Artikel 57 § 3, 5° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
De gemeenteraad keurde op 23 juni 2011 (jaarnummer 00920) het klimaatplan in het kader van de beleidsnota “Antwerpen duurzame stad voor iedereen” goed waarin het zich engageert om onder andere tegen 2050 CO2-neutraal te worden.
De projectontwikkelaar van Nieuw Zuid engageerde zich bij de vaststelling van het masterplan Nieuw Zuid door het college op 5 oktober 2012 (jaarnummer 10436), tot het nemen van maatregelen om tot een ecologisch duurzame wijkontwikkeling te komen.
Het college liet de haalbaarheid van warmtenetten voor het gebied Nieuw Zuid onderzoeken. Op basis hiervan besliste het college op 13 juli 2012 (jaarnummer 07434) dat op Nieuw Zuid een warmtenet zal aangelegd worden en dat de stad Antwerpen zich engageert voor de regie met het oog op deze aanleg.
Het college nam op 29 maart 2013 (jaarnummer 03229) kennis van de uitvoeringstatus van het plan van aanpak en keurde goed dat er in april 2013 een marktraadpleging werd gehouden voor de ontwikkeling van het warmtenet op Nieuw Zuid.
Het college nam op 19 juli 2013 (jaarnummer 07369) kennis van de uitvoeringstatus van het project en de voorbereiding van het bestek voor lancering van de marktopdracht voor de implementatie van het warmtenet en bijhorende warmteproductie. Het keurde principieel goed dat een erfpachtrecht op het grondperceel voor de bouw van de warmtecentrale en een toelating voor de warmteleidingen in de ondergrond van het openbaar domein op Nieuw Zuid wordt gekoppeld aan de toewijzing van de marktopdracht voor de implementatie van het warmtenet. Het college keurde eveneens de verklaring met de afspraken voor de implementatie van het warmtenet tussen de stad Antwerpen en de projectontwikkelaar Nieuw Zuid goed en zal bij de bieding op de marktopdracht voor de implementatie van het warmtenet op Nieuw Zuid door de kandidaten zelf een voorstel van concessievergoeding laten doen.
Op 6 september 2013 (jaarnummer 08932) keurde het college bestek GAC/2013/1801 goed en keurde het tevens goed om voor deze opdracht een sui generis onderhandelingsprocedure met bekendmaking uit te schrijven. Op 28 november 2013 werden de offertes ingediend. Alle offertes werden formeel onregelmatig bevonden. Op basis van deze vaststelling keurde het college de stopzetting van de opdracht goed op 20 december 2013 (jaarnummer 12953).
Voor de heraanbesteding van deze opdracht werd bestek GAC/2014/2271 opgemaakt. Deze opdracht valt buiten het toepassingsgebied van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 (hierna 'de wet' genoemd), en wel om volgende redenen:
Toepassingsgebied wat de personen betreft
De stad Antwerpen is een aanbestedende overheid in de zin van artikel 2, 1° b van de wet. Zowel titels II als III van de wet zijn, voor wat het toepassingsgebied van de personen betreft, van toepassing op de aanbestedende overheden zoals gedefinieerd onder artikel 2, 1° b.
Toepassingsgebied wat de activiteiten betreft
Titel II van de wet regelt de gunning van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren, titel III regelt de gunning van overheidsopdrachten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten (ook gekend onder de nuts- of speciale sectoren). De overheidsopdrachten van de stad Antwerpen vallen onder het toepassingsgebied van titel II of titel III van de wet, al naargelang de opdracht betrekking heeft op activiteiten van het ene of het andere stelsel.
Titel III, hoofdstuk I, afdeling III van de wet specificeert welke activiteiten tot de speciale sectoren behoren. Artikel 46 stelt ter zake voor de sectoren water en energie:
In de sectoren water en energie zijn de hierna volgende activiteiten onderworpen aan de bepaling van deze titel:
1° de terbeschikkingstelling of de uitbating van vaste netten bestemd voor dienstverlening aan het publiek op het gebied van productie van, vervoer van of voorziening in drinkwater, elektriciteit, gas of warmte;
2° de voorziening van deze netten van drinkwater, elektriciteit, gas of warmte.
Onderhavige opdracht valt onder het toepassingsgebied van titel III (en dus niet onder titel II) van de wet omdat ze betrekking heeft op activiteiten zoals omschreven onder artikel 46. De opdracht betreft immers de aanleg en uitbating van een warmtenet, waarbij het net tevens van warmte wordt voorzien.
Toepassingsgebied wat de opdrachten betreft
Onderhavige opdracht wordt als concessie voor openbare werken gekwalificeerd. De opdracht heeft betrekking op zowel het ontwerpen als het uitvoeren van bouwwerken die aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde behoeften voldoen en een economische en technische functie vervullen. De tegenprestatie voor deze werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij dit recht gepaard gaande met een prijs. Het exploitatierisico wordt daarbij overgedragen aan de consessiehouder.
Een opdracht valt overeenkomstig artikel 45, tweede lid van de wet niet onder het toepassingsgebied van Titel III wanneer het een concessie voor openbare werken betreft die wordt toegekend door aanbestedende overheden die onder meer de activiteiten zoals hierboven beschreven uitoefenen en de concessie wordt toegekend voor de uitoefening van deze activiteiten.
Deze overheidsopdracht is derhalve niet gebonden aan de wet overheidsopdrachten, maar wordt evenwel geplaatst met eerbiediging van de uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap afgeleide beginselen, met name gelijke behandeling, het discriminatieverbod, wederzijdse erkenning, evenredigheid en transparantie (zoals opgenomen onder overweging twee van richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten; evenals onder punt 3 van interpretatieve mededeling C121/2 van 29 april 2000 van de commissie betreffende concessieovereenkomsten in het communautaire recht).
De opdracht wordt geplaatst bij wijze van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, waarbij alle inschrijvers van de vorige procedure zullen worden geraadpleegd. De kwalitatieve selectie gebeurt na de indiening van de offertes. De aanbestedende overheid gaat over tot selectie van de inschrijvers in de mate dat ze cumulatief voldoen aan de bepalingen betreffende het toegangsrecht en de volgende kwalitatieve selectiecriteria:
De financiële en economische draagkracht van de inschrijver moet worden bewezen door de jaarrekeningen of de neergelegde jaarrekeningen van de laatste drie boekjaren. Uit deze jaarrekeningen moet blijken dat de inschrijver in totaal gedurende elk van die boekjaren:
De technische- of beroepsbekwaamheid van de inschrijver wordt beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid. Deze bekwaamheid wordt aangetoond aan de hand van:
De offertes worden beoordeeld op basis van onderstaande gunningscriteria:
Overeenkomstig artikelen 45 en 46 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006, zijn de regels inzake toekenning van concessies voor openbare werken door aanbestedende overheden zoals omschreven in artikel 2, 1° van dezelfde wet, niet van toepassing wanneer deze concessies toegekend worden voor activiteiten in de sectoren water en energie.
Het college keurt bestek GAC/2014/2271 goed voor het toewijzen van een concessie voor openbare werken in de nutssectoren met betrekking tot het ontwerp, de bouw en het onderhoud van een warmtedistributienet en een warmtecentrale (met warmteproductie) op Antwerpen Zuid, alsook de uitbating van het net en de warmtelevering. Het college keurt eveneens goed dat hiervoor een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wordt uitgeschreven.