Met het besluit van de gemeenteraad van 20 maart 2000 (jaarnummer 619), aangepast bij het gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), kregen de districten de bevoegdheid over het decentraal publiek domein, groenvoorziening en openbare werken.
De districtsraad keurde op 31 januari 2013 het bestuursakkoord district Wilrijk goed (jaarnummer 2013_DRWI_00010).
Resolutie 12 van het bestuursakkoord bepaalt:"Wat betreft de heraanleg van de Bist zijn de meningen onder de Wilrijkse bevolking verdeeld. Indien bepaalde wijzigingen, aanpassingen aangewezen zijn en er een voldoende draagvlak bij middenstand en bewoners voor is, moet dit kunnen. Zo denken we aan ..., onderzoeken we de huidige speelfuncties, ...
Resolutie 145 van het bestuursakkoord bepaalt:"Er wordt verder werk gemaakt van pleintjes voor verschillende leeftijden, dit zowel op het vlak van infrastructuur, groenonderhoud, veiligheid als netheid ... Het district zal dus blijven voorzien in voldoende en kwalitatieve speelruimtes.
Resolutie 146 van het bestuursakkoord bepaalt:"Bij de heraanleg van pleintjes dient er echter wel rekening te worden gehouden met de samenstelling van de buurtbewoners, (jonge gezinnen; senioren, alleenstaanden…) om zo aan de noden van de buurt tegemoet te komen en overlastklachten te vermijden. De te gebruiken speeltuigen moeten aantrekkelijk, veilig en functioneel zijn voor onze kinderen en kleinkinderen.
De bedrijfseenheid stadsontwikkeling maakte het definitief ontwerp op.
Het leveren en plaatsen van twee speeltoestellen
Dit project omvat het uitbreiden van het bestaand speelterrein op de Bist in Wilrijk. De zone wordt gekenmerkt door verticale palen, waaraan verscheidene golvende vlonders zijn bevestigd. De voornaamste kleuren voor de uitvoering zijn oranje (RAL 2002), blauw (RAL 5013) en de natuurlijke houtkleur. Het districtscollege geeft de voorkeur aan de natuurlijke houtkleur. De ruimte wordt goed gebruikt, maar na evaluatie bleek dat er onvoldoende speelmogelijkheden zijn voor de allerkleinsten. Daarom wordt nu gekozen om een licht toegankelijke uitbreiding van deze zone te voorzien. Er komen twee toestellen in dezelfde vormentaal, afmetingen en kleur van de reeds bestaande constructies.
De glijbaan bestaat uit een toren en minimum twee verschillende toegangsmogelijkheden. Een golvend hellend vlak en een eenvoudig klimnet lijken hiervoor ideaal te zijn. De toren hoeft niet noodzakelijk een dak te hebben, maar indien dit aansluit bij het bestaande toestel kan dit wel.
De schommel vormt een afzonderlijke constructie en moet geschikt zijn voor kleine kinderen.
Randvoorwaarden: De uitvoering van de toestellen gebeurt in dezelfde kleuren, materialen en stijl als de reeds bestaande constructies. De ruimtelijke inplanting dient rekening te houden met de nodige vrije ruimte en eventuele valzones. De toestellen staan in het verlengde van het bestaande toestel en sluiten hier positioneel bij aan. Bij de plaatsing moet rekening gehouden worden met het feit dat er een rubbervloer komt te liggen.
Plaatsen van een valdempende ondergond
De ondergrond van de speelzone op de Bist wordt uitgevoerd in een rubberen gietvloer. Voor het plaatsen van de rubber onder de bestaande toestellen dienen de houten horizontale planken van sommige constructies tijdelijk verwijderd te worden, de verticale elementen blijven staan. Er wordt gekozen voor een uniforme rubbervloer voor de hele speelzone, maar met een gewijzigde kleurtint in de zone die licht toegankelijk is. De omtrek van de rubberzone wordt op een plan meegegeven. De rand van het rubbervlak aan de graskant wordt opgesloten met een gelijkvloerse staalband.
De bedrijfseenheid stadsontwikkeling legt het definitief ontwerp ter goedkeuring voor.
Het districtscollege keurt het definitief ontwerp (ontwerp van 10 januari 2014) goed voor de uitbreiding van het speelterrein op de Bist, district Wilrijk.