De burgemeester gaat in op de vraag van districten om een reglement te kunnen stemmen waarmee ze lokale socio-culturele verenigingen kunnen betoelagen voor techno-preventieve maatregelen in of aan hun lokalen. Vermits veiligheid geen gedecentraliseerde bevoegdheid is, is het nodig dat de burgemeester de districtsbesturen daartoe mandateert en een kader aanreikt waarbinnen districtstoelagen kunnen worden toegekend.
De beslissing van de burgemeester om districtsbesturen een afgebakend mandaat te geven, kadert in het streven van het stadsbestuur naar synergie en complementariteit van stads- en districtsbeslissingen. Het betreft geen overdracht van de politionele bevoegdheid van de burgemeester, noch een overdracht van zijn bevoegdheid veiligheid. Wel geeft de burgemeester de districtsraden de toelating om binnen hun huidige bevoegdheden een reglement te stemmen op basis waarvan het districtscollege toelagen kan toekennen aan verenigingen die beslissen tot preventieve anti-inbraakmaatregelen aan hun lokalen. Bedoeld worden beveiligingsmaatregelen die een gebouw moeilijk toegankelijk of minder aantrekkelijk maken voor inbrekers en dit door gebruik te maken van organisatorische, bouwfysische en elektronische instrumenten. In het reglement moet minstens worden opgenomen dat:
De preventiedienst van de lokale politie engageert zich om het techno-preventief advies af te leveren binnen de maand na de aanvraag daartoe.
Het college stemt principieel in met de beslissing van de burgemeester om binnen zijn bevoegdheid veiligheid de districtsbesturen te mandateren tot het tussenkomen in de kosten van lokale socio-culturele verenigingen voor inbraakpreventieve maatregelen in of aan hun lokalen (zowel exploitatie als investeringskosten), en dit bij middel van toelagen.
Het college keurt daartoe de krijtlijnen goed: