Het huishoudelijk reglement stelt dat de IGBC samengesteld wordt uit een delegatie van de betrokken GBC's. Het besluit van college van burgemeester en schepenen geeft aan welke leden van de GBC voor de betrokken gemeente uitgenodigd worden op de vergadering van de IGBC, naast de vaste en noodzakelijke variabele leden.
Naast een Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC), kunnen gemeenten of De Lijn ook een ‘Intergemeentelijke Begeleidingscommissie' (IGBC) organiseren als de reikwijdte van een plan of project meerdere gemeenten betreft. De IGBC neemt voor dat specifieke plan of project de taken en verantwoordelijkheden van de gemeentelijke GBC’s over.
De Lijn organiseert geregeld IGBC’s omwille van de vaak gemeente-overschrijdende exploitatie van bus- en tramlijnen. Een IGBC wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de GBC’s van de lokale overheden. De afvaardiging van een betrokken gemeente gebeurt bij besluit van het college.
Bij college van 20 september 2013, jaarnummer 9278, werd beslist dit punt voor te leggen aan de gemeenteraad. De afdeling bestuurszaken besliste echter om dit agendapunt af te voeren voor de raadszitting van 21 oktober 2013, aangezien het procedureel niet nodig is dit besluit door de gemeenteraad goed te laten keuren. Vandaar dat het nu voor goedkeuring opnieuw voorgelegd wordt aan het college van burgemeester en schepenen.
Het is van belang dat de stad Antwerpen volwaardig inspraak heeft op IGBC's van De Lijn. Hiertoe is het noodzakelijk dat het college een akkoord geeft om een stedelijke afvaardiging samen te stellen. Indien het college geen afvaardiging aanduidt, kan de gemeente enkel als adviserend lid deelnemen aan de IGBC en heeft ze geen stem in de consensusvorming.
De stad Antwerpen stelt een vaste afvaardiging samen voor deelname aan toekomstige IGBC's die De Lijn zal organiseren. Deze afvaardiging bestaat uit:
Er wordt voorgesteld om voor de legislatuur 2013-2018 volgende personen af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn:
| Nieuwe mandataris |
| Koen Kennis |
| Paul Cordy |
| Bruno De Saegher |
| Rudi Sempels |
| Marij Preneel |
| Tjerk Sekeris |
| Marc Elseviers |
| Tom De Boeck |
| Wendy Simons |
| Kristof Bossuyt |
| een consulent van de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit |
Het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid voorziet in de oprichting per gemeente van een Gemeentelijke Begleidingscommissie.
Artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid bepaalt dat de GBC over een huishoudelijk reglement moet beschikken. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC).
Het college beslist haar besluit van 20 september 2013, jaarnummer 9278,betreffende de afvaardiging voor de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, in te trekken.
Het college beslist om Koen Kennis, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Paul Cordy, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Bruno De Saegher, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Rudi Sempels, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Marij Preneel, of een door haar aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Marc Elseviers, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Tom De Boeck, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Wendy Simons, of een door haar aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om Kristof Bossuyt, of een door hem aangeduide vervanger, af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist om een consulent mobiliteit van de dienst stadsontwikkeling/mobiliteit af te vaardigen namens de stad Antwerpen in de Intergemeentelijke Begeleidingscommissie van de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, en dit tot het einde van de legislatuur.
Het college beslist dat de stadsafgevaardigden, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moeten nemen en waar nodig dienen te overleggen met het college.