Op 30 oktober 2009 (jaarnummer 15377) keurde het college de opmaak van groenplannen goed. De opdracht omvat de opmaak van elf groenplannen, waaronder één (bovenlokaal) groenplan op stadsniveau en tien (lokale) groenplannen op niveau van de districten (negen districten en de haven apart). Het bovenlokaal groenplan focust op de districtsoverschrijdende sleutelkwesties en vormt een globaal stadsbreed beleidskader. De lokale groenplannen zijn hiervan een verfijning tot op perceelsniveau en omvatten richtlijnen voor groenprojecten.
De opmaak van het bovenlokaal groenplan startte in 2010. De eerste stap was een globale analyse van de situatie van het groenaanbod in Antwerpen. Dit resulteerde in zes thematische nota's die op 19 april 2013 (jaarnummer 3880) door het college goedgekeurd werden:
De zes analysenota's reiken verschillende opportuniteiten aan om de toekomstige groenstructuur vorm te geven. Niet alle opties zijn echter even relevant of complementair, een strategische keuze is nodig. De visienota vertrekt vanuit een aantal uitgangspunten die reeds in andere beleidsdocumenten vastgelegd werden:
De basis voor de groenstructuur is het denken vanuit een groene stadsregio, waarbij de relatie tussen stad en open ruimte op een minder territoriale manier wordt benaderd. Het groen infiltreert maximaal in de stad en vormt een continue groene loper. Daarbij staat de wisselwerking tussen de grote en kleine groenelementen onderling en met de regionale landschappen voorop.
Naast het streven naar een maximale continuïteit maakt de visienota ook de keuze voor een viertal basisambities die de vorm en invulling van de toekomstige groenstructuur bepalen. Aan elke ambitie is een ruimtelijk concept gekoppeld en een aantal doelstellingen. De concepten vormen de bouwstenen waarmee in een volgende stap de gewenste groenstructuur uitgetekend wordt.
1. Beleefbaar en avontuurlijk
Het merendeel van de Antwerpenaars bezoekt groene plekken om er te genieten van de natuur en het landschap. Daarbij gaat een voorkeur uit naar gebieden waar spontaan en op een actieve manier gerecreëerd kan worden. Met andere woorden waar nog voldoende vrijheid is om spontaan te verblijven en het groen te ontdekken of activiteiten te doen. Beleving en avontuur zijn te vinden in robuuste (grotere aaneengesloten) landschappen met een natuurlijke uitstraling.
2. Gezellige rust
De relatie met de woonbuurt is voor veel Antwerpenaars belangrijk. Groene ruimten vormen bij uitstek de locaties waar mensen elkaar ontmoeten en vertoeven. Ze vormen centrale sociale plekken in het stadsweefsel waar mensen graag verblijven om in contact te komen met hun medestadsbewoners of om gewoon even een adempauze te nemen. Die gezellige rust is te vinden in de talrijke groene sproeten die het stadsweefsel verlevendigen en waarbinnen de stad echt tot leven komt. Daarbij is de nabijheid van de groene sproeten (kleinere groengebieden) in elke woonomgeving een streefdoel.
3. Biodiversiteit kan overal
Natuur en stad worden vaak beschouwd als tegengestelden, maar ook in de stad kunnen natuurwaarden voorkomen. Er zijn zelfs soorten die net van de stedelijke condities afhankelijk zijn. In Antwerpen zijn er 45 kerngebieden die een sleutelrol vervullen inzake biodiversiteit. Samen vormen ze een netwerk met een hogere ecologische waarde en doelstellingen. Vooral het inzetten op de connectiviteit is hierbij van belang. Daarnaast kan buiten dit netwerk ook ingezet worden op natuurwaarden, zij het met minder ambitieuze en haalbare doelstellingen. Alle andere groenelementen in de stad vormen immers samen een groene nevel, die qua natuurwaarden ondersteunend kan werken aan het netwerk.
4. Structurerende accenten
De stad Antwerpen wordt gekenmerkt door een hoge mate van versnippering. Dit maakt de stad moeilijker leesbaar en komt de beleving niet ten goede. Groene elementen vormen herkenningspunten in het weefsel en creëren aantrekkelijke verbindingen. Groen wordt daarom vaak gebruikt om zich doorheen de stad te verplaatsen, straten en parken vormen samen een zacht netwerk. Niet alleen deze groenelementen (beplanting langs lijninfrastructuur) verlevendigen het stadsbeeld, ook water kan dergelijke rol vervullen. In Antwerpen is het blauwe netwerk grotendeels verdwenen, maar heel wat waterelementen kunnen opnieuw zichtbaar gemaakt worden. Het water heeft bovendien, net als groenelementen, een positieve impact op het stedelijk klimaat. Groene en blauwe linten vormen structurerende accenten doorheen de stad.
Het college keurt de visienota van het bovenlokaal groenplan goed als basis voor de opmaak van een gewenste groenstructuur.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst |
Taak |
| SW/R
|
In de volgende fase het voorstel van gewenste groenstructuur voor advies voor te leggen aan: |