Terug

2014_CBS_01743 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thomas More Antwerpen (TMA) vzw, Kronenburgstraat 58, 60, 68 / Geuzenstraat 11/13, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/751/PV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 21/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_01743 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thomas More Antwerpen (TMA) vzw, Kronenburgstraat 58, 60, 68 / Geuzenstraat 11/13, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/751/PV - Goedkeuring 2014_CBS_01743 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Thomas More Antwerpen (TMA) vzw, Kronenburgstraat 58, 60, 68 / Geuzenstraat 11/13, 2000 Antwerpen. Dossiernummer AN2013/751/PV - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Thomas More Antwerpen (TMA) vzw - Jozef De Bomstraat 11 - 2018 Antwerpen. De aanvraag omvat de verandering door toevoeging van 3 percelen bij een onderwijsinstelling voor de huisvesting van studenten en administratieve diensten.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren aan Thomas More Antwerpen (TMA) vzw, Jozef De Bomstraat 11, 2018 Antwerpen, voor de inrichting gelegen op het adres: Kronenburgstraat 58, 60, 68 / Geuzenstraat 11/13, 2000 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp: de verandering door toevoeging van 3 percelen bij een onderwijsinstelling.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

 1. Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden - algemeen hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; 
algemene milieuvoorwaarden - geluid hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; 
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4. 

2. Sectorale voorwaarden:

elektriciteit hoofdstuk 5.12; 
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - algemene bepalingen en immissiecontroleprocedures  afdeling 5.43.1 + 5.43.4; 
niet in rubriek 2 en 28 begrepen verbrandingsinrichtingen - stookinstallaties, met uitzondering van gasturbines en stoom- en gasturbine-installaties - kleine stookinstallaties (300 kW - 5 MW)  subafdeling 5.43.2.3. 

 

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende brandweervoorwaarden dient na te leven:

C1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden. Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels. De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt. De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

C2

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen aangebracht op volgende plaatsen:

  • In de trappenhuizen 1 stuk / bouwlaag
  • In de Foyer minimaal 2 stuks
  • In het expertisecentrum 1 stuk

Verder dient men de overige snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - doelmatig te verdelen over de inrichting tot men in totaal over 1 toestel per 150 m2 beschikt.

C3

Aan de achtergevels van het gebouw dient een brandladder voorzien welke goed bereikbaar is vanuit elke wooneenheid. De ladder dient ofwel overal op minimum 0,50 m afstand van de muur en vooruitspringende delen bevestigd ofwel dient de ladder van het type kooiladder te zijn met rugringen. Deze ringen dienen onderbroken ter hoogte van elk opstap niveau. De ladder dient een minimumbreedte tussen de ladderstijlen van 0,55 m te hebben. De afstand tussen de sporten bedraagt tussen de 0,25 - 0,30 m. Indien een wooneenheid alleen ramen en/of deuren heeft langs de straatgevel(s), is voor deze wooneenheid geen brandladder vereist. Voor de verbinding tussen het evacuatieniveau en de onmiddellijk hoger gelegen bouwlaag kan een uitschuifbaar gedeelte aangewend worden.

C4

De inrichting moet voorzien worden van pictogrammen en van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch in dienst treedt bij het uitvallen van de stroom. Minimaal dienen armaturen aangebracht te worden boven elke uitgangsdeur, in alle evacuatiewegen (gangen en trappen), in de nabijheid van de brandbestrijdingsmiddelen en in alle lokalen die uitsluitend door kunstlicht bediend worden. De veiligheidsverlichting dient verder uitgebreid te worden zodanig dat de plaatsing en de verlichtingssterkte voldoende is om een gemakkelijke ontruiming te waarborgen. De veiligheidsverlichting moet tenminste gedurende 1 uur zonder onderbreking kunnen functioneren.

C5 Bouwtechnische bemerkingen

De wanden van de trappenhuizen dienen een EI 60 te hebben, de deuren in deze wanden dienen zelfsluitend te zijn en een EI1 60 te hebben. Het keldertrappenhuis dient op het gelijkvloers afgesloten te worden met een zelfsluitende deur EI1 30. De onderkant van de trap die van het gelijkvloers naar het eerste verdiep loopt, dient een Rf van 1 uur te hebben.

C6

De inrichting dient uitgerust met een automatische branddetectie installatie, van het type algemene bewaking. De keuze van de detectoren is aangepast aan de aanwezige risico's en in functie van een snelle ontdekking van de brand. De branddetectie installatie geeft automatisch een aanduiding van de brandmelding en de plaats ervan.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 21 februari 2014 en eindigt op 4 november 2031.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen voor de stad of het OCMW.