Terug

2014_DCAN_00056 - Jeugd - Goe Gespeeld! - Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring

districtscollege Antwerpen
ma 03/02/2014 - 13:00 Aula Barcelona
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Zuhal Demir, voorzitter districtscollege; Lieve Stallaert, districtsschepen; Willem-Frederik Schiltz, districtsschepen; Paul Cordy, districtsschepen; Tom Van den Borne, districtsschepen; Herald Claeys, districtssecretaris

Secretaris

Herald Claeys, districtssecretaris

Voorzitter

Zuhal Demir, voorzitter districtscollege
2014_DCAN_00056 - Jeugd - Goe Gespeeld! - Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring 2014_DCAN_00056 - Jeugd - Goe Gespeeld! - Charter 'Spelen is een kinderrecht' - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Aanleiding en context

Goe Gespeeld! is een V!RUS-project van Steunpunt Jeugd, Vlaamse Dienst Speelpleinwerk, Karuur, Chirojeugd Vlaanderen, Scouts en Gidsen Vlaanderen, Vereniging Vlaamse Jeugddiensten en –consulenten, KLJ en KSJ-KSA-VKSJ. Het wordt gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid.

Stilaan worden spelende kinderen een bedreigde soort: ze mogen geen lawaai maken, niets gevaarlijks doen, niet vuil worden,… Goe Gespeeld! is een pleidooi voor écht spelen: over GOE spelen, zonder de ‘d’ want spelen is ook nooit ‘af’ of het is soms met een hoek af…

Goe Gespeeld! wil zorgen voor tips en informatie over ruimte om te spelen, het belang van beweging, spelen in georganiseerd en niet-georganiseerd verband, avontuur, spelen in ’t groen, risico’s, tolerantie en vuile speelkledij.

Verder wil Goe Gespeeld! ook gemeentelijke jeugdraden stimuleren om het plaatselijke beleid te adviseren over ruimte om te spelen. Goe Gespeeld! ontwikkelde daarom een test op hun webstek om het beleid van de gemeente over ruimte voor kinderen en jongeren te evalueren en te voeden.

Argumentatie

Aan steden en gemeenten in Vlaanderen wordt gevraagd om het charter 'Spelen is een kinderrecht' te integreren in het stedelijk beleid. Het charter bestaat uit acht stellingen/uitdagingen. Hieronder volgt een overzicht, met daarbij een opsomming wat de stad Antwerpen hier reeds rond doet en een verwijzing naar de verankering in de strategische doelstellingen.

1. Kinderen spelen overal in de openbare ruimte.
Spelen in de openbare ruimte is meer dan het openstellen van speelstraten. De straat is van iedereen, niet enkel van de auto; het is ook een verblijfs-, speel- en ontmoetingsruimte. Pleinen zijn meer dan parkings. Parken en pleinen zijn ideaal als speel- en ontmoetingsruimte. In onze gemeente lopen de verschillende functies van deze plaatsen zoveel mogelijk door elkaar.

  • Het district Antwerpen wilt voorzien in de noden van kinderen, jongeren en tieners. Zo wordt er voldoende plaats voorzien waar kinderen zich kunnen ontplooien en waar voldoende speelruimte voorzien is. Het district heeft hierbij oog voor het ontwikkelen van een degelijk speelweefsel;
  • Het district gaat op zoek naar pleinen en parken in wijken die zich lenen tot de invulling van informele speelruimte. Ook bij een (her)aanleg binnen het openbaar domein wordt er getracht voldoende speelaanleidingen te voorzien;
  • Het district Antwerpen gaat op zoek naar braakliggende terreinen die als tijdelijk speelterrein ingevuld kunnen worden.

2. Kinderen spelen in het groen.
Kinderen en jongeren hebben nood aan direct contact met de natuur. Dat is onmisbaar voor hun ontwikkeling, gezondheid en fysieke conditie, maar ook voor de ontwikkeling van hun natuur- en milieubewustzijn. Daarom is het groen in onze gemeente zoveel mogelijk toegankelijk en ‘spelen toegelaten’, in de eerste plaats de gronden van de gemeente zelf. Speelbossen zijn een leuke aanvulling maar zijn niet het enige speelgroen in de gemeente.

  • Het district zet zich in om optimale speelruimte te voorzien binnen de aanwezige parken;
  • Het district stelt de parken ter beschikking voor de activiteiten van jeugdorganisaties;
  • De stad Antwerpen en districten blijven werken aan meer speelnatuur in de stad Antwerpen. Dit gebeurt via de (her)aanleg van natuurspeelterreinen, groene schoolspeelplaatsen en het organiseren van een studiedag rond dit thema.

3. Spelen is geen overlast.
Spelen van kinderen brengt sowieso geluid ('lawaai') met zich mee, en niemand mag verwachten dat kinderen in volledige stilte gaan spelen. We geven kinderen de nodige ruimte om voluit te kunnen spelen. Spelende kinderen brengen bovendien onrechtstreeks mensen samen; wat speelgeluid nemen we er dan maar al te graag bij. Onbekommerd kinderspel wordt niet beperkt, laat staan verhinderd door de intolerantie van volwassenen.

  • Spelen in het district Antwerpen wordt volop gestimuleerd. In de vakantieperiodes worden lokale speelpleinwerkingen georganiseerd, om kinderen dicht bij huis te laten spelen. Er wordt elk jaar massaal mee gedaan aan de Buitenspeeldag in maart. Daarenboven organiseert het district in de zomervakantie ook "Speltakels" in de verschillende wijken om een voldoende groot speelaanbod te waarborgen op de Antwerpse pleinen;
  • Het district zet in op de ondersteuning van partnerwerkingen die in een speelpleinaanbod voorzien;
  • Het district wil de komende bestuursperiode werk maken van meer ruimte voor jeugd (mentaal en fysiek). Dit geldt ook voor de mentale ruimte voor jeugd die nodig is om de publieke ruimte te kunnen, willen en mogen te gebruiken.

4. Kinderen kunnen zich veilig verplaatsen.
Zelf stappen of fietsen is een goed alternatief voor de achterbank van mama's/papa’s auto. Daarom creëren we een netwerk van verbindingen van formele en informele speelplekken en speelaanleidingen. Met 'speelweefsel' zorgen we in onze gemeente voor veilige verbindingen tussen deze en andere voor kinderen betekenisvolle plekken (scholen, jeugdlokalen, station, …).

  • Het concept en het idee van het Speelweefsel is bij de stad Antwerpen goed gekend. Dit concept is tot in detail onderzocht in één wijk, namelijk de Brederodewijk. Er is gekeken welke routes kinderen gebruiken om zich in hun wijk te verplaatsen en hoe er hier op kan ingegrepen worden om deze routes aangenamer (via speelaanleidingen) en veiliger te maken;
  • Het district organiseert een groot speelweefselonderzoek in diverse Antwerpse wijken om na te gaan hoe de openbare ruimte door kinderen en jongeren wordt gebruikt en welke invulling zij geven aan deze ruimte. Het district heeft hierbij oog voor de verschillende bewegingsrichtingen die gevolgd worden en hoe deze geoptimaliseerd kunnen worden om het veilig gebruik van deze openbare ruimte te kunnen waarborgen;
  • Het district onderzoekt steeds bij de (her)aanleg van het openbaar domein hoe de toegankelijkheid verhoogd kan worden voor kinderen en jongeren met een beperking. Zo blijven zij ook volwaardige gebruikers van de beschikbare ruimte;
  • Het district zet sterk in op verkeersveiligheid en hanteert hierbij het STOP-principe, waarbij 'stappers' en 'trappers' prioritair zijn. Verschillende districten willen onderzoek voeren naar het gewenste speelruimteweefsel.

5. Er is voldoende speelruimte voor georganiseerd jeugdwerk.
Honderdduizenden kinderen en jongeren nemen in Vlaanderen en Brussel deel aan activiteiten van jeugdverenigingen. In onze gemeente zorgen we er dus ook voor dat zij genoeg plaats hebben om te spelen.

  • Het jeugdwerk maakt zeer vaak gebruik van de publieke ruimte om te spelen. Tijdens Antwerpen Europese Jongerenhoofdstad is er een speelterreinennorm bepaald. Deze norm is vastgelegd op 10,00 m² per kind onder de 12 jaar. Op die manier is er een zicht op de huidige situatie (3,60 m²) en het werk dat er nog moet gebeuren. Het district zet in om de openbare ruimte zo toegankelijk en open mogelijk te maken en zo een kindvriendelijk karakter te garanderen. Tijdens de speelweefselonderzoeken zal de aanwezigheid van voldoende speelruimte ook als belangrijk punt meegenomen worden;
  • Het district onderzoekt bij een (her)aanleg steeds de mogelijkheid tot een (tijdelijke) kindvriendelijke invulling. Hierbij wordt er gekeken naar simpele en duurzame ingrepen die het kindvriendelijk karakter van de ruimte (en in het verlengde daarvan dat van de buurt) kunnen versterken. Een goed voorbeeld hiervan is de site van het voormalige Zeemanshuis;
  • Het district voorziet, ondermeer in overleg met scholen en partners, in voldoende speellokalen voor de activiteiten van jeugdorganisaties.

6. Lokale beleidsmakers creëren een verdraagzaam klimaat ten aanzichte van spelende kinderen.
Spelen is essentieel voor opgroeiende jeugd, maar tegelijk lijkt de hedendaagse maatschappij minder tolerant te worden tegenover spelende kinderen. In onze gemeente komen we op voor spelende kinderen door bijvoorbeeld een campagne op te zetten om negatieve trends te breken. Ons lokaal beleid is er op afgestemd om kinderen weer ruimte te geven om te kunnen spelen. Ruimte op straat en in het groen, maar ook ruimte in de hoofden en in de harten van de burgers.

  • Bij projecten zoals de (her)aanleg van speelterreinen, worden de volwassenen ook geïnformeerd en bewust gemaakt van het belang van spelen voor kinderen;
  • Het district neemt initiatieven om te voorzien in een kwalitatieve opvang en begeleiding van jongeren. In dit opvangbeleid voorziet het district ook in voldoende overleg tussen de verschillende contactpunten in het netwerk van kinderen en jongeren (zoals scholen en jeugdwerkingen);
  • Het district organiseert speelmomenten (Buitenspeeldag, Speltakels) in de Antwerpse wijken, en ondersteunt iniatieven van partners, om een kind- en speelvriendelijk beeld van het district te blijven uitdragen;
  • We zetten in op meer mentale ruimte voor kinderen, tieners en jongeren. Zij moeten zich welkom voelen in hun buurt, wijk, stad. Verdraagzaamheid ten opzichte van spelende kinderen zorgt voor meer mentale ruimte voor deze doelgroep.

7. Elke beleidsmaatregel houdt rekening met de impact op kinderen en jongeren.
Maatregelen kunnen soms onverwachte neveneffecten hebben en niet in het minst op kinderen en jongeren. Daarom worden alle beleidsmaatregelen afgetoetst op eventuele nadelige nevenwerkingen voor kinderen (bijvoorbeeld via een JongerenenKindereneffectrapportage of kortweg JoKER). In onze gemeente durven beleidsmakers de bril van kinderen en jongeren op te zetten om het effect van hun beleid te toetsen.

  • Het district raadpleegt de jeugd op consequente basis, en dit voor meer dan enkel het openbaar domein;
  • Het district organiseert overleg met en voor jongeren op maat van de doelgroep. Hierbij wordt er gekeken naar de belangen van de doelgroep in elk dossier. Er wordt vanuit het district voldoende vorming en ondersteuning voorzien zodat de jongeren de rol van participant aan het beleid ook volwaardig op zich kunnen nemen;
  • Het district past zijn jeugdgerichte communicatie aan aan de leefwereld van de jongeren en combineert inspraakmomenten met jeugdevenementen om een maximale betrokkenheid te realiseren.

8. Kinderen ontwerpen mee de openbare ruimte.
De ruimte in Vlaanderen is schaars. Mensen hebben plaats nodig om te wonen, te werken, zich te ontspannen en te verplaatsen. Er is ruimte nodig voor groen en natuur, voor landbouw, industrie, ... In onze gemeente wordt de openbare ruimte niet enkel op volwassenen afgestemd maar ook op kinderen en jongeren. Zij willen, kunnen en mogen de ruimte waarin we leven mee vorm geven.

  • Kinderen en jongeren in het district Antwerpen worden actief betrokken bij het uitdenken van nieuwe speelterreinen of nieuwe jeugdlocaties. Ze kunnen tips en ideeën geven op concrete ontwerpen, waar de ontwerpers rekening mee houden;
  • De mening van kinderen, tieners en jongeren wordt steeds gevraagd via verschillende methodieken. Minstens zijn dit Oor en de jeugdparagraaf. Het district zet daarnaast ook in op een continubevraging van de doelgroep door in te zetten op verschillende digitale middelen.

Beleidsdoelstellingen

5 - Bruisende stad
Bewoners ervaren het district als een aangename leefomgeving, met een (vrijetijds)aanbod op maat van verschillende doelgroepen
Kinderen, tieners en jongeren vinden in het district voldoende aanbod en ruimte om zich te ontspannen en te ontplooien

Besluit

Het districtscollege antwerpen legt het volgende voor aan de districtsraad antwerpen:

Artikel 1

De districtsraad keurt het charter 'Spelen is een kinderrecht' goed en stelt zich met betrekking tot de districtsbevoegdheden inzake jeugbeleid achter de acht principes uit het charter. Het district Antwerpen wil een Goe Gespeeld! district zijn.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.

Artikel 3

De districtsraad neemt kennis van onderstaande opdrachten:

Dienst Taak
districtssecretaris Het charter wordt ondertekend en opgestuurd.
CS/JEU

De jeugdraad geeft advies.