De huidige vergoedingen voor standplaatsen van toeristische rondritten werden bij het begin van de verschillende exploitaties bepaald. Doorheen de jaren zijn er naast indexeringen enkele kleine wijzigingen doorgevoerd, maar de basis van de vergoeding bleef dezelfde. Zowel de stad als de toeristische kern als de exploitaties zelf zijn het laatste decennium geëvolueerd, de basis van de vergoeding is dat niet.
Vanuit de sector komt de vraag om het tariferingsbeleid te herzien en deze beter af te stemmen op de nieuwe situatie. Uit verschillende aanvragen die de stad de laatste jaren ontving bleek ook de nood aan een objectieve en uniforme tarifering.
Er wordt vertrokken van een basisvergoeding, exclusief btw. Afhankelijk van het type exploitatie wordt de basisvergoeding vermenigvuldigd met een bepaalde factor.
|
Basisvergoeding |
1.000,00 EUR |
|
capaciteit van het voertuig |
factor |
|
voertuigen <= 6 personen |
0,3 |
|
voertuigen >6 personen |
1,3 |
|
locatie standplaats/vertrekplaats |
|
|
Grote Markt |
1,7 |
|
Groenplaats |
1,5 |
|
Koningin Astridplein |
1,1 |
|
MAS |
1,1 |
|
andere |
1 |
|
seizoen |
|
|
hele jaar |
1 |
|
beperkt seizoen (enkel voor koetsiers) |
0,8 |
|
aantal voertuigen |
|
|
inzet 2de gelijkaardig voertuig op dezelfde standplaats |
+ (Kost voor 1 voertuig x 0,75) |
|
inzet 3de gelijkaardig voertuig op dezelfde standplaats |
+ (Kost voor 1 voertuig x 0,5) |
Capaciteit van het voertuig
Het onderscheid wordt gemaakt tussen kleine en grote voertuigen. Kleine voertuigen kunnen maximum 6 personen vervoeren. De toegevoegde waarde van extra plaatsen wordt kleiner naarmate de totale capaciteit toeneemt.
Vertrekplaats
Een zichtbare vertrekplaats is belangrijk bij toeristische rondritten vermits het hoofdzakelijk om een impulsverkoop gaat. De Grote Markt en Groenplaats mogen beschouwd worden als de toplocaties van de stad voor een uitbating. Het Astridplein en omgeving MAS zijn voorlopig minder interessant als vertrekpunt van een stadstour.
In deze factor zijn ook de evenementen verrekend waardoor de standplaats niet altijd exploiteerbaar zal zijn. In het geval van een evenement wordt samen met de organisator en de stad gezocht naar een alternatief. Het staat de exploitant steeds vrij om zelf een realistisch alternatief voor te stellen.
Seizoen
Het verschil tussen de factor voor een jaarexploitatie en een seizoensexploitatie is klein. Koetsiers exploiteren hoofdzakelijk bij betere weersomstandigheden, wat hun omzetmogelijkheden beperkt. In de periode dat er niet geëxploiteerd wordt, zijn er ook geen exploitatiekosten voor hen. Exploitanten die bijvoorbeeld enkel in de zomermaanden willen exploiteren betalen dus in verhouding veel. De concessies blijven echter wel jaarconcessies.
Meerdere voertuigen op 1 standplaats
Het kan zijn dat een exploitant van een reguliere rondrit met vaste tijdstippen zijn frequentie wil verhogen. Dan kan er een 2de gelijkaardig voertuig ingezet worden op dezelfde standplaats, mits positief advies van betrokken diensten. Dit is enkel mogelijk als de voertuigen roteren. 2 voertuigen tegelijk op 1 standplaats is dus niet mogelijk.
Het college keurt onderstaande berekeningswijze voor de stanplaatsconcessies van toeristische rondritten goed. Deze gaat in vanaf 1 januari 2014.
|
Basisvergoeding |
1.000,00 EUR |
|
capaciteit van het voertuig |
factor |
|
voertuigen |
0,3 |
|
voertuigen >6 personen |
1,3 |
|
locatie standplaats/vertrekplaats |
|
|
Grote Markt |
1,7 |
|
Groenplaats |
1,5 |
|
Koningin Astridplein |
1,1 |
|
MAS |
1,1 |
|
andere |
1 |
|
seizoen |
|
|
hele jaar |
1 |
|
beperkt seizoen (enkel voor koetsiers) |
0,8 |
|
aantal voertuigen |
|
|
inzet 2de gelijkaardig voertuig op dezelfde standplaats |
+ (Kost voor 1 voertuig x 0,75) |
|
inzet 3de gelijkaardig voertuig op dezelfde standplaats |
+ (Kost voor 1 voertuig x 0,5) |
Het college geeft de opdracht aan:
|
Dienst |
taak |
| AG Vespa | de nieuwe berekening toepassen op alle standplaatsconcessies van toeristische rondritten vanaf 1 januari 2014. |