Conform artikel 10 van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming worden gemeenten voor de organisatie van brandweerdiensten in gewestelijke groepen ingedeeld. De provinciegouverneur bepaalt de samenstelling van die groepen en wijst in iedere groep een centrumgemeente aan. Deze gemeente moet over een brandweerdienst met het nodige personeel en materiaal beschikken. De overige gemeenten hebben de keuze: zij richten een eigen brandweerdienst op of doen, mits betaling van een forfaitaire en jaarlijkse bijdrage, beroep op de brandweerdienst van de centrumgemeente.
De brandweer van de stad Antwerpen werd aangeduid als centrumgemeente van de provincie en beschermt de stad Mortsel en de gemeenten Stabroek/Hoevenen/Putte, Zwijndrecht/Burcht en Wijnegem. Deze beschermde gemeenten storten per kwartaal een forfaitaire bijdrage aan de provincie. De provinciegouverneur bepaalt dan achteraf de uiteindelijke jaarlijkse bijdrage. De berekening van deze jaarlijkse bijdrage is een afspiegeling van de in aanmerking komende kosten van de centrumgemeenten van een gewestelijke groep (operationele kosten van de brandweer die kunnen worden verdeeld over gemeenten binnen een regionale groep) en is gebaseerd op een wel gedefinieerde formule. Het bepalen van het aandeel van de in aanmerking komende kosten ten laste van de ‘groepscentrumgemeenten’ werd bepaald door de provinciegouverneur conform de normen vastgelegd bij Koninklijk Besluit van 25 oktober 2006 tot vaststelling van de normen voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten en het aandeel, bedoeld in artikel 10 van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming.
Bij arrest van de Raad van State nummer 204.782 van 4 juni 2010, werd het Koninklijk Besluit van 25 oktober 2006 vernietigd. Hierdoor bestond er geen juridische basis meer voor de gouverneur om de jaarlijkse bijdrage vast te leggen en over te gaan tot de definitieve verdeling van de kosten van de brandweerdiensten onder de verschillende gemeenten.
De wet van 14 januari 2013 tot wijziging van de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming maakt een einde aan deze juridische leemte. De nieuwe wet laat aan de provinciegouverneur toe om de jaarlijkse bijdragen met terugwerkende kracht voor de werkingsjaren 2007 tot en met 2012 te berekenen.
Op 9 oktober 2013 ontving stad Antwerpen een brief van de provinciegouverneur met een voorstel voor de achterstallige jaarlijkse bijdragen voor de periode 2007-2011 en verzocht de gemeenteraad om binnen de zestig dagen haar advies hierover uit te brengen conform artikel 10 van de wet betreffende de civiele bescherming.
Op 19 november 2013 gaf de gemeenteraad (jaarnummer 720) op basis van het advies van inspectie financiën een ongunstig advies op het voorstel van de provinciegouverneur.
Op 4 december 2013 ontving stad Antwerpen een brief van de provinciegouverneur met een nieuw voorstel voor de achterstallige jaarlijkse bijdragen voor de periode 2007-2011 en verzocht de gemeenteraad om binnen de zestig dagen haar advies hierover uit te brengen conform artikel 10 van de wet betreffende de civiele bescherming.