Terug

2014_CBS_00982 - Havenbedrijf - Nieuwe gemeentelijke havenpolitieverordening - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Liesbeth Homans, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_00982 - Havenbedrijf - Nieuwe gemeentelijke havenpolitieverordening - Goedkeuring 2014_CBS_00982 - Havenbedrijf - Nieuwe gemeentelijke havenpolitieverordening - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 13 § 1 van de statuten van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen bepaalt dat de gemeenteraad van de stad Antwerpen de nodige politieverordeningen uitvaardigt op voorstel van de raad van bestuur.

Artikel 135 § 2 van de Nieuwe Gemeentewet: "De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd:
1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel.”

Aanleiding en context

Op 21 februari 2000 (jaarnummer 273) besliste de gemeenteraad om de  nieuwe gemeentelijke havenpolitieverordening goed te keuren.

Met het gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2002 (jaarnummer 285) werd deze havenpolitieverordening gewijzigd. 

Met het gemeenteraadsbesluit van 13 september 2004 (jaarnummer 1741) werd deze havenpolitieverordening nogmaals gewijzigd. 

Op 26 maart 2012 (jaarnummer 331) besliste de gemeenteraad om de havenpolitieverordening, reglement tweedehands voertuigen, te bekrachtigen.

Op 16 december 2013 keurde de Raad van Bestuur van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen het ontwerp van de gemeentelijke havenpolitieverordening goed. De raad van bestuur gaf opdracht om dit ontwerp ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad van de stad Antwerpen.

Met een brief van 19 december 2013 werd het ontwerp met het oog op goedkeuring door de gemeenteraad, overgemaakt aan het college.

Argumentatie

De laatste herziening van de gemeentelijke havenpolitieverordening vond plaats bij gemeenteraadsbeslissing van 13 september 2004. De haven en zijn maatschappelijke context zijn intussen aanzienlijk veranderd.

Met agendapunt van 4 oktober 2010 (nummer 103285) stelde de havenkapitein dienst dan ook voor om een nieuw herzieningsproces op te starten teneinde te komen tot een modern politiereglement dat beantwoordt aan de gewijzigde omstandigheden en behoeften.

In het agendapunt nummer 122932 van 24 september 2012 werd de brede context van het herzieningsproces geschetst en werd een voorstel van aanpak uitgetekend. Het directiecomité gaf daarop de opdracht om de codificatie verder uit te werken.

De opmerkingen van het directiecomité op de ontwerptekst, die werd geagendeerd op 21 oktober 2013 en 2 december 2013 (agendapunten nummers 132930 en 133261) werden door vertaald en opgenomen in de tekst die thans ter goedkeuring voorligt.

Eén van de betrachtingen van het herzieningsproces is om tot een coherente codificatie te komen van alle verordenende bepalingen die thans verspreid te vinden zijn in de havenpolitieverordening van 2004, informatienota’s, de codex gevaarlijk goed, het reglement tweedehandsvoertuigen. Een geheel nieuwe inhoudstafel moet de havenpolitieverordening tevens meer structuur geven en deze toegankelijker maken voor de havengebruiker.

Ook de samenhang tussen de havenpolitieverordening en de nadere uitvoeringsbepalingen wordt verhoogd door een op elkaar afgestemde nummering te voorzien. Deze nadere uitvoeringsbepalingen zullen zich beperken tot praktische kwesties die niet van verordenende aard zijn. Deze worden voortaan ‘havenonderrichtingen’ genoemd en zullen qua nummering telkens verwijzen naar het desbetreffende artikel uit de havenpolitieverordening waarvan het de uitvoering vormt.

Een aantal recente(re) beleidslijnen van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen worden tevens verankerd in de havenpolitieverordening, zoals het verplicht gebruik van Automatic Identification System (AIS) en Barge Traffic System (BTS), de mogelijkheid om Liquefied natural gas (LNG) te bunkeren, de striktere omschrijving van het voorkaairegime, de regels omtrent het fumigeren van goederen, het nieuwe kader rond de organisatie van het slepen, het bestrijden van oliecalamiteiten en andere havengebonden diensten.

Ook de rol van havenkapiteindienst (HKD)/scheepvaartmanagement (SVM) en, daarmee samenhangend, bepaalde politionele aspecten van de ketenwerking, worden verankerd.

Voor het hoofdstuk 5.4: bestrijden van oliecalamiteiten zal de datum waarop de nieuwe bepalingen inzake inperkings-en opruimingsmaatregelen bij oliecalamiteiten in voege treden, nog worden toegevoegd aan de tekst, van zodra bestek B10083 (dienstverlening bij watergebonden oliecalamiteiten) gegund is.

Voor het toepassingsgebied van de havenpolitieverordening wordt aangesloten op het door de Vlaamse regering afgebakende zeehavengebied, met dien verstande dat deze grens voor bepaalde (keten)aspecten genuanceerd wordt door de functionele logica (cfr. Vlaamse loodsdecreet dat zich uitstrekt tot in het Deurganckdok; organisatie van het slepen van, naar en in de haven door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, met instemming van het gewest).

Belangrijk is dat deze havenpolitieverordening als een aanbouwverordening moet worden begrepen, waaraan, binnen de structuur zoals vooropgezet in de inhoudstafel, nieuwe regels kunnen worden toegevoegd wanneer hier nood aan is en de regels voor opname vatbaar zijn. Zo zullen, bijvoorbeeld, de precieze veiligheidsvoorschriften voor Liquefied natural gas (LNG)-bunkeren in de havenpolitieverordening kunnen worden opgenomen van zodra deze verder uitgekristalliseerd zijn. Ook voor bepaalde activiteiten met milieu-impact die, bv. omwille van hun mobiel karakter, niet onder de milieuvergunningsplicht sorteren, zouden in de toekomst nog havenspecifieke regels kunnen worden toegevoegd.

Meer algemeen zullen voortschrijdend inzicht en de toets van de praktijk op termijn wellicht nog tot bijsturing nopen. Dit kan worden opgevangen via periodieke (bjvoorbeeld tweejaarlijkse) herzieningen. Daarbij zal in principe de essentiële structuur van de havenpolitieverordening ongewijzigd kunnen blijven. Uitgaande van het bestaande wettelijke kader en de bestaande rechtspraktijk wordt ervoor gekozen om, zoals in het verleden, de havenpolitieverordening, na goedkeuring binnen het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad van de stad Antwerpen.

Op vraag van het directiecomité werden de verwijzingen naar verschillende bevoegde instanties waar de havengebruiker terecht moet, coherenter geformuleerd. In havenonderrichtingen zal verduidelijkt worden op welke wijze een melding of aanvraag concreet zal moeten gebeuren. Dit wordt zoveel mogelijk gecentraliseerd ten behoeve van de havengebruiker. Wel wordt in de havenpolitieverordening het onderscheid behouden tussen havenbedrijf en HKD gelet op de eigen wettelijke bevoegdheden. Binnen HKD wordt, waar nodig, verder gespecifieerd naar HKD/SVM (voor zaken die samenhangen met verkeersmanagement) of de commandant (voor bepaalde beslissingen mbt veiligheid).

Andere interne bevoegdheids- en delegatieregels zijn evenwel geen zaak van de havenpolitieverordening. Ook ten aanzien van de huidige delegatieregels loopt momenteel een herzieningsproces. Het is wenselijk dit binnen eenzelfde tijdskader af te ronden.

Tot slot is het belangrijk een modern toezichts- en handhavingsregime als sluitstuk van een nieuwe havenpolitieverordening te benadrukken. Een wijziging van de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins zou daartoe dienend kunnen zijn, evenals duidelijke afspraken met andere inspectiediensten.

Aan het ontwerp van deze havenpolitieverordening is intensief intern overleg voorafgegaan. Tevens werden, al dan niet op deelaspecten, opmerkingen verwerkt van de Nautische Commissie, de scheepvaartpolitie, Maritieme Dienstverlening Kust, de gewestelijke Havencommissaris en de havengemeenschap.

Juridische grond

Het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens.

Beleidsdoelstellingen

2 - Veilige stad
De zonale veiligheidspartners maken maximaal gebruik van hun bevoegdheden om, samen met andere partners, de openbare orde te waarborgen en overlast te voorkomen, te verminderen of te bestrijden

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt aan de gemeenteraad voor om de havenpolitieverordening goed te keuren.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.