Terug

2014_CBS_00506 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - Umicore nv - Adolf Greinerstraat 14 - 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/755/JW - Gunstig advies - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
ma 27/01/2014 - 12:00 Digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_00506 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - Umicore nv - Adolf Greinerstraat 14 - 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/755/JW - Gunstig advies - Goedkeuring 2014_CBS_00506 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 1 - Umicore nv - Adolf Greinerstraat 14 - 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/755/JW - Gunstig advies - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 35, 3°) van Vlarem I bepaalt dat het college een advies dient te verlenen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 1.

Aanleiding en context

De deputatie vraagt advies aan het college over een milieuvergunningsaanvraag klasse 1 door Umicore nv - Broekstraat 31 - 1000 Brussel. (kenmerk MLAV1-2013-0520/KRHO/age).

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist het gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren.

Artikel 2

Het college neemt kennis van de opmerkingen en verduidelijkingen van Umicore en vraagt de PMVC dit mee in overweging te nemen:

  • Aan- en afvoer van grondstoffen via spoor is in het verleden dikwijls bekeken geweest, maar bleek geen volwaardig alternatief te zijn in termen van flexibiliteit, snelheid en eenvoud. Niettemin staan wij open voor dit alternatief als men zou kunnen tegemoetkomen aan de hindernissen die zich vandaag stellen. Maar wij hebben ons nu gefocust op de studie van het transport over het water van containers uit de Antwerpse haven; we werken er sterk aan om dit te doen slagen;
  • Anderzijds betreuren wij het dat het spoor voor reizigers met bestemming Umicore Hoboken geen alternatief kan zijn door de sluiting van de stations van Hoboken Kapelstraat en/of Hemiksem Werkplaatsen;
  • Wij zijn van mening dat het personeel van aannemers waaraan wij activiteiten uitbesteden op permanente basis, eenzelfde verplaatsingsgedrag vertoont als ons eigen personeel wat betreft “modal split”. Personeelsleden van aannemers die hier tijdelijk voor investeringswerken of voor grote onderhoudswerken komen werken, komen dikwijls met een busje, wat ook de verkeersdruk beperkt. In die zin menen wij dat de impact van aannemers op verkeer van dezelfde grootte-orde is als deze van de eigen werknemers;
  • Wat betreft het transport van afvalwaters uit Olen, afkomstig van residu’s van Hoboken die daar occasioneel worden verwerkt, meen ik dat er een misverstand in het spel is. We vragen geen verhoging van 1.500 m³/maand naar 3.000 m³/maand, maar hebben dezelfde hoeveelheid wel onder twee rubrieken aangevraagd (2.3.2.e en 2.3.2.g, resp. voor niet-gevaarlijke en voor gevaarlijke afvalwaters). Al naargelang het verwerkte residu, behoort het afvalwater immers tot één van beide categorieën;
  • Voor de lozingsparameters BZV en CZV kunnen wij vandaag geen uitspraak doen daar wij de nieuwe biologische waterzuivering nog niet hebben opgestart en het effect ervan nog niet kunnen inschatten. Wij stellen hier het behoud van de huidige normen voor en staan open voor een voorwaarde die ons oplegt om binnen een jaar na vergunningsverlening een studie voor te leggen naar het gedrag van deze parameters;
  • Wat betreft de parameter AOX is er vandaag geen rechtszekerheid aangezien de voorgeschreven analysemethode geen eenduidige resultaten oplevert ten gevolge van interferentie van chlorides. Dit is bij vele bedrijven het geval. VMM heeft VITO trouwens opdracht gegeven om deze problematiek te onderzoeken. Zolang er geen duidelijkheid bestaat, stellen wij voor om de norm niet te verlagen;
  • De nieuwe Bayqik-installatie zal niet zorgen voor een afname van de SO2-emissie, maar voor een handhaving ervan op het huidig emissieniveau (en dus geen stijging) ondanks de capaciteitsuitbreiding. Het zal dus wel een relatieve afname zijn vergeleken met de stijgende inzet van de hoeveelheid grondstoffen. De afname van de SO2-emissies van de fabriek zal echter gerealiseerd worden door een bijkomende afzuigings- en zuiveringsinstallatie van de hygiënegassen van de smelter;
  • Tenslotte wensen wij het openingsuur voor goederentransporten inderdaad te verschuiven van 7.00 uur naar 6.00 uur ’s morgens, omdat veel transporteurs hier op aandringen in het kader van de spreiding van het wegverkeer. Bovendien hebben wij geen vat op de transporteurs die zelf kiezen wanneer zij rijden: zij kunnen even goed om 5.00 of 6.00 uur de baan op, om dan op de parking te wachten tot de poorten opengaan.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

Dienst

Taak

Stadsontwikkeling/vergunningen/milieuvergunning

het advies over te maken aan de voorzitter van de provinciale milieuvergunningcommissie.