Terug

2014_CBS_00740 - Groepsarchitectuur Antwerpen - Inkanteling. Bijkomende principes personeel - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/01/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_00740 - Groepsarchitectuur Antwerpen - Inkanteling. Bijkomende principes personeel - Goedkeuring 2014_CBS_00740 - Groepsarchitectuur Antwerpen - Inkanteling. Bijkomende principes personeel - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het college besliste op 4 december 2013 (jaarnummer 12746) een aantal autonome gemeentebedrijven, vzw’s  en afdelingen van het OCMW al dan niet volledig in te kantelen bij de stad, en vervolgens te vereffenen.

De rechtspositieregeling van de stad bepaalt in artikel 9 van titel 12 volgende garanties voor de medewerkers die worden overgenomen:

Bij de overname van personeel van een verzelfstandigde entiteit vanaf 1 juli 2013 gelden volgende specifieke regels:

§1 Ingeval van een zelfde functionele loopbaan en salarisschaal als de stad Antwerpen, wordt het personeelslid aangesteld in dezelfde functionele loopbaan en in een gelijkaardige functie, met behoud van geldelijke- en schaalanciënniteit;

§2 Ingeval van een verschillende functionele loopbaan en/of salarisschaal als de stad Antwerpen, wordt het personeelslid aangesteld in een functie, functionele loopbaan en salarisschaal die het best aanleunt bij zijn functie, baremaloon en/of periodieke sprong bij de verzelfstandigde entiteit.

§3 Het personeel heeft enkel recht op de toelagen en sociale voordelen van de stad Antwerpen die op het moment van overname van toepassing zijn. De bij de verzelfstandigde entiteit toegekende toelagen en/of sociale voordelen vervallen.

§4 De periode van tewerkstelling bij de verzelfstandigde entiteit wordt meegenomen in de bepaling van de duur van een eventuele opzegging of opzeggingsvergoeding bij de stad.

§5 De aanstelling na overname valt niet onder Deel 3 en Titel 6.1 Salaris, artikel 2.

§6 De personeelsleden overgenomen voor 1 juli 2013, genieten van een weddenwaarborg voor het brutoloon dat ze genoten bij de verzelfstandigde entiteit, indien dit brutoloon voordeliger was. Ze behouden hun weddenwaarborg zolang dit voor het personeelslid gunstiger is ook bij een nieuwe aanstelling (benoeming, bevordering of mandaat), interne mobiliteit of herplaatsing in dezelfde rang. De weddenwaarborg wordt verhoogd met de index

Argumentatie

 

In de voorbereiding van de inkanteling is het belangrijk om een aantal principes met betrekking tot de overname van personeel te verfijnen. Deze verfijning heeft vooral als doel om de medewerkers duidelijkheid te verschaffen over met welke rechten en plichten zij kunnen worden overgenomen.

Door de beslissing van het college van 4 december 2013 zijn de vzw’s, autonome gemeentebedrijven en de gemeenschappelijke diensten OCMW zoals benoemd in dit besluit in principe in een ‘stand still’ terecht komen.Dit betekent dat er niet nog nieuwe beslissingen kunnen worden genomen die een impact hebben op het over te nemen personeel.

Door het feit dat entiteiten  de decretale mogelijkheid hebben om gemotiveerd af te wijken van de rechtspositieregeling kan het zijn dat er al dan niet grote verschillen zijn in de arbeids- en loonvoorwaarden bij de verschillende entiteiten die nu worden ingekanteld. Bij inkanteling vertrekken we echter van de loon-en arbeidsvoorwaarden zoals deze bij de stad Antwerpen gelden en het college interpreteert de voorwaarden in de rechtspositieregeling bij overname als volgt:

  • Als algemeen principe biedt de stad Antwerpen enkel de garantie op behoud van het “baremaloon” zodat de medewerker in kwestie alvast maandelijks geen lager loon krijgt dan voor de overname. Daarbij wordt rekening gehouden met de functie en de functionele loopbaan.
  • Deze “garantie van het “baremaloon” wordt als volgt toegepast:
    Er wordt gekeken naar het laatste nettoloon (in zoverre berekend conform het principe van het referentiepunt) van de medewerker die overgenomen wordt. Dit nettoloon is het zuivere loon op basis van de barematrap waarin de medewerker is ingeschaald. Daarbij wordt geen rekening gehouden met andere loonelementen of extra legale voordelen. Dit nettoloon wordt voor de medewerker bij overname gegarandeerd. Voor de overige looncomponenten stapt de medewerker in de arbeidsvoorwaarden die vanaf het moment van overname gelden bij de stad, ongeacht of deze voor- of nadeliger zijn: haard- of standplaatstoelage, vakantiegeld, eindejaarstoelage (geen dertiende maand), maaltijdcheques (op dit moment 6€), vergoedingen woon-werk, functioneringstoelage enz.
  • Deze principes blijven behouden ook al is de medewerker ingeschaald in een barema dat afwijkt van de stad (bv door de toepassing van andere functionele loopbanen of afwijkende bedragen in de salarisschalen). Het maandelijkse nettobedrag dat de medewerker ontvangt wordt als uitgangspunt voor de garantie genomen. Daar waar echter bij een contractuele aanstelling van de medewerkers een financiële compensatie werd gegeven door de entiteit voor het afleggen van een statutaire benoeming of voor het nemen van een verlofvorm in het statuut bij de stad, worden aan de betrokken medewerkers bij de overname volgende limitatieve keuzes gelaten:
    * Ofwel kiest de medewerker opnieuw voor de activering van de statutaire functie (met eventuele bevordering (of soortgelijk) binnen de entiteit, toegekend voor 31/3/2013) bij de stad en wordt de financiële compensatie niet gegarandeerd;
    * Ofwel neemt de medewerker ontslag uit de vroegere statutaire functie bij de stad en wordt hij contractueel overgenomen met behoud van de financiële compensatie in het baremaloon van de entiteit.

Voor wat betreft de overname van een specifiek verlofstelsel (loopbaanonderbreking, …) waarin de medewerker is ingeschakeld, wordt per individu bekeken welke mogelijkheden er bestaan binnen de rechtspositieregeling van de stad en de hogere wetgeving. Er wordt daarbij gestreefd naar het zoveel mogelijk behoud van het bij de entiteit toegekende regime.

Deze afspraken moeten gelden voor heel de groep zodat bij inkanteling van entiteit naar entiteit er geen verschil kan zijn met de rechten zoals ze zouden zijn bij inkanteling naar de stad.

Het college wil met deze verfijning duidelijkheid geven aan de medewerkers over de rechten en plichten bij overname. Tevens vraagt ze aan Personeelsmanagement om de evolutie van de personeelsformatie sinds 31 maart 2013 (referentiepunt voor de besparingsdoelen per entiteit) in kaart te brengen en deze aan het college voor te leggen. Het college kan steeds bij ongegronde afwijkingen geval per geval een aparte beslissing nemen.

Fasering

Dit besluit wordt overlegd met de vakbondsorganisaties.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist dat bij overnames binnen de groep de voorwaarden van de rechtspositieregeling van de stad Antwerpen toegepast moeten worden conform de interpretatie zoals uiteengezet in de argumentatierubriek van dit besluit.

Artikel 2

Het college beslist dat verdere verfijningen aan de bepalingen van dit besluit steeds mogelijk zijn, voor zover ze redelijk en aanvaardbaar zijn. Deze zullen beslist worden op het moment van de overname en na overleg met de vakbonden.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan personeelsmanagement om de evolutie van de personeelsformatie sinds 31 maart 2013 te analyseren en hierover te rapporteren aan het college.