Terug

2014_CBS_01020 - UNESCO werelderfgoed Museum Plantin-Moretus. Voorstel aanpassing bufferzone - Collegiale brief - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 31/01/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_01020 - UNESCO werelderfgoed Museum Plantin-Moretus. Voorstel aanpassing bufferzone - Collegiale brief - Goedkeuring 2014_CBS_01020 - UNESCO werelderfgoed Museum Plantin-Moretus. Voorstel aanpassing bufferzone - Collegiale brief - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 14 januari 2014 ontving de Stad Antwerpen een brief van het Agentschap Onroerend Erfgoed in verband met de aanpassing van de bufferzone rond het UNESCO werelderfgoed Museum Plantin-Moretus in functie van de werkbaarheid van de adviesverlening bij vergunningsplichtige werken.

Argumentatie

In 2000 werd het Museum Plantin-Moretus door UNESCO erkend als werelderfgoed. Bij de erkenning van werelderfgoed wordt een bufferzone afgebakend waarin de ontwikkelingen die zich daarbinnen voordoen een invloed kunnen hebben op de uitzonderlijke universele waarde die aan de grondslag ligt van de erkenning als werelderfgoed. Bij het Museum Plantin-Moretus beslaat de huidige bufferzone de volledige binnenstad binnen de Leien.

In 2009 bepaalde de Vlaamse Regering dat er voor alle vergunningsplichtige werken aan goederen gelegen in de bufferzone van werelderfgoed advies gevraagd moet worden aan het Vlaams agentschap bevoegd voor onroerend erfgoed. De nieuwe bepaling werd destijds ingevoerd samen met de nieuwe Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Voor het Museum Plantin-Moretus betekent dit dat elke stedenbouwkundige aanvraag in de binnenstad aan het agentschap Onroerend Erfgoed zou moeten worden voorgelegd.

Aangezien dit enerzijds weinig bijdraagt tot het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van het werelderfgoed en anderzijds een grote dossierlast betekent voor zowel het agentschap als de stedelijke diensten werd de adviesbepaling met betrekking tot werelderfgoed in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 aangepast. De bufferzones worden opgesplitst in een binnenbufferzone van 100 meter rond het werelderfgoed en een buitenbufferzone. Bij stedenbouwkundige aanvragen voor werken die zich situeren in de binnenbufferzone dient systematisch het advies van het agentschap Onroerend Erfgoed te worden ingewonnen. Voor aanvragen in de buitenbufferzone wordt de adviesplicht beperkt tot aanvragen met betrekking tot constructies die meer dan 15 meter hoog zijn of die hoogte bereiken vanuit de beoogde vergunning.

Vermits de bebouwing in de historische binnenstad vandaag vaak al minstens 15 meter hoog is zal het ondanks deze versoepeling nog steeds om een zeer hoog aantal dossiers gaan dat aan het Vlaams agentschap Onroerend Erfgoed moet worden voorgelegd in het kader van de adviesplicht. Daarom heeft het agentschap een specifieke en meer afgewogen bufferzone bij het Museum Plantin-Moretus uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met rechtstreekse zichten en de mogelijke visuele impact op het Werelderfgoed vanwege ingrepen in de omgeving. De voorgestelde buitenbufferzone wordt begrensd door de Vlasmarkt, Reyndersstraat en Groenkerkhofstraat in het noorden, de Nationalestraat in het oosten, de Augustijnenstraat, Muntstraat, Steegsken en Rijken Hoek in het zuiden en de Plantinkaai en Ernest Van Dijckkaai in het westen.

Het Agentschap Onroerend Erfgoed stelt in haar brief de vraag of de Stad Antwerpen akkoord kan gaan met de nieuwe door haar afgebakende bufferzone rond het werelderfgoed Museum Plantin-Moretus. Tegelijkertijd stelt het agentschap voor het plan als een gezamenlijk initiatief van de stad Antwerpen en het agentschap bij UNESCO in te dienen.

De dienst cultuur, sport, jeugd en onderwijs/museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet adviseert de voorgenomen inkrimping van de bufferzone gunstig. Het behoud van een 100-meterbinnenbufferzone en een aanpassing van de buitenbufferzone tot een specifieke en meer afgewogen bufferzone bij het Museum Plantin-Moretus, waarbij rekening wordt gehouden met rechtstreekse zichten en de mogelijke visuele impact op het Werelderfgoed vanwege ingrepen in de omgeving, volstaat om de integriteit van het Museum Plantin-Moretus blijvend te garanderen.

Vanuit de zorg voor de instandhouding van het betrokken werelderfgoed is de dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed van mening dat de beperking van de bufferzone geen negatieve invloed heeft. Onnodige werklast voor zowel stedelijke diensten als voor de Vlaamse overheid wordt er door beperkt. De dienst stadsontwikkeling/onroerend erfgoed stelt voor een collegiale brief aan het agentschap onroerend erfgoed te sturen waarin de stad aangeeft akkoord te gaan met de nieuwe bufferzone en met het voorstel het als gezamenlijk initiatief bij UNESCO in te dienen. De stad ontving een door de Vlaamse overheid overgemaakte ontwerp van brief aan UNESCO.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de collegiale brief goed.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.

Bijlagen