Momenteel loopt er een plan-MER over de Oosterweelverbinding. In dat MilieuEffectenRapport worden vijf alternatieven onderzocht.
In het verleden is er steeds benadrukt, ook door de burgemeester, dat men de bevindingen van het MER zou afwachten én au serieux zou nemen in het nemen van verdere beslissingen betreffende het ringtracé.
Dit project duurt lang en zal nog lang duren.
En dus worden we allemaal ongeduldig, want de mobiliteitsproblemen slepen aan.
Om dat ongeduld tegemoet te komen, kunnen (en wat mij betreft moeten) er op korte termijn maatregelen genomen worden. De Liefkeshoektunnel tolvrij maken bijvoorbeeld, zou een logische en concrete maatregel zijn.
Maar wat de Oosterweelverbinding zelf betreft, is het een absolute must om de procedure juist te laten verlopen. Zowel juridisch als politiek kunnen we ons geen fouten meer veroorloven. Een voorafname nemen op een tracé is dus uit den boze.
Toch draagt de stad verschillende gronden over aan de BAM, gronden die nodig zijn om het BAM-tracé te verwezenlijken. Minstens een van de gronden zou echter een andere noodzakelijke bestemming kunnen krijgen, zoals de uitbreiding van een school.
Raadslid Vanbesien houdt zijn interpellatie met motie (jaarnummer 2013_MOT_00017).
Schepen Kennis, schepen Van de Velde en schepen Van Peel geven antwoord op de vragen.
Raadslid Vanbesien houdt nog een wederwoord.
- Het volledige debat is opgenomen op DVD en is raadpleegbaar op het stadsarchief.