Terug

2014_CBS_00511 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - stad Antwerpen, Hoofdfrontweg 9, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/764/PV - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 24/01/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_00511 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - stad Antwerpen, Hoofdfrontweg 9, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/764/PV - Kennisneming 2014_CBS_00511 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 3 bijzondere voorwaarden - stad Antwerpen, Hoofdfrontweg 9, 2660 Hoboken-Antwerpen. Dossiernummer AN2013/764/PV - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4 § 1 van Vlarem I bepaalt dat het college akte moet nemen van meldingen van klasse 3-inrichtingen.

Aanleiding en context

Meldingen van klasse 3-inrichtingen worden conform de wetgeving aan het college bekendgemaakt. De melding opgenomen als bijlage werd op de dienst milieuvergunningen binnengebracht en geregistreerd.

Argumentatie

De volgende melding van klasse 3-inrichting(en) werd volledig en ontvankelijk bevonden zodat van deze melding akte kan worden genomen zoals voorzien in de Vlarem-procedure.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning of melding een als hinderlijk ingedeelde inrichting klasse 1, 2 of 3 mag exploiteren of veranderen.
Artikel 4 § 2 van het milieuvergunningendecreet bepaalt dat niemand zonder daarvan vooraf melding te hebben gemaakt, een inrichting die tot de klasse 3 behoort, mag exploiteren of veranderen.
Artikel 20 van het milieuvergunningendecreet en artikel 3.3.0.2 van Vlarem II bepalen dat aan inrichtingen van klasse 3 bijzondere vergunningswaarden kunnen worden opgelegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt akte van de klasse 3 –inrichting zoals vermeld in het verslag dienst milieuvergunningen dat werd opgenomen in bijlage.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;
algemene milieuvoorwaarden - lucht hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10;
algemene milieuvoorwaarden - licht hoofdstuk 4.6;
opslag van gevaarlijke stoffen / ondergrondse en bovengrondse houders afdeling 5.17.1 en bijlage 5.17.1;
lozingen in grondwater hoofdstuk 4.3 en 5.52.

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden dient na te leven:

  • een overloop aan een sterfput is volgens artikel 4.3.3.1.3° van Vlarem II verboden. Deze dient dan ook verwijderd te worden;
  • aangezien de sportschuur in individueel te optimaliseren buitengebied ligt, moet het huishoudelijk afvalwater volgens afdeling 4.2.8 van Vlarem II gezuiverd worden via een IBA vooraleer het geloosd wordt in de sterfput.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.