Terug

2014_CBS_02232 - Stadsafgevaardigde - Hooge Maey. Vertegenwoordiging stad. Wijziging - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/02/2014 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Liesbeth Homans, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2014_CBS_02232 - Stadsafgevaardigde - Hooge Maey. Vertegenwoordiging stad. Wijziging - Goedkeuring 2014_CBS_02232 - Stadsafgevaardigde - Hooge Maey. Vertegenwoordiging stad. Wijziging - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 43 §2 - 5° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissingen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.

Aanleiding en context

De stad Antwerpen is deelnemer in de opdrachthoudende vereniging Hooge Maey. Met gemeenteraadsbesluit van 25 februari 2013 (jaarnummer 134) werd de heer Kris Janssens, districtsraadslid Merksem, voorgedragen als bestuurder bij Hooge Maey.

Argumentatie

De heer Kris Janssens nam ontslag uit de districtsraad van Merksem. Hij moet vervangen worden in de raad van bestuur van Hooge Maey.
Het college stelt aan de gemeenteraad voor de heer Freddy Lorent, districtsschepen Deurne, voor te dragen als bestuurder bij Hooge Maey.

Juridische grond

Het decreet van 6 juli 2001 betreffende de intergemeentelijke samenwerking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist de heer Freddy Lorent, districtsschepen Deurne, voor te dragen als bestuurder in Hooge Maey ter vervanging van de heer Kris Janssens.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist dat de stadsafgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college. 

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen voor de stad of het OCMW.