onderzoeken of nog bijkomende tijdelijke ingrepen noodzakelijk zijn om de verkeersveiligheid te verhogen;
  4. conflicten tussen laden en lossen en fietsverkeer moeten vermeden worden, de toegang tot de fietsparking voor het personeel moet via de parking georganiseerd worden;
  5. De ongelijkvloerse verbinding tussen post X en het stationsplein heeft als finaal doel om de site Post X integraal toegankelijk te maken voor mindervalide personen. Hiervoor wordt de bestaande voetgangersbrug over de Singel/naast de spoorbrug gebruikt. Aan de zijde Post X wordt in deze aanvraag een lichte helling voorzien tegen de spoorwegberm die aansluit bij het toekomstige centrale plein. Deze dient conform het plan aangelegd te worden. De trap vanaf de voetgangersbrug naar de Singel wordt uit de vergunning geschrapt. De aanvrager dient hier aansluitend bij deze vergunning een nieuwe bouwaanvraag in te dienen na overleg met de betrokken overheden om zo de materialisatie en inplanting van de trap te beslissen. Tevens dient de aanvrager de gesprekken op te starten om aan de zijde van het station de voetgangersbrug aan te sluiten op het Stationsplein of de interne circulatieruimte van het station zelf. Welke methode (lift, helling,... ) zal gebruikt worden moet blijken uit het overleg. Deze besprekingen moeten als doelstelling hebben om mensen die minder mobiel zijn vlot de voetgangersbrug te kunnen laten gebruiken.
  6. Na gedeeltelijke realisatie en ingebruikname van de ondergrondse parking van een volgende fase tegen de ring, dient het beleveren van voorliggend gebouw maximaal te gebeuren via deze ondergrondse toegang tot het voorliggend gebouw. Het laad en losverkeer moet maximaal afgestemd worden, kleinere voertuigen, op de dimensies die toegelaten zijn in de grote toekomstige ondergrondse parking. Grote leveringen dienen maximaal via het centrale plein te gebeuren van zodra deze toegankelijk is voor gemotoriseerd verkeer. De interne circulatieruimtes voor leveringen aan het gebouw dienen afgestemd te zijn op de huidige aanleveringsruimte langs de Singel, alsook reeds voorzien om later maximaal om te schakelen naar de "achteringang/parking" of het centrale plein. Alle andere leveringen kunnen blijven leveren aan de in de aanvraag voorgestelde laad-en loszone in het gebouw.
  7. de zone tussen het opleidingscentrum en het naastgelegen gebouw moet een kwalitatieve voetgangersbinding worden tussen de singel en het binnenplein of worden ingericht als tuin;
  8. het materiaalgebruik van de open ruimte moet afgestemd worden op het beeldkwaliteitplan voor de Groene singel;
  9. de tussentijdse inrichting moet gelijktijdig met de bebouwing gerealiseerd worden zodat de open ruimte in de site in gebruik genomen kan worden;
  10. de bouwheer laat de sloop van het funderingsniveau van het bestaand postsorteercentrum archeologisch begeleiden zodat de staat en bewaringsniveau van de ondergrondse resten van de Brialmontomwalling in kaart kunnen worden gebracht;
  11. de bouwheer voorziet het nodige archeologische onderzoek voorafgaandelijk aan de bouw van het nieuwe opleidingscentrum;
  12. de Bijzondere Voorwaarden met betrekking tot het archeologisch onderzoek dienen opgevraagd te worden bij het Agentschap Onroerend Erfgoed – Antwerpen en stad Antwerpen dienst archeologie;
  13. de stedelijke archeologische dienst Antwerpen en het Agentschap Onroerend Erfgoed - Antwerpen worden betrokken bij de werf- en coördinatievergaderingen;
  14. het advies van brandweer moet strikt nageleefd worden;
  15. het advies van het departement ruimtelijke ordening en mobiliteit van de provincie Antwerpen moet strikt nageleefd worden;
  16. het advies van de Vlaamse milieumaatschappij moet strikt worden nageleefd;
  17. het advies van De Lijn moet strikt worden nageleefd;
  18. het advies van het agentschap Wegen en Verkeer, afdeling Antwerpen strikt na te leven;

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen