Artikel 130bis van De Nieuwe Gemeentewet (laatste aanpassing: decreet van 1 februari 2008) dat bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer.
De Meetjeslandstraat in het district Hoboken:
Ter hoogte van de Lageweg wordt het plein heraangelegd. Het ontwerp voorziet:
Ter voorbereiding van deze heraanleg wordt getoetst of de Meetjeslandstraat voor een klein stukje beperkt eenrichtingsverkeer kan worden. De verkeersgeleider wordt aan één zijde afgesloten voor het verkeer.
De bedrijfseenheid stadsontwikkeling/mobiliteit en het district Hoboken stellen voor om een gedeelte van de Meetjeslandstraat af te sluiten voor het verkeer komende van de Lageweg. Deze proefopstelling dient om het effect op de verkeersafwikkeling in de omliggende straten te testen vooraleer de heraanleg van start gaat.
Het district Hoboken stelt voor om de proeftijd te verkorten tot 3 maanden. Deze periode is te kort om de weggebruiker te laten wennen aan de nieuwe situatie. Een proefperiode van 6 maanden is noodzakelijk om de gevolgen van de gewijzigde situatie correct te kunnen inschatten.
Er dient rekening gehouden te worden met:
Het districtscollege adviseert om de proefopstelling na drie maanden te evalueren.
Het college keurt goed om in de Meetjeslandstraat voor een gedeelte van de straat beperkt eenrichtingsverkeer in te richten voor een proefperiode van 6 maanden.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| HO-SL/WO/SWO | alle opmerkingen en klachten over de proefopstelling bundelen en overmaken aan SW/MOB |
| SW/MOB en LP/VK/VT | in samenspraak de proefopstelling evalueren |
| SW/MOB | afhankelijk van de evaluatie, een aanvullend verkeersreglement opmaken |
| SW/B&O/VDZ | aanbrengen van de vereiste signalisatie, markeringen en het plaatsen van eventueel bijkomende infrastructurele maatregelen |