Terug

2014_IP_00044 - 2014_IP_00044 - Interpellatie van raadsleden Dirk Vanlommel, Ann Vylders: Concretiseren van voorwaarden mbt evenementen op de middenvijver

districtsraad Antwerpen
ma 17/02/2014 - 20:00 Raadzaal
Afgevoerd

Samenstelling

Aanwezig

Marco Laenens, voorzitter districtsraad; Chris Anseeuw, districtsraadslid; Anne Poppe, districtsraadslid; Lieve Stallaert, districtsschepen; Ann Vylders, districtsraadslid; Paula De Brie, districtsraadslid; Nick De Wilde, districtsraadslid; Philip Maes, districtsraadslid; Christophe Wuyts, districtsraadslid; Dirk Vanlommel, districtsraadslid; Samuel Markowitz, districtsraadslid; Zuhal Demir, voorzitter districtscollege; Nadine Peeters, districtsraadslid; Sener Ugurlu, districtsraadslid; Marita Wuyts, districtsraadslid; Paul Cordy, districtsschepen; Imade Annouri, districtsraadslid; Sofie Mertens, districtsraadslid; Jan van der Vloet, districtsraadslid; Hussain Syed Riaz, districtsraadslid; Cordula Van Winkel, districtsraadslid; Tom Van den Borne, districtsschepen; Walter Van Hove, districtsraadslid; Catherine Van De Heyning, districtsraadslid; Jeroen Denissen, districtsraadslid; Anton Geerts, districtsraadslid; Ilona Van Looy, districtsraadslid; Jan Kruyniers, districtsraadslid; Lutgardis van Craenenbroeck; Herald Claeys, districtssecretaris

Afwezig

Tatjana Scheck, districtsraadslid; Willem-Frederik Schiltz, districtsschepen; Karima Amaliki, districtsraadslid; Annie Bwatu Nkaya, districtsraadslid

Secretaris

Herald Claeys, districtssecretaris

Voorzitter

Marco Laenens, voorzitter districtsraad
2014_IP_00044 - 2014_IP_00044 - Interpellatie van raadsleden Dirk Vanlommel, Ann Vylders: Concretiseren van voorwaarden mbt evenementen op de middenvijver 2014_IP_00044 - 2014_IP_00044 - Interpellatie van raadsleden Dirk Vanlommel, Ann Vylders: Concretiseren van voorwaarden mbt evenementen op de middenvijver

Motivering

Indiener(s)

Ann Vylders, Dirk Vanlommel

Gericht aan

Paul Cordy, Zuhal Demir

Tijdstip van indienen

vr 07/02/2014 - 15:51

Toelichting

Sinds bekend raakte dat Summerfestival en Laundry Day, die moeten verhuizen omwille van de bouw van een nieuwe woonwijk, Middenvijver als enige mogelijke locatie aanduidden, heerst bij de omwonenden op Linkeroever grote ongerustheid.

Bovendien bleek dat Docking Station, de organisator van de festivals, reeds een concessie had afgesloten met Waterwegen & Zeekanaal, eigenaar van de gronden, voor maar liefst 20 jaar.



Bevoegd schepen Rob Van de Velde wijst er terecht op dat de stad nog niet beslist heeft dat de evenementen op deze locatie kunnen doorgaan. De stad heeft namelijk eerst een onderzoekstraject opgestart en nog geen toelating gegeven voor de evenementen. Daarnaast is het de wens van Docking Station om de Middenvijver te herinrichten tot een heus festivalterrein.



Vermits een locatieonderzoek uitwijst dat Middenvijver de enige mogelijke locatie in Antwerpen is waar de betreffende festivals kunnen doorgaan, en de festivals ook niet zomaar zonder toekomst gelaten kunnen worden, is zo'n onderzoekstraject dan ook een redelijke aanpak om ernstig na te gaan of deze grootschalige evenementen de draagkracht van Linkeroever niet overstijgen. Indien uit het onderzoek blijkt dat zelfs milderende maatregelen onvoldoende negatieve effecten kunnen wegnemen of verzachten, zullen de festivals dan ook op zoek moeten gaan naar een nieuwe locatie, desnoods buiten Antwerpen.

De buurt rekent er terecht op dat het onderzoek grondig wordt gevoerd, en dat de stad rekening zal houden met de resultaten ervan.



In collegebesluit 2013_CBS_07143 van 19 juli 2013 lezen we welke richting het stadsbestuur uit wil.

"Artikel 1: Het college beslist principieel dat Middenvijver in aanmerking kan komen voor een beperkt aantal muziekfestiviteiten op voorwaarde dat de stad mede betrokken wordt of kan participeren tussen de grondeigenaar en de huidige concessionaris."

Het college is in dit artikel glashelder: in geen geval mag Docking Station regisseur worden over de Middenvijver. De stad kan dus tal van voorwaarden afdwingen van Docking Station, bij middel van een samenwerkingsovereenkomst, en kan het afleveren van de nodige vergunningen laten afhangen van de bereidwilligheid van Docking Station om deze voorwaarden al of niet te aanvaarden. Als Docking Station de voorwaarden van de stad niet aanvaardt, verwordt hun concessieovereenkomst immers tot een lege doos.



Nog in het collegebesluit: "Artikel 2: Het college beslist principieel om de programmatorische, organisatorische en veiligheidseisen verder te onderzoeken op de locatie Middenvijver te Linkeroever met de klemtoon op een beperking van het aantal evenementen en een opgewaardeerde terbeschikkingstelling voor alle omwonenden voor de rest van het jaar."

Dit artikel anticipeert op zeer terechte bekommernissen van de buurtbewoners.

Of een festival van deze schaal veilig kan doorgaan op deze locatie dient degelijk onderzocht te worden, en dient uiteraard een harde voorwaarde te zijn.

Het college kiest er met dit artikel ook voor dat het aantal evenementen beperkt moet blijven. De stad heeft dit zelf in de hand aangezien voor elk evenement een evenementenvergunning noodzakelijk is.

En tot slot stelt het artikel dat het terrein opgewaardeerd ter beschikking gesteld dient te worden wanneer er geen evenementen plaatsvinden. De inrichtingsplannen die de organisator naar voor schuift, waarin tal van asfaltwegen worden ingeplant, zijn vanuit dat perspectief onaanvaardbaar.



In artikel 6 wordt aan SW/R de opdracht gegeven om een 'plan milieueffectenrapport' met milderende maatregelen op te maken en in het bijzonder de effecten op mobiliteit te onderzoeken.

Verder nog wordt in artikel 6 een opdracht gegeven aan MC/EFP:

"start onderhandelingen voor het afsluiten van een overeenkomst tussen de stad Antwerpen, de evenementenorganisator, Waterwegen en Zeekanaal NV en Agentschap Natuur en Bos. Deze overeenkomst schept een deel van de voorwaarden die het evenement mogelijk moeten maken voor de natuur en de buurt (...)"

Wij leiden hieruit af dat een gunstige of voorwaardelijk gunstige natuurtoets eveneens een harde voorwaarde van de stad is.

Ook de effecten op de mobiliteit zullen worden onderzocht.



In de plan-MER die destijds de effecten van een eventuele inplanting van een nieuw voetbalstadion voor 40.000 toeschouwers in kaart bracht, werd geconcludeerd dat het nabijgelegen "Het Zand - ondanks de ligging aansluitend op het hoofdwegennet - geen aanvaardbare locatie is vanuit milieuoogpunt en dit omwille van de significante negatieve impact op zowel de mens (woonkern Zwijndrecht) als de natuur (natuurgebied, habitatrichtlijn).

Zoals blijkt uit het ruimtelijk veiligheidsrapport (RVR) opgemaakt in het kader van het RUP voor de afbakening van het grootstedelijk gebied Antwerpen is de locatie ook minder geschikt vanuit veiligheidsoogpunt. Het RVR stelt het volgende:

'De geplande locatie situeert zich op iets meer dan 1 km van het industriegebied te Zwijndrecht Linkeroever waar er reeds bestaande Seveso-inrichtingen binnen het zeehavengebied aanwezig zijn. Dit betekent dat voor belangrijke ongevalscenario's een impact op de aanwezigen in/rond het voetbalstadion, en aldus op het groepsrisico, niet zonder meer is uit te sluiten. Het is voorts evident dat een voetbalstadion op die locatie een beperkende factor kan zijn voor de ontwikkeling van Seveso-activiteiten binnen het zeehavengebied.'"

Er dient bijgevolg ernstig onderzocht te worden in hoeverre beide cases verschillen en of de negatieve impact van de organisatie van grootschalige evenementen op de Middenvijver op mens, milieu en mobiliteit kan verantwoord worden.



Intussen bleek dat de concessie ook toelaat dat evenementen van derden kunnen doorgaan mits toelating van de concessionaris. Dit kunnen we als een geruststelling aanschouwen, want het creëert een opening om evenementen als het kampioenschap schapendrijven of onze eigen vliegerhapping alsnog te kunnen laten doorgaan op deze locatie.

Een schoonheidsprijs wint de constructie echter niet, want in de feiten heeft Docking Station de zeggenschap over het terrein, en hangt een eventuele doorgang van andere activiteiten in eerste instantie af van hun goodwill. Bovendien kunnen zij de hoogte van de huurgelden autonoom bepalen.

Het is bijgevolg wenselijk dat de stad een eventuele evenementenvergunning voor evenementen van Docking Station laat afhangen van een heldere afspraak mbt andere events.



Met collegebesluit 2013_CBS_09416, goedgekeurd op 20/9/2013, besliste het college tenslotte:

"Het college benadrukt de toegankelijkheid van het gebied en keurt niet goed dat het terrein voor 4 maanden afgesloten wordt."

De Middenvijver is van groot belang als gebied voor passieve recreatie. Antwerpenaars komen uit alle hoeken van de stad afgezakt naar Middenvijver om uit te waaien, de hond uit te laten, te vliegeren... Dat voor de organisatie van grootschalige evenementen delen van het terrein tijdelijk zullen moeten afgesloten worden is evident. Dit moet echter in tijd en ruimte duidelijk afgebakend worden zodat de Middenvijver maximaal beschikbaar blijft als rustige open plek in de stad.

Wij dringen daarom aan op een duidelijke afspraak omtrent het maximum aantal dagen/weken per jaar waarop delen van het terrein afgesloten kunnen worden.



Alle vermelde voorwaarden kunnen ons inziens afgedwongen worden in een samenwerkingsovereenkomst tussen de stad en de concessionaris.



Vandaar onze vragen aan het districtscollege:

Deelt het districtscollege onze zienswijze

·        Dat de stad, ondanks het bestaan van een concessieovereenkomst, de regie over de Middenvijver niet in handen mag laten van de concessionaris?

·        Dat de stedenbouwkundige en evenementenvergunning de nodige instrumenten en stok achter de deur zijn om de plannen van de organisator te herleiden tot aanvaardbare en haalbare plannen?

·        Dat daardoor tal van bijkomende voorwaarden kunnen afgedwongen worden in een samenwerkingsovereenkomst tussen de stad en de concessionaris teneinde tot haalbare en aanvaardbare plannen te komen?

·        Dat de stad het afleveren van eventuele bouw- of evenementenvergunningen effectief dient te laten afhangen

o   van de resultaten van het onderzoek?

o   én van de bereidheid van de concessionaris om bijkomende voorwaarden te aanvaarden middels een samenwerkingsovereenkomst?