Terug

2014_CBS_00409 - Huisvesting - Principebeslissing. Beheer van voormalige conciërgewoningen. - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 17/01/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_00409 - Huisvesting - Principebeslissing. Beheer van voormalige conciërgewoningen. - Goedkeuring 2014_CBS_00409 - Huisvesting - Principebeslissing. Beheer van voormalige conciërgewoningen. - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, inzonderheid artikel 57 §3,1° bepaalt dat het college de daden van beheer over gemeentelijke inrichtingen en eigendommen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde algemene regels dient uit te voeren.

Aanleiding en context

In haar zitting van 10 juni 2005 (jaarnummer 6639) keurde het college de werking van de patrimoniumcel goed, die onder andere advies verstrekt bij de invulling van leegstaande ruimte. Deze cel is intussen omgevormd tot de afdeling huisvesting die de ruimte in stedelijk bedrijfsvastgoed (vroegere niet-financieel patrimonium) beheert en streeft naar een efficiënt ruimtegebruik door stadsdiensten vanuit kostenbesparend oogpunt. Op 9 mei 2008 (jaarnummer 5706) erkende het college de huisvestingscommissie in haar adviserende en superviserende rol bij de optimalisatie van het patrimonium en keurde goed dat alle huisvestingsvragen verplicht aan de huisvestingscommissie moeten voorgelegd worden voor advies.

In 2010 startte de afdeling huisvesting huisvesting van de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud met een masterplan om het aantal concïërgewoningen binnen de stad terug te brengen. De lijst van conciërgewoningen werd zo op twee jaar tijd aanzienlijk ingekort. Voor een aantal medewerkers was het niet duidelijk of hun rol als huisbewaarder noodzakelijk bleef of de betrokken bedrijfseenheid was vragende partij om op bepaalde sites de functie te behouden.

De gemeenteraad besliste op 24 januari 2011 (jaarnummer 33) om enkele wijzigingen in de rechtspositieregeling aan te brengen. Een van de wijzigingen betrof de aanstelling van huisbewaarders of conciërges: er worden geen nieuwe huisbewaarders meer aangeworven. De bedrijfseenheden patrimoniumonderhoud en personeelsmanagement werkten de voorbije jaren samen aan een masterplan rond de conciërges en hun woningen. Het was de bedoeling om alle conciërges van hun taken te ontheffen en de contracten voor het gebruik van hun woonst op te zeggen. Deze opzegronde is ondertussen achter de rug.

Op 16 april 2012 adviseerde de huisvestingscommissie een audit te laten uitvoeren voor de locaties waar het niet het niet duidelijk was of een rol als huisbewaarder noodzakelijk bleef of de betrokken bedrijfseenheid was vragende partij om op bepaalde sites de functie te behouden.
Deze audit werd opgeleverd op 18 december 2012.

Op 10 juni 2013 adviseerde de huisvestingscommissie dat de afdeling huisvesting de gebouwen/gebouwdelen commercialiseert, waar mogelijk. Indien commercialisering niet mogelijk is, zoekt de afdeling huisvesting een nieuwe invulling.

Als reactie op de verstuurde opzegbrieven hebben een aantal voormalige conciërges de vraag gesteld of zij hun woonst kunnen blijven bewonen, al dan niet tijdelijk. Vanuit de maatschappelijke verantwoordelijkheid die de stad Antwerpen draagt en vanuit A-waarden als klantvriendelijkheid, heeft de stad de vragen van de voormalige conciërges onderzocht.

Het is logischer de woning voor een bepaalde periode nog aan te bieden aan de voormalige conciërge mits een financiële vergoeding, dan de conciërge de woning te doen verlaten en dan een andere bewoner te zoeken. Conciërges hebben veelal reeds een heel aantal jaren op die locatie gewoond en hebben ook hun sociale leven in de omgeving opgebouwd. De stad stelt zich door een dergelijk voorstel redelijk op in deze kwesties.

De huisvestingscommissie adviseerde op 26 augustus 2013 dat patrimoniumonderhoud correct omgaat met de vragen van de conciërges omtrent de te betalen marktconforme verhuring en dit pand per pand bekijkt. Het is niet de bedoeling dat we als stad veel winst maken aan stadspersoneel, maar ze dienen wel een vergoeding te betalen om er te blijven wonen na opzeg.

Argumentatie

In enkele gevallen is er een toekomstvisie voor de betrokken site en/of het betrokken gebouw. De eventuele bewoning mag de uitvoering van de toekomstvisie allerminst beïnvloeden of hypothekeren. Daarom dient gezocht te worden naar een vorm van overeenkomst die de stad toelaat over het gebouw te beschikken indien nodig.

Indien zich voor de betrokken ruimten andere invullingen, die niet onder de noemer bewoning vallen, opdringen, zal daaraan voorrang worden gegeven op het voorstel tot bewoning aan de voormalige conciërges waarvan sprake. Om deze reden zal een contract ook ontbonden kunnen worden, mits toepassing van de overeengekomen opzegtermijn.

De ingangsdatum van alle overeenkomsten wordt gelijkgesteld en vastgelegd op 1 februari 2014.

Vanuit sociaal oogpunt wil de stad gedurende een bepaalde periode een gunsttarief hanteren, dat maximaal overeenkomt met één derde van het netto-inkomen van het (voomalig) personeelslid. Deze maatregel is enkel van toepassing op de gebruiksvergoeding en niet op de nutsvoorzieningen.

Het gunsttarief kan slechts geldig zijn in het geval de medewerker nog niet gepensioneerd is. Na de pensionering zal deze vergoeding geleidelijk worden opgetrokken (driemaandelijks), gespreid over een periode van twee jaar, naar het marktconforme tarief.

Als overgangsmaatregel kunnen voormalige conciërges die reeds met pensioen zijn op 1 februari 2014 alsnog twee jaar gebruik maken van het gunsttarief. Voor nieuwe pensioneringen geldt deze maatregel niet.

In principe kunnen personen de woningen blijven betrekken tot hun pensionering volgens bovenvermelde voorwaarden, behalve wanneer redenen van herbestemming of (verbouwings)werkzaamheden aan het pand of de site dit niet langer mogelijk maken.

Voor nog langlopende personeelscontracten, zal er nog maximaal vijf jaar aan het gunsttarief worden vastgehouden. Na deze vijf jaar zal dit bedrag in de loop van twee jaar eveneens geleidelijk worden opgetrokken naar de marktconforme vergoeding.

De overeenkomst moet voor de stad de mogelijkheid bevatten ze te ontbinden in het geval het personeelslid niet langer op de site werkzaam is.

De opzegtermijn die gehanteerd zal worden, is in het geval er gekozen wordt voor het type woninghuur wettelijk vastgesteld. In het geval er gekozen wordt voor een ander type overeenkomst, zal een opzegtermijn van zes maanden gelden.

De gebruiksvergoedingen zullen steeds geïndexeerd worden, en kunnen ook herschat worden indien nodig.

Eventuele opfrissingswerken kunnen in beperkte mate door de stad worden uitgevoerd. Deze vragen zullen geval per geval bekeken worden en kunnen geenszins ten doel hebben het gebouw luxe te verlenen. Enkel basisbehoeften moeten gewaarborgd blijven en dit op een sociaal aanvaardbare manier. De eventueel uit te voeren investeringen zullen een weerslag hebben op de gebruiksvergoeding, welke dan ook aangepast zal worden.

Beleidsdoelstellingen

Een integrale huisvestingvisie voor stad/groep Antwerpen biedt een antwoord aan de gebruikers van het stedelijk bedrijfsvastgoed van groep Antwerpen. Ieder gebouw wordt zo optimaal beheerd en benut met oog op duurzaam beheer
Portefeuille stedelijk patrimonium optimaliseren ahv masterplannen en huisvestingsplannen

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed om de voormalige conciërges die gevraagd hebben hun woning te blijven bewonen na het beëindigen van hun conciërgetaken, een gepaste overeenkomst aan te bieden met als ingangsdatum 1 februari 2014. Deze overeenkomsten dienen een financiële vergoeding te bevatten voor de bewoning, te betalen door de voormalige conciërge. De vergoeding zal jaarlijks geïndexeerd worden en kan ook steeds herschat worden indien nodig.

Artikel 2

Het college keurt goed dat de vergoedingen die gevraagd worden voor de bewoning aan een gunsttarief onderworpen kunnen zijn. Dit gunsttarief bedraagt maximaal één derde van het netto-inkomen van het (voormalig) personeelslid. Dit gunsttarief is enkel van toepassing op de gebruiksvergoeding en niet op de kosten voor nutsvoorzieningen.

Artikel 3

Het college keurt goed om de toepassing van het gunsttarief:

  • te beperken tot een duur van maximaal vijf jaar voor personeelscontracten nog langer dan vijf jaar lopen na ingang van de overeenkomst. Na deze vijf jaar zal dit bedrag in de loop van twee jaar geleidelijk worden opgetrokken (driemaandelijks), gespreid over een periode van twee jaar, naar het marktconforme tarief.
  • te beperken tot de pensioneringsdatum van personeelsleden die binnen de vijf jaar na ingang van de overeenkomst met pensioen gaan. Vanaf de pensioneringsdatum zal deze vergoeding geleidelijk worden opgetrokken (driemaandelijks), gespreid over een periode van twee jaar, naar het marktconforme tarief.
  • als overgangsmaatregel toe te staan voor voormalige conciërges die op 1 februari 2014 reeds gepensioneerd zijn. In deze gevallen zal deze vergoeding vanaf de ingang van de overeenkomst geleidelijk worden opgetrokken (driemaandelijks), gespreid over een periode van twee jaar, naar het marktconforme tarief.

Artikel 4

Het college keurt goed om de nutsmeters, indien deze apart beschikbaar zijn voor de woongedeelten, voor de periode van de bewoning over te dragen aan de gebruiker. Indien er geen aparte nutsmeters zijn maar wel tussenmeters beschikbaar zijn, zullen de nutskosten worden gefactureerd aan de gebruiker volgens zijn verbruik. Indien er noch aparte, noch tussenmeters beschikbaar zijn, zullen de kosten voor nutsvoorzieningen worden bepaald a.d.h.v. het POORT-model en na eventuele correctie forfaitair worden gefactureerd aan de gebruiker.

Artikel 5

Het college keurt goed om in de af te sluiten overeenkomsten op te nemen dat deze ontbonden kunnen worden, mits inachtname van de afgesproken opzegtermijn, in volgende gevallen:

  • het personeelslid niet langer werkzaam is op de site;
  • er zich andere invullingen, die niet onder de noemer bewoning vallen, opdringen;
  • het gebouw wordt herbestemd of verbouwd.

Artikel 6

Het college keurt goed dat eventuele opfrissingswerken aan de woongedeelten in beperkte mate uitgevoerd kunnen worden, in bepaalde gevallen. Deze opfrissingswerken zullen steeds tot doel hebben de basisbehoeften te waarborgen en zullen een impact hebben op de gebruiksvergoeding.

Artikel 7

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SB/G/HV Met de betrokken voormalige conciërges een gepaste overeenkomst afsluiten met daarin alle principes uit dit besluit verwerkt.
SB/SD/FIN De facturatie conform de afgesloten contracten uitvoeren.
PM/SD/JUR De in dit besluit vervatte principes inbedden in de rechtspositieregeling bij de eerstvolgende wijziging.

 

Artikel 8

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.