Op 3 februari jl. gaf het districtcollege een gunstig advies voor de beleidslijn bermparkeren. Deze beleidslijn komt erop neer dat de verschillende diensten geen voorstander zijn van bermparkeren. Deze diensten stellen dan een aantal criteria vast:
_ hoge bezettingsgraad in de volledige buurt;
_ geen parkeeralternatieven in de buurt;
_ minimum doorgang van 1,50 meter breed voor voetgangers (streven naar 1,80 meter);
_ minimum doorgang van 4,00 meter breed op de rijbaan;
_ niet in schoolomgevingen of een omgeving waar er vooral kinderen komen (jeugdwerk,
_ sportverenigingen, crèches, speelterreinen, …);
_ bij gelijkgrondse berm;
_ bij verhoogde berm indien de wagens op het trottoir kunnen rijden (mogelijk plaatsing schuine boordsteen noodzakelijk);
_ significant aantal parkeerplaatsen extra creëren en/of verhogen verkeersveiligheid en
doorgangmogelijkheid;
_ plannen voor een heraanleg, waarbij het aantal parkeerplaatsen overeenkomt met de extra
plaatsen bekomen door de tijdelijke toelating van bermparkeren;
_ veiligheid van de zachte weggebruiker komt niet in het gedrang;
_ geen verwaarlozing van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving;
_ duidelijke signalisatie en dus handhaving mogelijk.
Als een straat aan bovenstaande criteria voldoet, dan wordt volgende procedure gevolgd:
STAP 1:
Korte termijn - tijdelijke ingreep bermparkeren (met behulp van signalisatie)
aanvraag tot bermparkeren vanuit de stad of een district bij het Parkeerbedrijf;
het district / de stad gaat het engagement aan om het probleem op een structurele manier aan te
pakken door voldoende budget vrij te maken via het meerjarenplan of een goedgekeurd
collegebesluit voor een heraanleg;
het Parkeerbedrijf analyseert de aanvragen volgens bovenstaande criteria;
stadsontwikkeling/ontwerp en uitvoering maakt een ruw plan;
het besluit doorloopt de gewone flow: advies politie en stadsontwikkeling/mobiliteit,
districtscollege, districtsraad en college van burgemeester en schepenen;
de signalisatie wordt aangebracht.
STAP 2:
Duurzame heraanleg
het dossier gaat naar stadsontwikkeling/ontwerp en uitvoering voor heraanleg. Zij vertrekken
vanuit hun ruw plan uit stap 1 om een duurzame heraanleg uit te werken;
de heraanleg volgt de gebruikelijke procedure.
Het districtscollege geeft gunstig advies maar geeft wel volgende opmerkingen:
Motivering:
Wij hebben uw voorontwerp tot advies besproken in het districtscollege van 3 januari 2014 en zouden graag de volgende opmerkingen formuleren.
Het advies is geschreven vanuit de visie dat bermparkeren in alle gevallen moet ontraden worden. Het vertrekt vanuit een negatieve visie ten opzichte van bermparkeren. Er wordt o.i. te weinig rekening gehouden met de bestaande plaatselijke problematiek.
Wij kennen in Deurne in heel wat buurten een hoge bezettingsgraad, wijken bovendien met geen of nauwelijks parkeeralternatieven. Als bovendien de minimum doorgang van 1,8 m (draaiboek Stad Antwerpen) breed voor voetgangers moet blijven in combinatie met een doorgang van 4 m (idem) breed op de rijbaan vrezen wij dat bermparkeren in Deurne door dit advies onmogelijk gemaakt wordt.
Bovendien dwingt het besluit ons om een heraanleg te plannen in die straten die alsnog in aanmerking komen voor bermparkeren. Deurne beschikt over te weinig middelen om die straten her in te richten die voor bermparkeren in aanmerking zouden komen.
Wij concentreren onze budgetten graag op omgevingen waar vooral kinderen, zwakke weggebruikers en senioren komen (scholen, jeugdwerk, sportterreinen, crèches, speelterreinen, wzc's ...).
Het district wil ook zijn bezorgdheid uiten over de algemene aard van dit advies. Wij pleiten vandaag vanuit Deurne voor een algemeen kader voor het invoeren van fiets- en schoolstraten en de brede invoering van de zone "30" in onze woonwijken.
Omdat deze adviezen een directe impact hebben op de districten lijkt het ons logisch dat naast de stadsdiensten parkeerbedrijf, stadsontwikkeling/ontwerp en uitvoering, mobiliteit en de verkeerspolitie ook de districten betrokken worden bij de opmaak van verdere adviezen.
Vragen:
1. Waarom geeft het districtscollege een gunstig advies als men in zijn opmerkingen zet dat bermparkeren in Deurne onmogelijk wordt gemaakt door dit advies?
2. Waarom blijft men willens nillens een doorgang van 4 meter breed op de rijbaan eisen terwijl er in de wet (artikel 25.1, 7° van het Koninklijk Besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg) expliciet 3 meter staat?
3. Waarom heeft de voorzitter van de districtsraad dit punt niet op de geagendeerd op de districtsraad?
Districtsraadslid Guy Dirckx licht toe.
Districtsschepen Tjerk Sekeris antwoordt.
Na de repliek van districtsraadslid Guy Dirckx wordt het debat gesloten.